Samenvatting actueel Covid19-risico 3 april 2026
Op basis van rioolwatermetingen is het besmettingsrisico voor Covid19 nog verder gezakt, het geschatte aantal infecties in Nederland lag op 24 maart nét onder de 1100 per dag. Dat is weer een nieuw historisch minimum sinds het begin van de metingen. De volgende golf, die zeker komt, heeft zich nog niet aangemeld. Wel is het percentage met Covid besmette personen in de infectieradar-testgroep van het RIVM in de afgelopen weken twee keer verdubbeld: in week 11-12-13 resp. 0,01%, 0,02% en 0,04%. Het gaat echter om kleine aantallen geïnfecteerden, dus het kan een toevallige fluctuatie zijn.
De griepgolf dooft ook verder uit, de RSV-golf is wat hardnekkiger. Het percentage deelnemers aan de infectieradar-testgroep met luchtwegklachten is gestabiliseerd op 4,7%. Dat is matig.
De cijfers voor de weeksterfte zijn door het CBS bijgewerkt tot 2026 week 12. De forse ASMR-oversterfte in week 2 t/m 9 van in totaal 1698 extra doden is gevolgd door ondersterfte in week 10 t/m 12, in totaal 599.
In dit bericht presenteren we weer de mogelijke gevolgen van herhaalde COVID-infecties door een nog verder gedetailleerd verloop van het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering in Nederland. Het effect van het groeiende aantal personen met ernstige Long Covid is onmiskenbaar!

LET OP: Algemene onderbouwing, interpretatie en achtergrond-informatie bij de rubrieken vindt u via de [info] link in headers
Virusdeeltjes in rioolwater week 2026-12 [info]
Meting 10 maart: 30 (x 1011 virusdeeltjes per 100.000 inwoners) volgens Corona Lokaal, gebaseerd op rioolwatermetingen van het RIVM. Dit is (weer) het laagst gemeten virusniveau sinds het begin van de metingen op 14 september 2020! Dit minimum overtroeft ruim het vorige record van 46,5 op 19 juni 2021.

Uiteraard zegt het niets over de toekomstige ontwikkelingen, ongetwijfeld komen er weer nieuwe coronagolven zolang we niets aan preventie doen. Maar voor nu kunnen we éven opgelucht ademhalen en eindelijk wat nuttige of leuke, maar risicovolle, dingen doen die we mogelijk al lang uitgesteld hebben.
Landelijke spreiding van besmettingen
Op Corona Lokaal is ook de landelijke spreiding van het coronavirus te zien over de provincies. Voor de 3e week op rij zijn ALLE provincies wit gekleurd, hetgeen betekent dat overal het virusniveau onder de 100 ligt. Ook dit hebben we nog niet meegemaakt sinds het begin van de rioolwatermetingen in 2020.
Verloop van aantal besmettingen per dag
Het is nuttig om het verband tussen virusdeeltjes in rioolwater en aantal besmettingen met Covid19 per dag, zoals gevonden door Datagraver, te gebruiken om het verloop van het aantal virusdeeltjes in rioolwater van Corona Lokaal om te rekenen naar een grafiek met het aantal dagelijkse besmettingen. Het geschatte aantal infecties per dag spreekt meer aan dan een abstracte rioolwaterwaarde c.q. virusniveau.
Door de geïnterpoleerde, gewogen en genormeerde data van Corona Lokaal per dag te vermenigvuldigen met 36 krijgen we onderstaande grafiek, met het geschatte aantal Covid19-infecties per dag, vanaf 1 oktober 2020, het begin van de rioolwatermetingen. Op die éne dag 24 maart zouden er dan toch nog 1094 infecties zijn geweest in Nederland, en 9424 in de hele voorafgaande week. Erg laag dus, in vergelijking met alle eerdere metingen. Toch achten wij 1100 Covid19-infecties per dag niet echt weinig. Immers, als 10% daarvan langdurig klachten houdt (onderbouwing), verwachten we o.b.v. 2026 week 12 op termijn zo’n 940 patiënten met nieuwe of verergerde LongCovid-klachten, waarvan er 230 ernstig beperkt zullen zijn.

In bovenstaande grafiek zijn ook de risiconiveaus Laag, Matig, Hoog, Zeer hoog en Extreem aangegeven conform onze vastgestelde tabel. Het niveau tussen de gele en oranje lijn noemen we hoog. De periode met dit hoge infectierisico liep vanaf 7 augustus tot 17 december. In week 8 is het infectierisico helemaal door niveau matig gedoken en is nu (erg) laag. In onderstaande grafiek is de periode van april 2024 tot nu uitvergroot.

