Oversterfte door pandemie

Inleiding: belang van bepaling oversterfte

Er is sprake van een pandemie als een infectieziekte zich ongecontroleerd en explosief verspreidt over veel verschillende landen en regio’s, en daarbij leidt tot ziekte en/of overlijden. Het is belangrijk om de impact van een pandemie te bepalen en te blijven monitoren, zodat vastgesteld kan worden in welke mate maatregelen noodzakelijk zijn om de pandemie te bedwingen. De meeste effectieve maatregelen brengen immers economische kosten met zich mee en kunnen ook de individuele vrijheid beperken.

De impact van de pandemie van week tot week kan op diverse manieren bepaald worden, elk met voor- en nadelen:

  • Registratie van positieve testen: dit vereist een breed opgezet testbeleid met teststraten en laboratoria. Je weet nooit of iedereen zich echt laat testen bij klachten, zelfs als het verplicht is. Zelfs als dat wel gebeurt weet je niet hoe ernstig het acute ziekteverloop is, laat staan op de lange termijn. Zo zagen we vanaf lente 2022, toen de testplicht verviel en iedereen te horen kreeg dat Covid19 toch mild was geworden (omikron!) dat er binnen de kortste keren helemaal niet meer werd getest. Ook zelftesten konden dat niet opvangen, want men kon de testuitslagen niet kwijt bij de officiële instanties en een positieve testuitslag had geen consequenties.
  • Registratie van ziekenhuis- of IC-opnames: dit geeft een goed inzicht in de ziektelast en de druk op de maatschappij. Echter als je besmettingen op laat lopen tot ziekenhuizen vol liggen, dan ben je véél te laat met het nemen van maatregelen bij de verwachte exponentiële groei. Dit is herhaaldelijk gebleken. Artsen moeten ook bij elk ziektegeval beoordelen of het een slachtoffer van de pandemie betreft. Zoals we in 2020 en 2021 hebben gezien twijfelt de maatschappij al snel of patiënten dóór de ziekte opgenomen zijn of alleen maar (toevallig) mét de ziekte. Ziekenhuizen willen ook liever af van de administratieve last. Sinds juni 2024 is men in Nederland helemaal gestopt met het rapporteren van ziekenhuisopnames. Acute besmettingen leidden nauwelijks meer tot ziekenhuisopnames. Het ziektebeeld van Long Covid werd daarbij echter volledig genegeerd.
  • Meting van virusdeeltjes in rioolwater: dit is een eenvoudige manier om de viruslast te bepalen, zelfs lokaal voor gebieden behorende bij een afvalwaterstation, terwijl bewoners er niets voor hoeven te doen. Ook hier is het nadeel dat virus-last lastig te vertalen is naar ziekte-last. Deze nadelen hebben we redelijk kunnen ondervangen in onze weekberichten, maar het blijft moeilijk om mensen te overtuigen dat die enorm hoge pieken toch echt betekenen dat er heel veel mensen ziek worden en dat een deel zelfs voor de rest van hun leven invalide of arbeidsongeschikt zal raken.
  • Registratie van overlijdens door de pandemie: in de eerste fase van de coronapandemie werd overal ter wereld minutieus bijgehouden hoeveel mensen aan de ziekte overleden. Echter ook daar sloeg de twijfel toe: de meerderheid vermoedde dat artsen veel te snel de conclusie trokken dat Covid19 de doodsoorzaak was, terwijl artsen daar in feite juist heel terughoudend in waren. Registratie van Covid19 als doodsoorzaak was, ook na een positieve test, nooit verplicht. Hoe dan ook, toen men meende dat alleen ouderen en kwetsbaren nog konden overlijden aan een acute covid19-besmetting, waren rapportages van overlijdens snel afgelopen.
  • Bepaling van de oversterfte door de pandemie: hierbij gaat het erom vast te stellen hoeveel méér overlijdens er zijn, bijvoorbeeld per week, dan je zou verwachten als er geen pandemie zou zijn. Dit is een goede kanshebber om de impact te bepalen, immers het CBS registreert sowieso minutieus de sterfte van week tot week, per leeftijdsgroep en geslacht. Verder is iedereen het erover eens dat extra sterfgevallen neerkomen op verloren levensjaren voor de voortijdig overledenen en veel leed voor de nabestaanden. Uiteindelijk schaadt oversterfte ook de economie.

In februari 2023 hebben wij, toen nog als Alleburgers, in de publicatie Oversterfte sleutelfactor uiteengezet hoe de oversterfte bepaald kan worden, wat de voor- en nadelen zijn van de diverse methoden, hoe dit gebruikt kan worden bij het bepalen van de impact van de pandemie, en ook hoe de uitkomsten van de oversterfte in verschillende landen vergeleken kunnen worden.

Omdat we bezwaren hadden tegen de door het CBS gebruikte methode voor het bepalen van de oversterfte, hebben we eigen analyses uitgevoerd en zijn uiteindelijk stap voor stap gekomen tot eigen methodes zoals extra sterfte per week t.o.v. de gemiddelde sterfte in de jaren 2010-2019, of zelfs t.o.v. het laagste kwartiel van de weeksterfte in 2010-2019. Deze methoden zijn beschreven op de pagina Info weekberichten. Deze analyses leidden wel tot schokkende uitkomsten in 2023 en zeker in 2024 en 2025: vaak honderden extra doden per week, zelfs in periodes dat er weinig Covid rondging.

Toch bleek dit niet de verwachte wake-up call, ook al waren wij lang niet de enigen die aan de bel trokken. Gijs van Loef wijst al jaren op de extreem hoge oversterfte in Nederland, vooral in vergelijking met andere Europese landen. Ook de antivax-beweging (Maurice de Hond, Theo Schetters, Ronald Meesters) bleef aandringen op extra onderzoek naar de hoge oversterfte, omdat zij meenden dat die juist aan de vaccinaties moest liggen. Ten onrechte, want dat verband is keer op keer weerlegd.

De overheid liet alles van zich afglijden. Wel was een onderzoeksprogramma door ZonMW opgezet, waarin 21 deelonderzoeksprojecten gefinancierd werden, 11 voltooid in 2023, en 9 (lijn 3) voltooid in 2024. Die leverden geen bijzondere resultaten op: oversterfte in 2020-2021 was zoals verwacht te verklaren door sterfte aan acute Covid19-besmettingen en uitgestelde zorg, en was juist niet gecorreleerd met vaccinaties. Een commissiedebat over oversterfte van de Tweede-Kamercommissie volksgezondheid op donderdag 20 februari j.l., een jaar eerder aangevraagd door Agnes Joseph van NSC, liep met een sisser af. Het CBS stelde immers dat de blijvend hoge oversterfte in Nederland gewoon aan de vergrijzing te wijten was. Daarmee was de kous af.

In dit artikel vergelijken we nogmaals de verschillende methoden om de oversterfte gedurende de hele pandemie tot nu toe te bepalen, vanaf begin 2020 t/m 2025 week 16. Om eindelijk af te rekenen met het bezwaar dat al deze methoden het effect van vergrijzing op de oversterfte niet meenemen, voegen we tot slot een eigen versie van een Age-Standardised Mortality Rate (ASMR) analyse toe, die het effect van bevolkingsgroei én de vergrijzing neutraliseert en toch blijvende oversterfte laat zien.

Oversterfte RIVM vanaf 2021-06 [info]

De oversterftebepaling t.g.v. infectieziekten, extreme weersomstandigheden en milieurampen is sinds januari 2024 in handen van het RIVM. Zij bepalen niet langer oversterfte t.g.v. de pandemie door vergelijking met sterftecijfers vóór de pandemie, en men brak daarmee met de tot dan toe gebruikte methodiek van het CBS. Het RIVM beoogde hiermee plotselinge verhogingen in de sterfte t.o.v. voorgaande jaren snel in kaart te brengen, zoals ze ook vóór de pandemie hadden gedaan. Kennelijk meende men dat de speciale rol van Covid19 uitgespeeld was: het 146e en laatste OMT-advies stelde met zoveel woorden dat Covid19 voortaan behandeld moest worden als een “gewone luchtweginfectie”. Er werd ook geen rekening gehouden met de gevolgen van Long Covid. Ten onrechte! Al in mei 2023 constateerden wij, nadat de WHO begin 2023 verklaard had dat Covid19 niet langer een Public Health Emergency of International Concern (PHEIC) was, dat dat geenszins betekende dat de pandemie voorbij was!