Hierin zien we zowel de zomer- en herfstpiek van 2024 en de complete COVID-golf van 2025.
Cumulatief aantal besmettingen
Uitgaande van de besmettingen per dag kan ook het cumulatieve aantal besmettingen in een grafiek gezet worden:

Hier is bijvoorbeeld uit af te lezen dat pas in november 2022 Nederlanders gemiddeld 1x besmet waren, maar óók dat nu al 45,7 miljoen besmettingen een feit zijn, zodat nu, ruim 3 jaar later, Nederlanders al gemiddeld ruim 2,5x besmet zijn geweest. Vergelijk dat eens met de griep: de meeste mensen krijgen hooguit één keer in de 5 of 10 jaar griep, terwijl Covid19 nog steeds gevaarlijker én besmettelijker is dan influenza, en veel vaker leidt tot PAIS (Post Acute Infection Syndrome), Long Covid dus.
Percentage besmette personen
Als er elke dag ~1094 Covidbesmettingen bijkomen, en besmette personen zijn ~10 dagen besmettelijk, dan zouden momenteel zo’n 11.000 mensen besmettelijk zijn, dat is ~0,06% van alle Nederlanders.
Het percentage op Covid19 positief geteste mensen wordt ook bijgehouden in de RIVM-testgroep voor registratie van luchtweginfecties (infectieradar). De meest nauwkeurige data over het percentage positieve Covid19-testen in Nederland is te vinden op de RIVM-pagina Actualiteiten over coronavirus SARS-CoV-2. Het verloop van dat percentage vanaf 2020 week 45 t/m 2026 week 13 hebben we weergegeven in onderstaande grafiek.

In deze grafiek zijn dezelfde patronen te herkennen als in de grafiek met het aantal infecties per dag hiervoor.
Het percentage besmette personen is in 2 weken tijd van 0,01% in week 11, 0,02% in week 12, naar 0,04% in week 13 gegaan. Het zijn lage percentages, maar het is wel 2 weken achter elkaar een verdubbeling. Een nieuwe golf die zich aankondigt? Als we ons realiseren dat 0,01% op een gemiddeld aantal wekelijkse deelnemers aan infectieradar van ~10.000 precies 1 geïnfecteerde betreft, dan zouden 2 geïnfecteerden in week 12 en 4 in week 13 gewoon toevallige uitschieters kunnen zijn. We gaan het echter in de gaten houden.
Een percentage van 0,04% is overigens minder dan wat we aan het begin van deze sectie schatten, 0,06%. Hoewel er ook veel onzekerheid zit in die laatste waarde, denken wij toch dat onze schattingen dichter de werkelijkheid benaderen dan het percentage geïnfecteerden in de RIVM-testgroep. Die onderschat vaak de ernst van de situatie. Dat komt omdat veel mensen in de testgroep met luchtwegklachten een Covid19-zelftest doen, waarvan bekend is dat die vaak vals negatief zijn. Ook wordt een besmet persoon in de week erna niet opnieuw meegeteld, terwijl deze toch vaak 1-2 weken besmettelijk blijft. Tenslotte vermoeden wij dat de RIVM-testgroep, die geheel bestaat uit vrijwilligers, niet representatief is voor de gemiddelde Nederlander. De deelnemers zijn zich waarschijnlijk beter bewust van het infectiegevaar dan de meeste Nederlanders, en dus voorzichtiger.
Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long Covid?
Of en hoe vaak Covid19-besmettingen nu nog steeds tot Long Covid leiden is een vraag die in Nederland helaas weinig aandacht kreeg. De overheid, de medische elite en alle media gingen er stilzwijgend van uit dat alle bekende ernstige LongCovid-patiënten (vaak worden aantallen van 100.000-450.000 in Nederland genoemd) in 2020 en 2021 ziek zijn geworden. Sporadisch werd een percentage van 1-2% genoemd dat tegenwoordig nog langdurige klachten zou houden na infectie. Terwijl in een vorig jaar augustus verschenen meta-analyse van 429 onderzoeken, gepubliceerd tussen 5 juli 2021 en 29 mei 2024, werd vastgesteld dat de prevalentie van Long Covid (welk deel van Covid19-infecties leidt tot Long Covid) wereldwijd gemiddeld 36% was!
Vorig jaar herfst echter bracht het RIVM, met een beperkt lokaal Nederlands onderzoek door bijna uitsluitend RIVM-medewerkers, het “goede nieuws” dat een jaar na een Covid19-infectie minder dan 1% nog langdurige klachten daarvan ondervindt. De VASCO-studie, gestart met een groep van 45.000 vrijwilligers in mei 2021 en eindigend met 32.000 deelnemers in november 2023, was eigenlijk bedoeld om de langetermijneffectiviteit van de corona-vaccins te onderzoeken. Het RIVM meende echter uit de resultaten ook conclusies te kunnen trekken over hoe vaak de deelnemers LongCovid-klachten kregen na infectie en hoe lang die aanhielden. De onderzoeksgroep was niet representatief voor de Nederlandse bevolking en het RIVM heeft veel twijfelachtige aannames gedaan.
Wij hebben het RIVM in een Open Brief gewezen op ernstige tekortkomingen in hun onderzoek, maar het RIVM wilde hier niet schriftelijk op reageren. Omdat de internationale wetenschap het RIVM-onderzoek maandenlang – terecht – negeerde, meende Marion Koopmans het kleinschalige onderzoek op 22 februari nog maar eens onder de aandacht te brengen via een bericht op X:
Daarop kwam de kritiek op het RIVM-onderzoek los, en die was niet mals. Zo velde Sean Mullen uit de VS een vernietigend oordeel op X:
Ook Salvatore Mattera gaat helemaal los op die kortzichtige Nederlandse onderzoekers:
N.B. Waarom vooraanstaande wetenschappers nog steeds discussies voeren op het baggermedium X, waar desinformatie bewust breed verspreid wordt, is mij een raadsel.
In ons artikel Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long Covid? in de rubriek Science gaan we wat dieper in op internationale onderzoeken naar de prevalentie van Long Covid. Er is echter ook een andere manier om de grote impact van Long Covid aannemelijk te maken. Als er in Nederland namelijk al 45 miljoen infecties zijn geweest, dan zouden 4-35% daaraan langdurige klachten hebben overgehouden, en een kwart daarvan, minimaal zo’n 1%, zou daardoor ernstig beperkt zijn, dus invalide. Hetgeen zou neerkomen op 450.000 extra invaliden in 6 jaar tijd! Dat zou toch merkbaar moeten zijn?
In Nederland zijn mij geen statistieken bekend over invaliditeit of handicaps, mogelijk omdat dit privacygevoelige informatie is. Het CBS publiceert echter wel statistieken over het aantal mensen in Nederland met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, o.b.v. de WAO, WIA/WGA en Wajong. In weekbericht 2026-08 heb ik voor het eerst een opzienbarende grafiek gepubliceerd op basis van die CBS-gegevens, en later zijn die data verder verfijnd. In de grafiek hieronder worden die data nog verder verfijnd en uitgebreid, door de periode te verbreden tot 2007-2025 en de gegevens per maand te gebruiken.