Op de webpagina Monitoring sterftecijfers Nederland geeft het RIVM aan wat zíj verstaan onder oversterfte. Het komt erop neer dat de verwachte weeksterfte in de periode van juli 2024 t/m juni 2025 bepaald wordt op basis van de sterfte in de voorgaande 5 jaren, van juli 2019 t/m juni 2024 (waarbij de 25% hoogste pieken weggelaten worden). Op die manier kun je inderdaad wel een “tijdelijke, bijzondere stijging” in de sterfte vaststellen, door een griepepidemie, hitte- of koudegolf of een natuurramp. Deze methode is echter ongeschikt om de langetermijneffecten van de coronapandemie te bepalen, omdat verhoogde sterfte in de coronajaren genormaliseerd wordt.

Hieronder staat het verloop van sterfte en oversterfte volgens RIVM, van juni 2022 t/m april 2025. RIVM spreekt hierbij uitsluitend van oversterfte als de sterfte buiten de brede lichtblauwe band treedt.

In de grafiek hieronder is het verloop van de oversterfte gedurende de pandemie weergegeven voor de vier beschouwde methoden. Hierin is de RIVM “oversterfte” vanaf het begin van de pandemie weergegeven met groen (de onderste curve). Hierbij moet opgemerkt worden dat tot juli 2021, waar de eigenlijke RIVM-berekening begint, de oversterfte volgens het CBS is gebruikt (geel). Verder is het absolute verschil met de verwachte sterfte bepaald, dat is het gemiddelde tussen maximum en minimum van de bandbreedte waartussen “normale” sterfte volgens het RIVM zou moeten liggen. Elke verhoogde sterfte is relevant, ook al blijft die binnen de bandbreedte, zeker als die oversterfte wekenlang aanhoudt.

Verloop van de oversterfte per week sinds 2020, het begin van de coronapandemie, tot heden. Groene lijn: RIVM-methode, gele lijn: CBS+, rode lijn: HMD gemiddelde oversterfte, en blauwe lijn: LQI.

Oversterfte volgens RIVM is bijna overal lager dan alle andere methoden, en in 2023 en 2024 treden zelfs langdurige periodes van ondersterfte op. Terwijl in de zomer van 2024 erg veel Covid19 rondging. Alleen al dat feit zou te denken moeten geven. In 2023 en 2024 vindt het RIVM alleen oversterfte tijdens de griepgolven en de JN.1 besmettingsgolf rond de jaarwisseling.

Oversterfte CBS 2020/2023 en verder CBS+ [info]

In de jaren 2020-2023 was de oversterfteberekening door het CBS in Nederland leidend. Hoewel ook die CBS-cijfers tamelijk optimistisch waren, o.a. door de oversterfte te bepalen t.o.v. verwachte sterfte inclusief griepdoden en een normale demografische trend, waren ze zeker beter dan die van het RIVM nu. Uitgangspunt waren de jaren 2015-2019, dus vóór het begin van de pandemie. Omdat de prognoses maar tot eind 2023 reikten is het CBS gestopt per 1 januari 2024. We hebben daarom de CBS-tabel met verwachte weeksterftes voor 2020-2023 uitgebreid naar 2024 en 2025, door de cijfers van 2023 aan te passen met een correctiefactor 1,00739 voor bevolkingsgroei van 2023 naar 2024, en 1,01355 van 2023 naar 2025. We noemen dit CBS+.

Het verloop van de oversterfte van 2020 t/m 2025 week 16 is in de oversterftegrafiek hierboven weergegeven met de gele lijn (2e van onder). Vooral in 2023 en 2024 liggen de waardes aanzienlijk hoger dan die van het RIVM. Week-oversterftes van 200-300 (tot 10% boven verwachting) blijken structureel, en tijdens corona- en influenzagolven worden zelfs waarden tot 400-500 bereikt. Dit zou erop kunnen wijzen dat het RIVM er volkomen naast zit om de verwachte sterfte in 2024 en 2025 te baseren op sterftes o.a. in 2023-2024. De totale cumulatieve oversterfte volgens CBS+ vanaf 2020 week 8 tot 2025 week 16 is 76.211.

Oversterfte HMD t.o.v. Gemiddelde 2010-2019 [info]

Bij de derde variant voor het berekenen van de oversterfte in Nederland gebruiken we de standaard methode van de Human Mortality Database, dus bepalen we de weeksterfte t.o.v. de gemiddelde sterfte in die week over de jaren 2010-2019, de 10 jaren voorafgaande aan de pandemie. Op die manier komen we tot het verloop in de oversterftegrafiek volgens de rode lijn. In dit verwachte gemiddelde is weer de correctiefactor voor de bevolkingsgroei t.o.v. 2020 verwerkt. Voor 2025 is de correctiefactor 1,03706 (= 18052700 / 17407585).

De rode lijn van HMD Gemiddelde ligt overal hoger dan de oversterfte volgens CBS+. De gemiddelde weekoversterfte over de 52 weken van 2023 is 416, over 2024 zelfs 434, het gemiddelde percentage oversterfte t.o.v. de verwachte weeksterfte is respectievelijk 14,6% en 15,2%. De totale cumulatieve oversterfte vanaf 2020 week 8 tot 2025 week 16 is 127.184. Dat zijn veel extra doden over 5 jaar pandemie!

Oversterfte HMD t.o.v. LQI 2010-2019 [info]

Volgens de toelichting is de oversterfte bepaald door CBS, hoe verontrustend die ook was tot eind 2023, nog een onderschatting van het dodental door de pandemie. Wij besloten daarom in 2023 om óók de oversterfte te bepalen t.o.v. het laagste kwartiel (LQI) van de weeksterftes over 2010-2019, dus prepandemie net als bij HMD t.o.v. Gemiddelde. Door het laagste kwartiel van de geregistreerde weeksterftes te nemen worden sterftepieken door ziekte, hitte en kou uitgefilterd als het ware, zodat er een betrouwbare maat is voor de verwachte basissterfte in de week. Wel pasten we een correctiefactor toe voor de bevolkingsgroei t.o.v. 2020. Voor 2025 is de correctiefactor 1,03706 (= 18052700 / 17407585).

Op die manier kwamen we uit op oversterftecijfers vergelijkbaar met die in de robuuste berekening van LowCovid Kano op X, gevalideerd door CBS/RIVM en de Amerikaanse CDC. De resulterende oversterfte is veel hoger dan in de gangbare analyses met vergelijkingen tussen Europese landen in Eurostat en Our World in Data. Toch bleken de door LowCovid Kano week na week gepubliceerde voorspellingen voor de oversterfte per leeftijdsgroep elke keer verrassend accuraat, reden waarom wij de LQI oversterftes al twee jaar lang presenteren naast de analyses door RIVM, CBS en de HMD methode t.o.v. gemiddelde over 2010-2019.

Het resultaat is weergegeven als de blauwe lijn in de oversterftegrafiek hierboven. De gemiddelde weekoversterfte volgen LQI in 2023 en 2024 is nu zelfs 535 resp. 554, dus nog zo’n 120 hoger dan bij HMD Gemiddeld. Voor de percentages is dat 19,7% resp. 20,4% in 2023 en 2024. De totale cumulatieve oversterfte vanaf 2020 week 8 tot 2025 week 16 wordt dan 159.203. Waarlijk enorm veel extra doden over 5 jaar pandemie!

Omdat er geen andere verklaring voor deze enorme oversterfte leek te zijn, in de jaren 2023-2025 waarin eigenlijk maar weinig coronadoden meer werden geregistreerd, was onze aanname tot nu toe dat het lange-termijneffecten van de coronapandemie moesten zijn. Deze waren niet meer gerelateerd aan de onregelmatig optredende golven van covidbesmettingen, zoals vastgesteld met de rioolwatermetingen, maar zouden een gevolg zijn van een algehele verslechtering van de gezondheidstoestand door Long Covid, schade aan organen en persistent virus in het menselijk lichaam.