We zien hier een geleidelijke, maar evident dalende trend van 825.000 begin 2007 tot 750.000 medio 2020, gevolgd door een sterke, lineaire stijging van medio 2020 tot eind 2025, weer eindigend op 825.000 in oktober 2025. Hierdoor is het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 5,5 jaar tijd dus opgelopen van 750.000 naar 825.000, dus door ziekte zijn 75.000 mensen uit het arbeidsproces verdwenen! Daarbij moeten we bedenken dat het hier gaat om het aantal uitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid (WAO, WIA/WGA en Wajong). Daarin zitten niet de werknemers die vanwege disfunctioneren (al of niet tijdelijk) in de WW gedumpt zijn, niet de werknemers die zelf gestopt zijn met werk omdat het niet meer op te brengen was, geen onderverzekerde zelfstandigen, en evenmin de werknemers waarvan de ziekte (nog) niet erkend is door de keuringsartsen van het UWV.
In dat licht bezien is de getoonde toename, die ook niet lijkt af te remmen, wel uiterst zorgwekkend. Wat is er dan gebeurd in 2020 dat deze voortdurende stijging kan verklaren? Niet de bevolkingsgroei: van 2007-2020 groeide de bevolking net zoals in de periode 2020-2025, maar in de eerste periode zijn we er desalniettemin in geslaagd om het aantal arbeidsongeschikten juist te verlagen. Ook niet de vergrijzing, want boven de 67 verlaten mensen WAO en WIA en komen in de AOW. Niet de sterfte door de pandemie, overledenen verdwijnen juist uit deze statistiek. Ook zeker niet de vermeende oversterfte door vaccinaties. Het zijn ook niet school- en sectorsluitingen of lockdowns, want die zijn in 2022 definitief beëindigd. Wat dan? Bestrijdingsmiddelen, PFAS, microplastics, toenemende werkdruk en stress? Hoezo dan vanaf 2020?
Wat #LoCovid betreft is de conclusie duidelijk: na het beschikbaar komen van vaccins in 2021 werden de maatregelen tegen verspreiding van Covid19 stuk voor stuk opgeheven, omdat er veel minder ziekenhuisopnames en overlijdens waren. Vervolgens hebben heftige coronagolven grote massa’s mensen besmet en telkens herbesmet. De meesten werden er niet doodziek meer van, maar bij velen trad wel grote schade op aan diverse organen, al of niet direct zichtbaar, en leidde tot een heel scala aan ziektebeelden, zoals ME, PEM, POTS, MCAS, Parkinson, dementie en cognitieve schade, die veelal invaliderend waren, deels in ernstige mate. Allemaal verschijningsvormen van Long Covid.
De stijging van het aantal arbeidsongeschikten is niet onopgemerkt gebleven bij het nieuwe kabinet. Natuurlijk was er direct de Pavlov-reactie om dan maar op de WIA te bezuinigen. In het coalitieakkoord werd gesteld dat de kosten van de gezondheidszorg op den duur niet meer op te brengen zouden zijn, Rob Jetten vond dat we meer aan preventie zouden moeten doen. Inderdaad, dáár zijn wij het roerend mee eens: een van de belangrijkste acties van het nieuwe kabinet zou moeten zijn preventie van Long COVID, dus het beperken van de verspreiding van COVID. Helaas hebben we daar nog niets over gehoord. Preventie van het kabinet blijkt neer te komen op “gezonder leven”, maar over COVID-infecties geen woord.
Wij zullen in onze berichtgeving voorlopig blijven uitgaan van 10% van de besmettingen leidend tot langdurige klachten van Long Covid, terwijl een kwart daarvan ernstig beperkt wordt in leven en werken, dus 2,5%. Deze laatste groep betreft patiënten met ME-achtige klachten, POTS, PEM en MCAS, die vaak bedlegerig zijn en tot weinig activiteit in staat zijn.
SARS-CoV-2 Variants of Concern/Interest [info]
De relatieve voorkomens van relevante “Variants of Concern” (VOC) en “Variants of Interest” (VOI) van het SARS-CoV-2 virus in Nederland (kiemsurveillance RIVM) zouden een indicatie moeten geven welke nieuwe bedreigingen te verwachten zijn.
Helaas heeft het RIVM deze week geen nieuwe dataset gepubliceerd met cijfers over de gevonden SARS-CoV-2 varianten in monsters (vooral uit de RIVM-infectieradar-testgroep). Waarschijnlijk heeft het RIVM veel te weinig monsters van COVID-geïnfecteerden kunnen verzamelen. Zoals hiervoor is gemeld waren er in week 11-13 in de infectieradar-testgroep slechts 1, 2 en 4 geïnfecteerden.
Twee weken geleden, met gegevens over het aandeel van de varianten XFG, BA.3.2 en NB.1.8.1 t/m week 10, constateerden we dat het aantal monsters voor alle varianten afnam. De rioolwaarden zijn in week 11 en 12 nog verder afgenomen, dus we verwachten geen grote veranderingen in het beeld. Daarom herhalen we hier de grafiek van 2 weken geleden, waarin we de relatieve aandelen uit de RIVM kiemsurveillance combineerden met onze afgeleide gegevens over het aantal infecties per dag (uit de rioolwaterdata).