Het verloop van het cumulatieve aantal pandemiedoden volgens LQI (blauw), Gemiddelde (rood) en CBS+ (geel) is nu als in onderstaande grafiek. De grafiek voor het cumulatieve dodental volgens RIVM hebben we weggelaten, omdat deze niets zegt door lange periodes van ondersterfte.

Bezwaren van de LQI oversterfteberekening

De gerapporteerde cumulatieve LQI oversterfte over 5 jaar pandemie is enorm hoog, kennelijk méér dan 150.000. Ook bleef deze in het vierde en vijfde jaar hoog, terwijl er nauwelijks meer officiële overlijdens aan Covid19 werden geregistreerd. Je zou dus verwachten dat onderzoekers van het RIVM en de minister van Volksgezondheid zich ernstige zorgen maken, maar men leek vastbesloten om de pandemie te vergeten, die was immers “voorbij”.

Toch was de blijvend sterk verhoogde sterfte evident, ook als men kijkt naar de totale jaarsterfte in Nederland in de jaren 2000 t/m 2024.

Wat als eerste opvalt in die jaarsterftecijfers is een duidelijke sprong van gemiddeld 150.000 in periode 2015-2019 naar gemiddeld 170.000 in periode 2020-2024, de tijd van de pandemie (die ook volgens de WHO nog steeds niet voorbij is!). Dat is zo’n 20.000 doden extra per jaar, dus gedurende 5 jaar pandemie zouden er sowieso meer dan 100.000 mensen extra overleden zijn. Bovendien was het aantal doden in de periode 2015-2019 ook al gemiddeld 10.000 hoger dan in de jaren 2000-2014, mogelijk door de heftige griepgolven. Dit totaal van 150.000 extra overlijdens komt goed overeen met de LQI-analyse hierboven en de cijfers van LowCovid Kano.

Wat verder opvalt aan de grafiek is dat de oversterfte niet afneemt naarmate de jaren in de pandemie verstrijken. Dat zou je wel verwachten als al die zogenaamde “kwetsbaren” zo langzamerhand wel overleden zouden moeten zijn. Als Covid19 in het omikron-tijdperk inderdaad “mild” zou zijn geworden. Als we eindelijk eens geléérd zouden hebben van onze fouten. Nee, de voorlopige sterfte 172.051 in 2024 is zelfs 2530 hoger dan de vastgestelde sterfte van 169.521 in 2023!

Er is wel één groot nadeel aan de LQI oversterfteberekening: er wordt geen rekening gehouden met de verhoogde natuurlijke sterfte door de vergrijzing. Het CBS gaf juist deze verklaring bij de bespreking van het hoge aantal overledenen in 2024. Als we de leeftijdsopbouw in Nederland in 2025 bezien valt een fikse verbreding op onder de 79 jaar. De leeftijdsgroep tot en met 79 jaar komt overeen met de grote geboortegolf (babyboomers) die direct na de 2e wereldoorlog begon. Deze groep heeft nu een leeftijd bereikt die ongeveer overeenkomt met de normale levensverwachting. Dat zou wel eens kunnen betekenen dat in de jaren 2015-2030 veel meer mensen overlijden dan in de jaren daarvoor. Precies wat we zien in de jaarsterftecijfers hierboven.

Het is wel erg ongelukkig dat middenin die periode van verwachte, verhoogde sterfte door vergrijzing ook nog de coronapandemie duizenden slachtoffers opeiste. Nu is dus niet duidelijk hoeveel doden direct en indirect te wijten zijn aan Covid19, en hoeveel doden “natuurlijk” zijn door de vergrijzing. Waarom geven RIVM of CBS geen inzicht in sterftecijfers waar de natuurlijke sterfte door vergrijzing uitgefilterd is?

Oversterfte gewogen per leeftijdsgroep 0-65, 65-80 en 80+

Precies dat pogen we hieronder te doen door de oversterfte in verschillende leeftijdsgroepen te wegen met de steeds veranderende absolute omvang van die groepen. De Statline sterftegegevens van het CBS zijn verdeeld over leeftijdsgroepen 0 tot 65, 65 tot 80 en 80+. Voor die leeftijdsgroepen elk apart proberen we de verwachte weeksterfte te bepalen, door de normale fractie overledenen in elke groep, in week 1 t/m 52, te vermenigvuldigen met de actuele omvang van die groep in de jaren 2020 t/m 2025. De omvang van die leeftijdsgroepen op 1 januari van elk jaar is te vinden in de CBS Open data Statline, Bevolking Kerncijfers. De normale fractie overledenen per leeftijdsgroep en per week 1 t/m 52 hebben we bepaald door het laagste kwartiel van die fracties te bepalen over de jaren 2010-2019. Op die manier kunnen we het verloop van de oversterfte, dus het verschil tussen actuele weeksterfte en de verwachte weeksterfte, bepalen over alle weken van de pandemiejaren 2020-2025, voor de 3 leeftijdsgroepen 0-65, 65-80 en 80+, én natuurlijk de totale oversterfte als som van die drie. Daarmee vinden we onderstaande grafiek. Het verloop van den oversterfte van week tot week in de groep 0-65 wordt weergegeven door de donkerblauwe lijn, voor 65-80 door de oranje lijn, voor 80+ door de groene lijn, en tenslotte voor de totale oversterfte door de lichtblauwe lijn.

Verloop van de oversterfte in leeftijdsgroepen 0-65 (donkerblauw), 65-80 (oranje), 80+ (groen) en de totale oversterfte (lichtblauw) over alle pandemiejaren 2020-2025 t/m 2025 week 14

Bovenstaande analyse is een toepassing van Age-Standardised Mortality Rate (ASMR), hoewel de gebruikte indeling in slechts 3 leeftijdsgroepen tamelijk grof is. Helaas stelt het CBS niet voldoende gegevens beschikbaar om met meer groepen te werken. Wij dringen er bij het CBS op aan om deze analyse nauwkeuriger neer te zetten, zodat de discussie over de oversterfte o.b.v. harde feiten gevoerd kan worden.

In bovenstaande oversterftegrafiek valt het volgende op:

  • We zien dezelfde hoge sterftepieken in de eerste 3 jaren van de pandemie, 2020-2022, bij de bekende grote uitbraken van Covid19;
  • In de laatste 2 jaren zijn deze sterftepieken t.g.v. Covid19 en in de laatste 2 winters t.g.v. influenza duidelijk minder hoog;
  • Overal treedt de hoogste oversterfte op in de groep 80+, gevolgd door de groep 65-80, terwijl de oversterfte in de groep 0-65 overal laag blijft. Dit terwijl de 80+ groep nog geen miljoen mensen omvat, tegen ~2,7 miljoen in 65-80 en meer dan 14 miljoen in de groep 0-65.
  • Na elke hoge piek in de oversterfte volgt steevast een korte periode van ondersterfte. Dit is een natuurlijk verschijnsel, dat weerspiegelt dat mensen die oud of verzwakt zijn ten tijde van besmetting met Covid19 (of influenza) 1-5 maanden eerder overlijden dan zonder de uitbraak gebeurd zou zijn. Deze ondersterfte-terugslag is veel minder duidelijk bij CBS+.
  • Vooral in 2024 zien we continu schommelende positieve oversterfte, ook in periodes waar géén sprake is van Covid19. Dit zou dus kunnen duiden op algehele verzwakking van de volksgezondheid door lange-termijneffecten, van Long Covid, persistent virus, orgaanschade en immuniteitsschade.

Bij nadere inspectie blijkt de totale oversterfte nog het meest aan te sluiten bij het verloop van CBS+. Vergelijking van deze twee methoden in één grafiek levert het volgende plaatje op.

In 2020 en 2021 gaan deze curves grotendeels gelijkop, daarna worden de verschillen steeds groter. Echter, de afwijking is juist tegengesteld aan wat we verwachtten toen we de 3 bezwaren tegen de CBS-oversterfteberekeningen opschreven. De demografische opbouw van de bevolking zal weliswaar verstoord zijn doordat juist veel ouderen aan Covid19 zijn overleden, maar het effect daarvan (verhoging van de oversterfte) viel kennelijk volledig in het niet bij de sterke groei van het aantal ouderen 65-80 en 80+ door de naoorlogse geboortegolf die langskomt.