Hierin is goed te zien dat de enorme herfst-wintergolf in 2023 toe te schrijven is aan variant JN.1, die sterk opkwam uit een “variantensoep” van wel 5 verschillende varianten XBB.1.5, XBB.1.9, XBB.1.16, EG.5 en BA.2.86 (de directe voorganger van JN.1). KP.3 was verantwoordelijk voor de zomergolf van 2024. Deze brak af door de zomervakantie (minder verspreiding door school en werk), maar kwam terug toen de scholen weer openden en zorgde samen met recombinant XEC voor de najaarsgolf van 2024.
Ook maakt deze grafiek duidelijk dat de najaarsgolf van 2025 grotendeels op het conto van recombinant XFG (donkerrood) is te schrijven. Nieuwe variant BA.3.2 (lichtblauw) heeft slechts een marginale rol gespeeld: deze kon in de nadagen van XFG opkomen door de inmiddels opgebouwde immuniteit tegen XFG te ontwijken. BA.3.2 kon in deze vorm geen eigen golf veroorzaken, en lijkt nu samen met XFG en NB.1.8.1 langzaam uit te sterven.
Op BlueSky postte Ryan Hisner anderhalve week geleden een opmerkelijk draadje, waarin hij constateerde dat BA.3.2 nu vooral jonge mensen infecteert en in het bijzonder baby’s. De nieuwe subvariant BA.3.2.2 heeft nu als bijnaam “Cicada” gekregen. Gisteren postte Ryan Hisner de tabel met percentages BA.3.2.2 tussen half maart en half april voor Ontario, waaruit ook zou blijken dat BA.3.2.2 relatief méér kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar infecteert:

Ook in Nederland is de tendens te zien, bijvoorbeeld in de tabel hieronder (door Josette Schoenmakers uit GISAID gehaald):