In de grafiek hieronder is de cumulatieve oversterfte weergegeven voor de leeftijdsgroepen 0-65, 65-80, 80+ en de totale cumulatieve oversterfte. Tot en met week 16 in 2025 zijn de cumulatieve oversterftes in 0-65, 65-80 en 80+ resp. 68, 16.643 en 30726. De totale cumulatieve oversterfte is 47.437.

De belangrijkste conclusie hieruit is dat de totale cumulatieve oversterfte over het algemeen blijft stijgen, dus afgezien van de sporadische ondersterfte na grote oversterfte. Dus óók in periodes dat er weinig Covid rondging. De volksgezondheid blijft dus verslechteren. Eind 2024 wordt een totale sterfte van 45.144 bereikt, ongeveer de officiële sterfte door Covid. Daarna worden nog 2740 griepdoden toegevoegd, tot een maximum van 47.884 in week 12. Dan volgt de bekende terugslag van de griepgolf.

In deze grafiek is goed te zien dat Covid-sterfte vooral in de leeftijdsgroepen 65-80 en 80+ optrad. In de groep tot 65 jaar betreft het hooguit 2000 sterfgevallen. Die mogen echter niet gebagatelliseerd worden: dit kunnen vaders en moeders van gezinnen zijn, mensen in de kracht van hun leven.

Als laatste vergelijken we de cumulatieve oversterfte van de ASMR-methode nog met de CBS+ methode, en als toegift ook met de cumulatieve oversterfte van de ASMR-methode waarbij alleen de positieve oversterftes meetellen. Immers, de extra (eerder) overledenen bij een sterftegolf komen in de negatieve terugslag die erop volgt echt niet meer tot leven. Zij mogen dus niet in mindering gebracht worden op de cumulatieve oversterfte.

Cumulatieve oversterfte van 2020 t/m 2025 week 16. Blauwe lijn (boven): CBS+, rode lijn (onder): ASMR, gele lijn (er tussenin): ASMR cumulatief met alleen de positieve oversterfte.

Zo komen we dus op een schatting van het totale aantal doden van 58.453 dat direct of indirect te wijten is aan de Covid19-pandemie.

N.B.: inderdaad zijn hierbij óók inbegrepen enkele duizenden griepdoden. Als men namelijk effectieve preventie tegen Covid19 had doorgevoerd, dan zouden de griepdoden in de winters van 2023/2024 en 2024/2025 ook niet te betreuren zijn geweest. In feite zijn alle aërogene luchtweginfecties te voorkomen door een combinatie van collectieve en individuele preventieve maatregelen, zoals voorgesteld in het “Gatenkaasmodel” hieronder.

Internationaal Swiss Cheese model voor de bestrijding van infectieziekten, vrij vertaald door Alma Tostmann.

De grote sterfte in de eerste golf van de coronapandemie kan onze overheid en gezondheidszorg wellicht niet verweten worden. Wij werden allemaal door deze pandemie overvallen. Echter, vanaf de 2e golf (winter 2020/2021) hadden we beter moeten weten.

Over de vergelijking van de oversterfte in Nederland met die in andere Europese landen, waaruit bijvoorbeeld Van Loef Research de conclusie trekt dat die in Nederland véél hoger ligt (10-15%) dan elders, nog het volgende. Deze vergelijkingen mogen alleen gemaakt worden als de berekening van oversterfte in alle landen met dezelfde ASMR-methode uitgevoerd worden. Dat is in de vergelijkingen van Eurostat en Our World in Data nu niet het geval. Daarom speelt het effect van de verschillende mate van vergrijzing in de coronaperiode t.o.v. de prepandemische basisperiode een te grote rol. Van Loef laat weliswaar zien dat de vergrijzing (het aantal ouderen 65+ in vergelijking met 0-65) in andere landen vergelijkbaar is met of zelfs groter dan die in Nederland. Maar waarschijnlijk was die vergrijzing in Nederland in de periode 2010-2019 juist veel lager dan in die andere Europese landen.