Het gaat om kleine aantallen en in de Nederlandse GISAID-data schijnen relatief veel testresultaten te zitten van baby’s van 0 tot 1 jaar uit het onderzoek naar RSV-immunisatie. Het zou wel een zorgelijke ontwikkeling zijn. Niet alleen maakt het juist jonge kinderen kwetsbaar, die nog een heel leven voor zich hebben, maar deze gegevens blijven ook lang onopgemerkt omdat jonge kinderen zelden getest worden op COVID, en baby’s dragen ook nauwelijks bij aan de gemeten rioolwaarden.
Infectieradar week 2026-11 [info]
Het percentage mensen met klachten van acute luchtweginfecties, o.b.v. meldingen door een groep vrijwilligers aan het RIVM, geeft op elk moment een idee van het besmettingsrisico op rondgaande respiratoire infecties. Op 28 maart rapporteerde 4,71% van de RIVM-testgroep een luchtweginfectie (voortschrijdend weekgemiddelde). Dat is een flinke daling t.o.v. 8,3% van 6 weken geleden. De laatste weken daalt het percentage echter niet meer, het is min of meer stabiel op een matig niveau.

Overige infecties
In de wekelijkse overzichten van diverse besmettelijke ziektes gevonden in de Nivel Peilstations hebben we de afgelopen jaren kunnen volgen dat sinds het opheffen van de maatregelen tegen Covid19 in het voorjaar van 2022 niet alleen Covid flink rondgegaan is, maar ook andere besmettelijke ziekten enorm huisgehouden hebben in Nederland. We zagen achtereenvolgens heftige uitbraken van longontsteking, RSV, mazelen, roodvonk (strep-A), kinkhoest, waterpokken, vijfde ziekte en krentenbaard (zie weekberichten). Sommige konden deels verklaard worden uit een afnemende vaccinatiegraad (mazelen, kinkhoest), maar meestal greep men in Nederland terug op het nonsens-begrip immuniteitsschuld of een “inhaaleffect van gemiste infecties door de coronamaatregelen”. Dit terwijl aantasting van het immuunsysteem door Covid19-besmettingen een veel logischer verklaring is.
In het Nivel Surveillance Bulletin van 2026 week 13 wordt de status van veel infectieziektes in NL belicht. In week 13 werden 23 monsters afgenomen, waarvan 17 positief waren: 2x influenza (toch nog), 3x rhinovirus en 4x RSV, zie onderstaande schermafdruk. In deze monsters werd geen SARS-CoV-2 gevonden.

Het RS-virus ging de laatste 3 maanden weer aan flink rond, zoals blijkt uit meldingen uit Nederlandse laboratoria. De golf is wel minder heftig dan vorige jaren, maar is nog steeds niet uitgedoofd.

Afgelopen herfst is men begonnen met het immuniseren van baby’s van 0 tot 6 maanden, juist omdat RSV voor deze groep zo gevaarlijk is en kan leiden tot opname op de IC en in een enkel geval zelfs tot overlijden. De prik bevat geen vaccin, maar antistoffen, zodat nauwelijks bijwerkingen verwacht worden. Het effect van deze immunisatiecampagne is in de grafiek hierboven niet goed te zien, daarvoor beschouwen we onderstaand overzicht van het aantal IC-opnames van kinderen tot 1 jaar t.g.v. een RSV-infectie:

Rond de jaarwisseling was het aantal IC-opnames veel lager dan vorige jaren, en dat is winst. De piek van 9 opnames in week 9 blijkt een tijdelijk effect te zijn geweest.
Het aantal meldingen van een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) aan Nivel-huisartsen wordt sinds 1 maart van dit jaar niet meer bijgehouden. Op zich is dat geen groot verlies, want het verband tussen de prevalentie van influenza en de IAZ-meldingen was nooit erg duidelijk. Mensen met influenza gaan daarvoor lang niet altijd naar de huisarts, en aan de andere kant blijken mensen die met griepachtige klachten naar de huisarts gaan in veel gevallen toch een andere infectie te hebben opgelopen. Het is wel jammer dat hiermee een langjarige monitoring van griepgolven beëindigd wordt. Vanaf nu zullen de griepgolven dus niet goed meer te vergelijken zijn met vorige jaren.
Sinds vorig jaar kijken wij bij voorkeur naar het aantal monsters waarin Nederlandse laboratoria het influenzavirus (type A of B) hebben aangetroffen. Op de pagina Actualiteiten over griep staat onderstaande grafiek van het RIVM, waaruit blijkt dat ook het aantal onderzochte monsters met influenzavirus type A gepiekt heeft in week 7 en nu, in week 13, al bijna tot 0 is gedaald.

Het sinds het begin van vorig jaar sterk verhoogde vóórkomen van gordelroos (Herpes Zoster) blijkt bijzonder hardnekkig, vooral in de categorie 65+ is het al meer dan een jaar flink verhoogd, 30-90% meer dan normaal. Het is bekend dat het herpesvirus, latent aanwezig in veel patiënten, na ’n covidbesmetting weer kan opleven. Dat is weer één van de vele schadelijke effecten van een covidbesmetting: reactivatie van slapende virussen in ons lichaam. Er is wel een goed vaccin tegen herpes zoster, maar bijna niemand krijgt het. Het is tamelijk duur en patiënten moeten het zelf betalen. Helaas wordt er in NL evenmin ingezet op een brede vaccinatie tegen waterpokken, waarbij het Varicella Zoster virus zich in het lichaam kan nestelen en later – inderdaad -gordelroos kan veroorzaken.
Na de gebruikelijke eindejaarsdip in het aantal meldingen bij Nivel in week 52 en week 1 is de prevalentie van Herpes zoster in week 2 t/m 9 weer op het – duidelijk verhoogde – niveau van 2025 gekomen en legt daar in week 10 en 11 nog een flinke schep bovenop. In week 12 en 13 stabiliseert het gelukkig weer enigszins. Het blijft echter een zorgelijke ontwikkeling.

Ook waterpokken heeft de afgelopen winter huisgehouden. De toename was atypisch, omdat waterpokken meestal in voorjaar of zomer opspeelt. We hebben er rond de jaarwisseling diverse keren over gerapporteerd. Na een extra opleving in de weken 9 en 10 is waterpokken nu weer terug op het basisniveau.
Tenslotte melden we nog het groeiend aantal klachten bij de Nivel huisartsen over moeheid en zwakte de afgelopen jaren. Dit is al bijna een jaar duidelijk verhoogd. Het aantal klachten bij huisartsen blijkt het afgelopen jaar tot wel 30% hoger dan in vorige jaren. Er is wel een flinke dip te zien in de kerst- en nieuwjaarsweek. De verhoging zet zich voort in week 10 t/m 13.
Het ligt voor de hand dat hier vaak sprake is van ongediagnosticeerde Long Covid. Omdat niemand meer test op Covid wordt het verband met een voorafgaande Covid-besmetting gewoon niet meer gelegd.

Oversterfte Covid19, 2026 week 10 [info]
Het CBS heeft de 2-wekelijkse sterftecijfers weer bijgewerkt tot en met week 12 voor de leeftijdgroepen 0-65, 65-80 en 80+, gesplitst in mannen en vrouwen. We hebben het verloop van de weeksterfte volgens de ASMR-methode (die rekening houdt met de sterk veranderende leeftijdsopbouw) bijgewerkt t/m week 8 in onderstaande grafiek (klik erop voor een grote afbeelding).

De forse oversterfte vanaf week 2 zet zich voort tot week 9, en is door 68 nameldingen over week 1 t/m 10 verder verhoogd. De oversterfte in week 2 t/m 9 beloopt nu in totaal 1698 extra doden. In week 10 t/m 12 wordt deze gevolgd door ondersterfte, respectievelijk -113, -329 en -157. In totaal is de ondersterfte in de laatste 3 weken 599. Merk op dat ondersterfte na een periode van oversterfte door ziekte heel gebruikelijk is. Het betekent dat een deel van de extra overlijdens ouderen en zwakkeren betreft, waarbij het overlijden alleen maar met een paar weken of maanden vervroegd is.
De oversterfte in week 2 t/m 9 van dit jaar schrijven we vooral op het conto van de heersende influenzagolf. Merk op dat de oversterfte rond de jaarwisseling de laatste 4 jaar langzaam minder heftig wordt, waarschijnlijk omdat er steeds minder mensen direct overlijden na Covid19-besmetting.
In onderstaande grafiek wordt de totale ASMR-oversterfte (zwarte lijn) vergeleken met het oversterfteverloop volgens het RIVM (groen) en ons oversterfteverloop o.b.v. vergelijking met het laagste kwartiel van sterfte in periode 2010-2019 (LQI, rood).

Hier is te zien dat de LQI-oversterfte (die al jaren rond de 500 extra sterfgevallen per week zit, maar deze LQI-oversterfte houdt geen rekening met de vergrijzing) en de RIVM-oversterfte beide last hebben van het “eindejaarseffect”, zelfs in nog grotere mate dan de ASMR.
De RIVM-oversterfte is niet gevoelig voor de effecten van de vergrijzing, omdat de sterfte vergeleken wordt met de verwachte sterfte o.b.v. de voorafgaande 5 jaar, dus inclusief continue extra coronasterfte. We zien dan ook dat er belangrijke verschillen optreden tussen ASMR en RIVM, vooral in perioden dat er veel covid rondgaat. Zoals in de herfst van 2024 en 2025 het geval was. Misschien dat de verschillen in de komende jaren langzaam kleiner worden, als sterfte aan een acute Covidbesmetting steeds minder vaak voorkomt, maar we weten natuurlijk nog niet hoe de sterfte t.g.v. zich opstapelende orgaanschade door Covid zich gaat ontwikkelen.
In onderstaande grafiek tenslotte hebben we de cumulatief positieve oversterfte van 2020-2026 week 12 uitgezet voor LQI, ASMR en RIVM, dat is de totale oversterfte vanaf 2020 week 12 waarbij tijdelijke ondersterfte genegeerd wordt. De totale oversterfte voor LQI is al opgelopen tot 186.684, voor een belangrijk deel te wijten aan de vergrijzing, door de na-oorlogse geboortegolf van mensen die nu tegen de 80 lopen. De grafieken voor ASMR en RIVM lijken elkaar niet veel te ontlopen, maar het verschil zal in de loop van de jaren misschien verder oplopen. De cumulatief positieve oversterfte volgens ASMR is inmiddels opgelopen tot 62.197. Die zijn niet uitsluitend op het conto van Covid19 te schrijven, want de laatste drie jaar speelt ook de sterfte door griep weer een rol en in mindere mate door RSV. We weten overigens dat ook die infectieziekten nauwelijks slachtoffers zouden hebben geëist als we in Nederland effectieve preventie tegen de verspreiding van het coronavirus hadden ingezet.

Mediaberichten
Er is brede maatschappelijke consensus dat er momenteel een groot leger aan patiënten met PAIS is. Al tientallen jaren krijgen mensen na een infectie, bijvoorbeeld na influenza, Pfeiffer, Lyme of Q-koorts, langdurige klachten die sterk invaliderend zijn en nauwelijks verbeteren. Door de coronapandemie zijn daar in een paar jaar tijd meer dan 100.000 patiënten met Long Covid bijgekomen, en net als bij andere PAIS werden de klachten van deze patiënten aanvankelijk gepsychologiseerd. De vaak gepropageerde behandelingen GET (Graded Excercise Therapy) en CGT (Cognitieve Gedragstherapie) werkten dan ook averechts. In 2025 leek er eindelijk begrip te ontstaan, onderzoek van ZonMW begon resultaten af te werpen en er kwamen zelfs experimentele behandelcentra voor LongCovid-patiënten (maar niet voor andere PAIS).
Het vorige radicaal rechtse kabinet had er echter niets mee, en ook het nieuwe rechtse kabinet van D66, CDA en VVD maakt het niet beter. Er is hoop, werd gezegd, de huisarts kan het wel afhandelen. Het nieuwe, “progressieve”, “Het Kan Wél” kabinet heeft in het coalitieakkoord geen woord gewijd aan (geld voor) de LongCovidcentra of onderzoek naar Long Covid. Zelfs al het geld voor pandemische paraatheid, waarmee het RIVM een team Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) aan het opzetten om nieuwe crises in de gezondheidszorg het hoofd te bieden, is wegbezuinigd. De voorzitter Chris van Dam van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV), zeker geen activistische club, spreekt zich uit en noemt dit zeer onverstandig. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer trekken fel van leer, maar het kabinet wil de bezuinigingen niet terugdraaien.
Ook de hierboven genoemde bezuinigingen op de duur en hoogte van de WIA-uitkeringen, evenals trouwens de WW-uitkeringen, hebben natuurlijk desastreuze gevolgen voor alle LongCovid-patiënten.
Vorige week constateerden we al dat ook de ondersteuning van C-Support (Long Covid) en Q-Support (Q-koorts) na 2026 stopt. C-Support is voor tienduizenden LongCovid-patiënten onmisbaar. De kennis die bij C-support is opgebouwd is nauwelijks voorhanden bij huisartsen. Onlangs heeft C-support weer een update van aantallen nieuw aangemelde patiënten gepubliceerd:

In februari en maart is het aantal aanmeldingen weer flink gestegen t.o.v. het plateau van circa 125 aanmeldingen per maand, van augustus 2025 t/m januari 2026. In maart was het zelfs meer dan 200! Wie zei er ook alweer dat Long Covid nu bijna niet meer voorkwam?
Zelfs hiermee houdt de ellende voor PAIS-patiënten niet op: het kabinet werkt nu aan een maatregel waarbij werknemers die langer dan een jaar ziek zijn weg moeten bij hun oude werkgever, dus niet meer automatisch terug kunnen als ze beter zouden worden. Ze moeten, tijdens hun ziekte, kennelijk solliciteren naar een baan bij een andere werkgever. Feitelijk komt het neer op ontslag na een jaar ziekte.
Het lijkt wel of dit kabinet het speciaal heeft voorzien op de zwakkeren in de samenleving. Die worden het zwaarst gepakt. Vooral langdurig zieken zijn hiervan de dupe, met name PAIS-patiënten. Denkt het kabinet misschien dat deze groep toch niet kan protesteren?
Conclusie: actueel risico [info]
Het is duidelijk dat de huidige traag verlopende coronagolf door recombinant XFG na een jaar eindelijk voorbij is. Het infectierisico is nu historisch laag. Geen garantie voor de toekomst natuurlijk, als er een nieuwe agressieve variant opduikt kan er zó weer een heftige golf zijn.
Ook de influenzagolf is voorbij. Nu de lente is begonnen zal influenza ons niet meer lastig vallen tot diep in het najaar. In tegenstelling tot COVID-19 is influenza een seizoensinfectie.
Momenteel is er dus niet veel aan acute infectieziektes. Onze grootste zorg blijft echter het zwaard van Damocles: alle schade aan onze organen door voortdurend herhaalde herinfectie, en de sterk gevarieerde ziektebeelden van Long Covid. Daar wordt veel te weinig naar gekeken en nog minder tegen gedaan.
Samen met onze partner, het World Health Network (WHN), blijven wij daarom pleiten voor méér onderzoek naar de schade veroorzaakt door Covid19, en voor méér preventie door collectieve maatregelen. WHN is in 2026 een campagne gestart om instellingen voor gezondheidszorg wereldwijd op te roepen om in ieder geval dáár preventieve maatregelen te treffen om de verspreiding van Covid19 en andere airborne infecties tegen te gaan. In een open brief aan de WHO en in enkele kwaliteitsmedia zoals de Britse Guardian, pleiten zij ervoor dat overal ter wereld in ziekenhuizen en zorginstellingen zorgmedewerkers standaard goed afsluitende mondneusmaskers (type FFP2 en N95 of beter) dragen. In de open brief laat de WHN zien dat juist in zorginstellingen, waar de meest kwetsbare mensen komen, de overdracht van gevaarlijke aerogene ziektes zoals Covid19, influenza en RSV het grootst is.
Op de website van WHN hebben we al een paar maanden een Nederlands hoekje, waar behalve onze Open Brief aan het RIVM nu ook het door ons vertaalde artikel Ja, wij blijven mondkapjes dragen te vinden is, alsmede samenvattingen van onze meest recente weekberichten. Sinds vorige week is daar ook onze Nederlandse vertaling van het belangrijke WHN-artikel Stop Transmission with the Five Pillars of Prevention aan toegevoegd. Wij hebben deze vertaling Vijf Pijlers van Preventie ook opgenomen op onze website, in het menu van Aanpak GPP. Uiteraard hebben wij het artikel “Ja, wij blijven mondkapjes dragen” ook opgenomen op onze website in het menu Science.
Ons advies
Blijf, waar mogelijk, beschermende maatregelen nemen om besmetting te voorkomen, zolang de overheid en maatschappelijke instanties dat verzuimen:
- Draag indien mogelijk een goed masker (ffp2, ffp3) op binnenlocaties
- Vermijd massale bijeenkomsten, zeker voor langere periodes binnen
- Werk zoveel mogelijk thuis
- Als je twijfelt of je besmet bent, doe dan een zelftest, liefst meerdere dagen achtereen, óók als je geen of weinig symptomen hebt
- Dring op je werkplek of bij scholen aan op ventilatie en het gebruik van hepafilters. Laat ook thuis een hepafilter draaien.
- Houd feestjes zoveel mogelijk buiten, desnoods onder een party-tent, vooral in de zomer moet dat kunnen
- Als je de kans krijgt, laat je dan vaccineren!
We beschikken al jaren over een complete toolbox aan preventieve maatregelen, zoals te zien in het bekende “gatenkaasmodel” hieronder. De meeste maatregelen zijn de verantwoordelijkheid van de overheid, maar omdat die al jaren verstek laat gaan moeten we er zelf het beste van zien te maken met de individuele maatregelen in de eerste vijf plakjes.

Merk op dat geen van de bekende maatregelen hierboven op zich garanderen dat je een besmetting vermijdt. Met name de collectieve maatregelen rechts verlagen elk apart de kans op besmetting misschien maar met 50%. Als je ze echter consequent inzet zal het verspreidingsgetal R onder de 1 zakken, zodat elke uitbraak snel (exponentieel) zal uitdoven. Dan zijn we dus allemaal veilig! Juist dát is het cruciale belang van de collectieve maatregelen.
Bij het WHN-artikel over de Vijf Pijlers van Preventie zit ook een nuttig en praktisch toepasbaar schema:

Tenslotte verwijs ik naar andere artikelen op onze website bij Aanpak GPP:
- Pandemieregels van de Goede Pandemie Praktijk
- Plan van het World Health Network met massaal testen
- Een haalbaar en afdoende geacht alternatief voor de gecompliceerde en onwerkbare maatregelenladders van VWS onder Ernst Kuipers:


