Samenvatting actueel Covid19-risico 9 oktober 2026
Het besmettingsrisico voor Covid19, op basis van de rioolwatermetingen, is in week 40 fors verder gestegen. Het virusniveau is hierdoor nog juist hoog geworden, zoals we dat vorige week inderdaad al verwachtten.
Het geschatte aantal infecties in NL was in week 40 ca. 13.079 per dag, veel meer dan vorige week (10356 na correctie) en 39 keer zo hoog als op het minimum 335 in week 23: ruim 5 verdubbelingen in 17 weken. We kunnen zeker spreken van exponentiële groei. In week 40 rapporteerde 0,17% van de 9639 deelnemers aan de infectieradar-testgroep een Covid19-infectie. Wel duidelijk verhoogd sinds week 39 (0,11%), maar het percentage Covid-positieven bij infectieradar blijft nog steeds duidelijk achter bij de ontwikkeling van het virusniveau op basis van de rioolwatermetingen.

Het percentage deelnemers aan infectieradar met luchtwegklachten is na enkele historische dieptepunten in de afgelopen maanden flink gestegen, alleen was het in week 40 (5,75%) slechts iets hoger dan in week 39 (5,66%). Op de pas nieuw gelanceerde website Actualiteiten over luchtweginfecties meldt het RIVM nu “niveau van luchtweginfecties in Nederland is laag”, niet meer “heel laag” zoals vorige week. Nivel meldt dit keer verhoogde aantallen klachten over gordelroos, waterpokken, moeheid en cognitieve problemen.
In verband met de aanzwellende coronagolf met sterk verhoogd risico op besmetting en Long COVID: tot 27 november kun je nog gevaccineerd worden in Nederland. Grijp die kans! Op planjeprik.nl is de doelgroep bewust heel vaag gehouden, om economische redenen, maar in de praktijk kan iedereen ouder dan 12 jaar gratis gevaccineerd worden. Iedereen heeft namelijk contact met extra kwetsbare mensen of ouderen (aan de buitenkant zie je niet of iemand kwetsbaar is!) en iedereen is ook kwetsbaar voor Long COVID. Ook daartegen biedt vaccinatie een zekere mate van bescherming.
Aanwijzingen voor het lezen van dit bericht
Algemene onderbouwing, interpretatie en achtergrond-informatie bij de rubrieken vindt u via de [info] link in headers. Per sectie is de toelichting bij en duiding van de getoonde grafiek(en) standaard verborgen. Die is te lezen door op de titel van de toelichting te klikken. Alle grafieken en diagrammen kunnen schermvullend gemaakt worden door erop te tikken of klikken.
Mediaberichten
Kevin Ball post op LinkedIn over rechtszaken in de VS om geforceerde return-to-office (RTO) praktijken van bedrijven tegen te gaan. In de VS worden werknemers vaak geconfronteerd met verplichtingen om fysiek op kantoor te komen, ook al ontbreken maatregelen om een gezond werkklimaat te garanderen (denk aan schone lucht, zonder virusinfecties). Rechtzaken om deze RTO tegen te gaan blijken echter zeer kansrijk. In Nederland zijn ook steeds meer bedrijven die werknemers willen dwingen op kantoor te komen.
Twee weken geleden kwam #LoCovid er achter dat in heel Nederland bijna geen COVID-zelftests meer te koop zijn. Niet in drogisterijen, supermarkten en apotheken (behalve erg dure combinatietests), en evenmin in online shops. Gevraagd naar het waarom op X blijkt het RIVM zich niet druk te maken over het verdwijnen van de zelftests:

Het is “niet meer nodig” om te testen, want het coronavirus is “minder ziekmakend”. Uiteraard worden honderdduizenden LongCOVID-gevallen hier weer buiten beschouwing gelaten. Om te voorkomen dat je COVID verder verspreidt, bijvoorbeeld binnen je gezin met kwetsbare ouders of kinderen, is het wel degelijk noodzakelijk om jezelf te kunnen testen. Het lijkt er echter op dat Flowflex-testen, die verreweg het meest gebruikt werden in Nederland, van de markt gehaald zijn omdat ze niet nauwkeurig genoeg waren (vals negatief in bijna de helft van de gevallen). Hopelijk worden ze snel vervangen door betere. Goedkope zelftesten kunnen nog wel in Duitsland gekocht worden. Misschien hebt u iets aan deze vergelijkingswebsite.
Jelle Struik schreef in Medisch Contact over een hiërarchie in ziektes die onbewust wordt gehanteerd door veel artsen. Ziektes als Long COVID en ME zijn niet “sexy genoeg”, daarom schenkt de medische wereld er nauwelijks aandacht aan. Wij zijn het helemaal met Jelle eens.
Siebe Rozendal post op LinkedIn over het opdrogen van de financiering van Long COVID en ME/CVS. Hij roept op met zo veel mogelijk mensen deel te nemen aan de PAIS Protestwake op zondag 25 oktober in Den Haag!
@PrognosticChats post op X dat eind september in een ziekenhuis in Wales van de 143 COVID-gevallen 101 de ziekte IN het ziekenhuis zelf opgelopen hadden. We weten echter dat alleen in ziekenhuizen in Wales überhaupt bijgehouden wordt waar patiënten hun ziekte hebben opgelopen. Je kunt dus wel nagaan hoe dit bijvoorbeeld hier in Nederland zal zijn, waar niemand meer maatregelen neemt om virusoverdracht door de lucht te voorkomen!

De meesten van ons zullen wel meegekregen hebben met het nieuws dat minister van Volksgezondheid Sophie Hermans namens de regering aan Q-koortspatiënten excuses heeft aangeboden voor hoe de overheid deze patiënten 20 jaar lang in de kou heeft laten staan. Bass Jobsen merkt zeer terecht op dat diezelfde regering momenteel precies hetzelfde doet met de honderdduizenden LongCOVID-patiënten! Moeten zij nu ook 20 jaar wachten voordat de overheid excuses aanbiedt en een bescheiden bedrag vrijmaakt om de patiënten te helpen?
Professor Vivienne Matthies-Boon meldt op haar website dat zij volgende week deel zal nemen aan een workshop in Graz over “Ethiek van chronische ziekten”, denk maar aan PAIS en de systematische verwaarlozing van onderzoek en zorg voor patiënten. Op de website staat een mooi overzicht van de onderwerpen waar Vivienne zich de komende jaren mee bezig gaat houden. Wij wensen haar veel succes!
Arete Akhilanda meldt op Substack dat ze als immuungecompromitteerde LongCOVID-patiënt een kuur met Pemgarda krijgt, dat zijn monoclonale antilichamen tegen COVID. “She who is never not broken” voelt zich zeer bevoorrecht en hoopt eindelijk op enige verbetering in haar langdurige ziekte. Wij steunen haar uiteraard en hopen dat deze experimentele behandeling ook vrucht zal dragen voor andere LongCOVID-patiënten.
Virusdeeltjes in rioolwater week 2026-40 [info]
Toelichting actuele landelijke rioolwaterwaarden
Sinds de website Corona Lokaal uit de lucht is, zijn we voortaan aangewezen op de ruwe data van de RWZI’s (Rioolwaterzuiveringsinstallaties), verzameld door het RIVM. Roel Griffioen heeft weliswaar de complexe berekening van Corona Lokaal weer tot leven gebracht en rapporteert elke woensdag op mastodon (#qp2t), maar in deze weekberichten baseren we de grafieken voortaan op het gewogen weekgemiddelde van de virusniveaus van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) die in de laatste weken data hebben gerapporteerd aan het RIVM.
In week 40 was het landelijk gewogen gemiddelde virusniveau 363,3 (x 1011 virusdeeltjes per 100.000 inwoners), gebaseerd op een solide 12,2 miljoen inwoners in de rapporterende RWZI-gebieden in die week. Dergelijke hoge virusniveaus hebben we sinds eind 2025 niet meer gezien. Overigens is het virusniveau 287,1 van week 39 iets bijgesteld naar 287,7.
Het infectierisico is inmiddels hoog geworden, zoals we vorige week al verwachtten. Het virusniveau is sinds het minimum van 9,32 in week 23 met een factor 39,0 verhoogd, dus ruim vijf keer verdubbeld in 17 weken. Sinds augustus is de ontwikkeling goed te beschrijven als exponentiële groei met een wekelijkse stijging van 25% (dus elke week een factor 1,25). Het ziet ernaar uit dat deze golf vergelijkbaar wordt met die van 2025, en dat terwijl er nog steeds geen nieuwe, meer agressieve variant in zicht is!
Hieronder geven wij het verloop van het weekgemiddelde van het virusniveau. De ontwikkelingen op dagelijkse basis, die we van Corona Lokaal gewend waren, zullen we niet continueren. Het aantal RWZI’s en de meetfrequentie zijn dusdanig laag, en de meetwaarden per RWZI variëren zó grillig, dat wij het verloop van het virusniveau per dag niet langer op een betrouwbare manier kunnen vaststellen.

In onderstaande grafiek tonen we een uitvergroting van de laatste ruim 2 jaar, vanaf 2024 week 15 t/m 2026 week 40, met de golven van 2024 en 2025 en nu de beginnende golf van 2026:

Landelijke spreiding van besmettingen
Toelichting virusniveau in kaart van RWZI verzorgingsgebieden
Op de website van Corona Lokaal was ook altijd een kaart te zien van de landelijke spreiding van het coronavirus over de provincies. De laatste 18 weken waren alle provincies wit gekleurd, omdat overal het virusniveau onder de 100 lag. In die coronaluwe periode was dat dus weinig informatief. De provinciekaart is tegelijk met corona-lokaal.nl verdwenen. Wij hebben ook niet de intentie om deze kaart te continueren. In plaats daarvan reproduceren we hier de RIVM-kaart met het virusniveau van de deelnemende RWZI’s, van de pagina Coronavirusdeeltjes in rioolwater van het RIVM.
Op onderstaande kaart is het virusniveau in 130 RWZI-verzorgingsgebieden weergegeven. In de gele gebieden wordt al sinds juli vorig jaar het virusniveau niet meer gemeten. Dit toont aan dat het bepalen van een landelijk gemiddeld virusniveau sinds juli 2025 een stuk minder betrouwbaar is geworden: zeker in de regio’s in het noorden en oosten van het land worden besmettingshaarden gemakkelijk gemist. De provinciekaart van Corona Lokaal zou voor Friesland, Groningen en Overijssel ook geen betrouwbaar beeld meer gegeven hebben.
In de meeste gemeten gebieden is het niveau 0 (wit), <50 (blauw 1), tussen 50 en 250 (blauw 2), tussen 250 en 500 (blauw 3) of tussen 500 en 750 (blauw 4). Er zijn 7 gebieden met een niveau tussen 750 en 1000 (blauw 5), met Amersfoort aan kop (966). Tenslotte zijn er 3 gebieden met waarden boven de 1000: Riel (1390), Sleeuwijk (1504) en Oudewater (1933!). Ook deze verwachting van vorige week is dus helaas uitgekomen.
Merk op dat het virusniveau in de drie genoemde RWZI “toppers” Oudewater, Sleeuwijk en Riel momenteel al hoger is dan de top van de hoogste landelijke pieken in 2024 en 2025, namelijk 1333 in 2024 week 39. Vooral in juist die gebieden is het dus oppassen geblazen!

Verloop van aantal besmettingen per dag
Toelichting bij het actuele aantal COVID-19 besmettingen per dag
Het is nuttig om het verband tussen virusdeeltjes in rioolwater en aantal besmettingen met Covid19 per dag, zoals gevonden door Datagraver, te gebruiken om het verloop van het aantal virusdeeltjes in rioolwater om te rekenen naar het verloop van het aantal infecties per dag. Die waarde spreekt meer aan dan een abstracte rioolwaterwaarde c.q. virusniveau.
Door de geïnterpoleerde, gewogen en gemiddelde ruwe rioolwaterdata per week te vermenigvuldigen met 36 krijgen we onderstaande grafiek, met het geschatte aantal Covid19-infecties per dag, vanaf 2020 week 40, het begin van de rioolwatermetingen.
In week 40 zouden er dan zo’n 13.079 infecties per dag in Nederland zijn geweest, dus 91.553 per week. Dat zijn cijfers die we sinds eind december 2025 niet meer gezien hebben! Wij achten 91.000+ Covid19-infecties per week uiterst zorgwekkend. Immers, als 10% langdurig klachten houdt (onderbouwing), zijn o.b.v. 2026 week 40 enkele maanden later 9100 mensen met nieuwe of verergerde LongCOVID-klachten te verwachten, waarvan er 2300 ernstig beperkt zullen zijn. Juist het grote risico op Long COVID (PAIS), als veelkoppig monster, maakt dat een Covid19-infectie veel gevaarlijker is dan een griepinfectie.
In onderstaande grafiek zijn ook de risiconiveaus Laag, Matig, Hoog, Zeer hoog en Extreem aangegeven conform onze vastgestelde tabel. Het niveau tussen de gele en oranje lijn noemen we hoog. De vorige periode met dit hoge infectierisico liep vanaf 7 augustus tot 17 december 2025. In week 8 van dit jaar is het infectierisico helemaal door niveau matig gedoken en is sindsdien laag, en van week 15-31 gering (250-1250 infecties per dag). In week 35 van dit jaar werd het niveau matig, en in week 40 (vorige week) werd het hoog.

In onderstaande grafiek is de periode van 2025 week 9 tot heden uitvergroot. Hierin is de explosieve (exponentiële!) groei van de nieuwe golf goed te zien.

Cumulatief aantal besmettingen
Toelichting cumulatief aantal besmettingen
Nu het geschatte aantal besmettingen per dag bekend is voor de hele periode vanaf 2020 week 40 tot heden, kan ook het cumulatieve aantal besmettingen vanaf het begin van de pandemie in een grafiek gezet worden, zie hieronder.
In deze versie zijn veelvouden van 18 miljoen infecties gemarkeerd, zodat direct te zien is dat pas in november 2022 Nederlanders gemiddeld één keer met Covid19 besmet waren en in juni 2024 gemiddeld twee keer. De laatste jaren gaat het minder hard, momenteel zijn Nederlanders gemiddeld 2,58x besmet. Uiteraard is er sprake van spreiding, sommigen zijn wellicht nog nooit besmet (al zal die groep uitermate klein zijn), anderen 2 tot 3 keer, en velen zullen zelfs 5 keer of vaker besmet zijn.
Dit zijn wel ondergrenzen, omdat gebleken is dat de helft van alle Covid19-besmettingen zonder symptomen verlopen, dus niet in de statistieken terug te vinden zijn. Waarschijnlijk is het totale aantal infecties dus bijna twee keer zo hoog. Dat is relevant, omdat óók asymptomatische besmettingen wel degelijk kunnen leiden tot lange-termijnklachten. Vergelijk dat eens met de griep: de meeste mensen krijgen hooguit één keer in de 5 of 10 jaar griep, terwijl Covid19 nog steeds gevaarlijker én besmettelijker is dan influenza, en veel vaker leidt tot PAIS (Post Acute Infection Syndrome), Long COVID dus.

Percentage besmette personen
Toelichting percentage deelnemers infectieradar COVID19-positief
Het percentage positief op COVID19 geteste mensen wordt bijgehouden in de RIVM-testgroep voor registratie van luchtweginfecties (infectieradar). De meest nauwkeurige data over het percentage positief Covid19-getesten in Nederland is te vinden op de RIVM-pagina Actualiteiten over coronavirus SARS-CoV-2. In week 40 was dat 0,17%, hetgeen neerkomt op 16 besmette personen in de infectieradar-testgroep (9639 deelnemers in week 40). In week 39 was dat nog 0,11%, dus er is wel sprake van een duidelijke stijging. Maar grosso modo blijft de stijging van het percentage besmette personen bij Infectieradar ver achter bij de ontwikkeling van de rioolwatermetingen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat deze meetresultaten nog steeds erg weinig patiënten betreffen, daarom is het verloop ook heel grillig. Bovendien zijn de deelnemers aan infectieradar zich waarschijnlijk goed bewust van de risico’s van (COVID-) besmetting, beter dan de gemiddelde Nederlander. Het aantal deelnemers aan infectieradar neemt ook langzaam af het laatste jaar, en wellicht haken juist de mensen die vaker geïnfecteerd raken af.
Het verloop van dat percentage vanaf 2024 week 15 t/m 2026 week 40 is weergegeven in onderstaande grafiek.
Een alternatieve aanpak om het percentage besmette personen te bepalen is om uit te gaan van de rioolwatergegevens. Als namelijk elke dag 13079 Covid-besmettingen erbij komen en besmette personen zijn ~10 dagen besmettelijk, dan zouden momenteel zo’n 130.000 mensen besmet zijn, dat is 0,73% van alle Nederlanders. Hiermee komen we dan 4,3x zo hoog uit als het percentage besmetten in de infectieradar-testgroep hierboven, dus 0,17%!
Over het algemeen vallen schattingen van het percentage besmette personen op basis van de rioolwatermetingen hoger uit dan de percentages in de infectieradar-testgroep. Hoewel de berekening o.b.v. rioolwaarden ook onzeker is, denken wij toch dat die schatting dichter de werkelijkheid benadert. Het percentage geïnfecteerden in de infectieradar-testgroep onderschat vaak de ernst van de situatie. Dat komt omdat veel mensen in de testgroep met luchtwegklachten een Covid19-zelftest doen, waarvan bekend is dat die vaak vals negatief zijn. Ook wordt een besmet persoon in de week erna niet opnieuw meegeteld, terwijl deze toch vaak 1-2 weken besmettelijk blijft. Tenslotte vermoeden wij dat de RIVM-testgroep, die geheel bestaat uit vrijwilligers, niet representatief is voor de gemiddelde Nederlander. De deelnemers zijn zich waarschijnlijk beter bewust van het infectiegevaar dan de meeste Nederlanders, en dus voorzichtiger en meer serieus bezig met preventie.

Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long COVID?
De overheid, de medische elite en alle media gingen er stilzwijgend van uit dat alle bekende ernstige LongCovid-patiënten (vaak worden aantallen van 100.000-450.000 in Nederland genoemd) in 2020 en 2021 ziek zijn geworden. In een samenvatting van een belangrijk internationaal wetenschappelijk artikel van januari 2023, die nog steeds op de homepage van C-Support staat, wordt echter duidelijk gesteld dat 10% van de COVID-infecties leiden tot langdurige klachten waarvoor geen behandeling bestaat, die meestal niet vanzelf over gaan en die vaak leiden tot een huisgebonden of bedlegerig bestaan. Long COVID dus. Ook asymptomatische COVID-infecties kunnen leiden tot Long COVID. Dat is dus een krachtig motief om niet alleen zwaar in te zetten op onderzoek naar Long COVID, maar ook alles op alles te zetten om infecties met COVID-19 te verminderen en onder controle te brengen.
Geen van beide is in Nederland gebeurd. In plaats daarvan hebben de autoriteiten, na het laatste, 146e OMT-advies in maart 2023, het narratief verspreid dat COVID-19 voortaan een gewone endemische ziekte was, een luchtweginfectie vergelijkbaar met verkoudheid en griep, uitsluitend nog gevaarlijk voor ouderen en kwetsbaren. Sporadisch werd in de media een percentage van 1-2% genoemd dat tegenwoordig nog langdurige klachten zou houden na infectie, maar eigenlijk was heel Nederland opgelucht dat we ons nooit meer zorgen hoefden te maken over COVID-19. Zo ging het dan ook: er werd in de media en onder de bevolking nooit meer gepraat over COVID-19. Zelfs niet tijdens de zelfs voor Nederlandse begrippen extreem massale uitbraak van COVID-19 door de JN.1 variant. Vreemd genoeg is de tekst op de Homepage van C-Support nooit aangepast, niet om te bevestigen dat Long COVID nu veel minder vaak voorkwam, maar ook niet om dit valse narratief te bestrijden. Misschien zou de financiering van C-Support niet gestopt zijn als de organisatie krachtiger stelling had durven nemen tegen de bagatellisering van COVID-19 en Long COVID?
Toelichting prevalentie Long COVID na COVID-19-infectie
In een vorig jaar augustus verschenen meta-analyse van 429 onderzoeken, gepubliceerd tussen 5 juli 2021 en 29 mei 2024, werd vastgesteld dat de prevalentie van Long Covid (welk deel van Covid19-infecties leidt tot Long Covid) wereldwijd zo’n 36% was! Een meta-analyse uit Kazachstan van juni 2026 van 27 onderzoeken kwam tot een prevalentie van 30,8%, te weten 37,9% bij gehospitaliseerde cohorten tegen 26,2% bij niet-gehospitaliseerde en gemengde cohorten.
In de herfst van 2025 bracht het RIVM, met een beperkt lokaal Nederlands onderzoek door uitsluitend RIVM-medewerkers, echter het “goede nieuws” dat 1 jaar na een Covid19-infectie minder dan 1% nog langdurige klachten daarvan ondervindt. De VASCO-studie, gestart met een groep van 45.000 vrijwilligers in mei 2021 en eindigend met 32.000 deelnemers in november 2023, was eigenlijk bedoeld om de effectiviteit op de lange termijn van coronavaccins te onderzoeken. Het RIVM meende uit die resultaten ook conclusies te kunnen trekken over hoe vaak de deelnemers LongCovid-klachten kregen na infectie en hoe lang die aanhielden, omdat daar in de regelmatige enquêtes toevallig ook naar gevraagd werd. Deze onderzoeksgroep was echter niet representatief voor de Nederlandse bevolking en bovendien heeft het RIVM veel twijfelachtige aannames gedaan.
Wij hebben het RIVM in een Open Brief gewezen op ernstige tekortkomingen in hun onderzoek, maar het RIVM wilde hier alleen telefonisch op reageren, niet schriftelijk. Al onze bezwaren zijn weggewuifd.
In ons artikel Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long Covid? in de rubriek Science gaan we wat dieper in op internationale onderzoeken naar de prevalentie van Long Covid. Wij zullen in onze berichtgeving voorlopig blijven uitgaan van 10% van de COVID-19 infecties die leiden tot langdurige klachten van Long Covid, terwijl een kwart daarvan ernstig beperkt wordt in leven en werken, dus 2,5%. Deze laatste groep betreft patiënten met ME-achtige klachten, POTS, PEM en MCAS, die vaak bedlegerig zijn en tot zeer weinig activiteit in staat zijn.
Het aantal aanmeldingen bij C-Support van mensen die lijden aan Long Covid is de laatste maanden weer opgelopen: van oktober 2025 t/m januari 2026 lag het rond de 120 aanmeldingen per maand, terwijl in februari, maart, april die aantallen op 155, 200, 180 en 135 per maand lagen. Veel LongCOVID-patiënten probeerden alsnog steun te krijgen van C-Support sinds het besluit van het kabinet om C-Support op te heffen na 2026. Na een aangenomen motie in de Tweede Kamer om 6 miljoen vrij te maken om sluiting van C- en Q-Support in ieder geval uit te stellen (eigenlijk een fooi vergeleken met wat er werkelijk nodig is), heeft C/Q-Support in juni bekend gemaakt dat de ondersteuning toch stopt eind 2026. De financiering is onvoldoende om geloofwaardige ondersteuning te blijven bieden. Het aantal aanmeldingen in juni vloog prompt daarop omhoog naar 190 en bereikte in juli zelfs een lokaal maximum van 375 nieuwe aanmeldingen! Als patiënten ooit indringende signalen hebben afgegeven dat men het beleid afkeurt, dan is dit wel een heel duidelijk voorbeeld! Sinds begin augustus is het staatje met het aantal aanmeldingen niet meer bijgewerkt. Vermoedelijk is aanmelden bij C-Support niet meer mogelijk.
Desalniettemin zullen de huidige 34.167 aangemelde patiënten in de kou komen te staan, en honderdduizenden LongCOVID-patiënten vallen in 2027 in een diep gat!

Groei van aantal arbeidsongeschikten
Er is echter ook een andere manier om de enorme impact van Long Covid aannemelijk te maken. Als er in Nederland namelijk al 45 miljoen infecties zijn geweest, dan zou 4-10% daaraan langdurige klachten (langer dan 2 jaar) hebben overgehouden, en een kwart daarvan, dus minstens 1%, zou daardoor ernstig beperkt zijn, invalide. Hetgeen zou neerkomen op 450.000 extra invaliden in 6 jaar tijd! Dat kan toch onmogelijk aan onze aandacht ontsnapt zijn? Dat zou toch aantoonbaar moeten zijn?
In Nederland zijn mij geen statistieken bekend over invaliditeit of handicaps, mogelijk omdat dit privacygevoelige informatie is. Het CBS publiceert echter wel statistieken over het aantal mensen in Nederland met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, o.b.v. de WAO, WIA/WGA en Wajong. Dit leidt tot onderstaande opmerkelijke grafiek, die boekdelen spreekt.

Duiding verloop van het aantal arbeidsongeschikten
We zien hier een geleidelijk dalende trend van 825.000 in januari 2007 tot 750.000 in maart 2020, dus ruim 13 jaar. Deze wordt gevolgd door een snelle, lineaire stijging van 2020-03 tot 2026-04, eindigend op 837.990. Hierdoor is het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 6 jaar tijd dus opgelopen van 750.000 naar 837.990, dus door langdurige ziekte zijn 87.990 extra mensen uit het arbeidsproces verdwenen! Als we de “groene” dalende trend hadden doorgetrokken tot april 2026 zouden er die maand echter slechts 715.300 arbeidsongeschikten zijn geweest, dus eigenlijk zijn er daarom 122.690 extra arbeidsongeschikten te verantwoorden!
Daarbij moeten we bedenken dat het hier gaat om het aantal uitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid (WAO, WIA/WGA en Wajong). Daarin zitten niet de werknemers die vanwege disfunctioneren (al of niet tijdelijk) in de WW gedumpt zijn, niet de werknemers die zelf gestopt zijn met werk omdat het niet meer op te brengen was, geen onderverzekerde zelfstandigen, en evenmin de werknemers waarvan de ziekte (nog) niet erkend is door de keuringsartsen van het UWV (eind 2025 stonden er 26.700 mensen te lang op de wachtlijst voor een keuring), en tenslotte niet de mensen die verdwenen zijn uit de statistieken door overgang naar de AOW.
In dat licht bezien is de getoonde toename, die ook niet lijkt af te remmen, wel uiterst zorgwekkend. Wat is er dan gebeurd in 2020 dat deze voortdurende stijging kan verklaren? Niet de groei van de (werkende) bevolking: van 2007-2020 groeide de bevolking net zoals in de periode 2020-2025, maar in de eerste periode is het aantal arbeidsongeschikten toch juist verlaagd. Ook niet de vergrijzing, want boven de 67 verlaten mensen WAO en WIA en komen in de AOW. Niet de sterfte door de pandemie, overledenen verdwijnen juist uit deze statistiek. Ook zeker niet de vermeende oversterfte door vaccinaties. Het zijn ook niet school- en sectorsluitingen of lockdowns, want die zijn in 2022 definitief beëindigd. Wat dan? Bestrijdingsmiddelen, PFAS, microplastics, vapes (vooral bij jongeren, maar juist afname van roken bij ouderen), toenemende werkdruk en stress? Waarom dan juist vanaf 2020?
De relatie tussen Long COVID en arbeidsongeschiktheid wordt gelegd door o.a. het Care and Public Health Research Institute (CAPHRI, Maastricht) in een recent artikel: het percentage uitvallers uit het werkproces van juni 2020 t/m september 2022 was 17% voor LC-patiënten, 10% voor van LC herstelde patiënten en 9% voor mensen die nooit LC hadden. Dat is een aanzienlijk verschil. Het zegt echter nog niets over hoe LC gediagnostiseerd is, hoeveel mensen dus feitelijk LC hadden en daardoor uitgevallen zijn, en evenmin hoe deze percentages zich in de latere jaren ontwikkeld hebben. Zulk onderzoek, gepubliceerd bijna 4 jaar na dato, is eigenlijk mosterd na de maaltijd.
Wat #LoCovid betreft is de conclusie duidelijk: na het beschikbaar komen van vaccins in 2021 werden de maatregelen tegen verspreiding van Covid19 stuk voor stuk opgeheven, omdat er veel minder ziekenhuisopnames en overlijdens waren. Vervolgens hebben heftige coronagolven grote massa’s mensen besmet en telkens opnieuw herbesmet. De meesten werden er niet meer doodziek van, er waren nog maar weinig ziekenhuis- en IC-opnames, maar bij velen trad wel grote schade op aan diverse organen, al of niet direct zichtbaar, en dat leidde tot een heel scala aan ziektebeelden, zoals ME/CVS, PEM, POTS, MCAS, Parkinson, diabetes, dementie en cognitieve schade, hartklachten en beroertes, die veelal invaliderend waren, deels in ernstige mate. Allemaal verschijningsvormen van Long Covid, maar de meeste zijn nooit als zodanig herkend laat staan gediagnostiseerd!
Deze bizarre trendbreuk en de onstuitbare toename van arbeidsongeschikten, die nauwelijks een andere verklaring toelaat dan de onbelemmerde groei van het aantal LongCOVID-patiënten, gecombineerd met het feit dat er voor Long COVID nog steeds geen therapie of geneesmiddel is, sterkt onze overtuiging dat de enige manier om dit proces te stoppen is het beperken van het aantal COVID-infecties. Helaas hebben we over die vorm van preventie nog niets gehoord. De preventie waar dit kabinet het wel eens over heeft blijkt neer te komen op “gezonder leven”: minder roken en drinken, gezonder eten, meer bewegen. Soms wordt er gedoeld op (meer) vaccinaties. Echter over het voorkómen van COVID-infecties geen woord. Ook structurele onderzoeken naar behandeling of genezing van LongCovid-patiënten, zodat ze weer aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen en weer aan het werk kunnen, komen er niet. De financiering van onderzoek naar Long Covid en expertisecentra dreigen juist helemaal stopgezet te worden.
SARS-CoV-2 Variants of Concern/Interest [info]
Twee weken geleden was er eindelijk een update van de kiemsurveillance van het RIVM, met in week 34-38 in totaal 41 onderzochte monsters. Tijd voor een nieuwe grafiek over de impact van varianten.
Toelichting variantenanalyse
De relatieve voorkomens van relevante “Variants of Concern” (VOC) en “Variants of Interest” (VOI) van het SARS-CoV-2 virus in Nederland (kiemsurveillance RIVM) zouden een indicatie moeten geven welke nieuwe bedreigingen te verwachten zijn, welke varianten uitsterven en welke sterk in opkomst zijn. De variantenanalyse wordt uitgevoerd op monsters ingestuurd door deelnemers aan de RIVM infectieradartestgroep met luchtwegklachten.
De geactualiseerde dataset wordt normaal gesproken één keer per twee weken gepubliceerd, maar als er weinig SARS-CoV-2 rondgaat en het aantal monsters schaars wordt de frequentie van de updates verlaagd. Dat is nu al sinds maart het geval, slechts één keer in de 4 weken wordt een overzicht gepresenteerd van de gevonden varianten in genomen monsters. Dan worden er weer 4 weken aan gegevens toegevoegd, tot 2 à 3 weken geleden. Dat heeft weinig met de actualiteit te maken natuurlijk. En dan nog blijken in de nieuw gepubliceerde weken slechts 0 tot 8 SARS-CoV-2 monsters getest te zijn.
Dat moet toch veel beter kunnen? Zelfs als we ervan uitgaan dat uitsluitend monsters van deelnemers aan infectieradar getest kunnen worden, dan nog zouden bij 5% gemelde luchtwegklachten in de groep van 10.000 deelnemers elke week wel 500 monsters opgevraagd en onderzocht kunnen worden. Dat aantal lag van juni t/m augustus echter rond de 75 monsters per week. Als daarvan een paar procent SARS-CoV-2 blijkt te bevatten blijft er niet veel over om te testen op coronavarianten.
Het aantal luchtweginfecties, zeker Covidinfecties, is in augustus-september wel flink verhoogd, dus in de deze week gepubliceerde dataset waren er in de weken 35-37 respectievelijk 11, 14 en 13 monsters onderzocht. Het begint dus aan te trekken, maar van week 38 is nog maar één monster onderzocht.
Sinds januari 2026 verbeelden we de absolute aandelen van de verschillende varianten in het aantal infecties per dag in een grafiek, door de relatieve aandelen per variant te vermenigvuldigen met het geschatte aantal infecties per dag o.b.v. de rioolwatermetingen. Op deze manier wordt de impact van de varianten het best in beeld gebracht, zie de grafiek hieronder.
In de bijgekomen weken blijkt nog steeds variant XFG (“Stratus”) dominant te zijn. Variant BA.3.2 komt sinds week 33 niet meer voor, tot week 36 nog wel wat NB.1.8.1 (“Nimbus”). In week 34 t/m 38 werden ook 4 varianten niet herkend. Dat tekent de laksheid waarmee het RIVM te werk gaat, al maanden zijn er geen nieuwe varianten opgespoord in Nederland.
Het RIVM publiceert zelf ook de resultaten van de kiemsurveillance. Daaruit blijkt dat ze hun eigen data nauwelijks bekijken:

Ook de opmerking dat de volgende update pas op 28 oktober komt “omdat er momenteel zeer weinig mensen met COVID-19 zijn” zou lachwekkend zijn als het niet zo treurig is.

Infectieradar week 2026-39 [info]
Toelichting infectieradar
Het percentage mensen met klachten van acute luchtweginfecties, o.b.v. meldingen door een groep vrijwilligers aan het RIVM, geeft op elk moment een idee van het besmettingsrisico op rondgaande respiratoire infecties. Daaronder vallen alle infecties die zich verspreiden via aerosols of druppeltjes die uitgestoten worden bij hoesten, niesen, praten en zingen, en via mond of neus en ademhaling anderen kunnen infecteren. Voorbeelden zijn diverse typen influenza, “gewone” verkoudheidsvirussen (rhinovirus, coronavirus, parainfluenza, seizoenscoronavirussen), RS virus, en natuurlijk sinds 2019 ook SARS-CoV-2.
In week 40 rapporteerde 5,75% van de deelnemers van de infectieradar-testgroep een luchtweginfectie. Dat percentage is nu 7 weken op rij gestegen vanaf het historische minimum 1,96% in week 33. Toch wordt op de recent gelanceerde website Actualiteiten over luchtweginfecties nog doodleuk gemeld: Update 7 oktober 2026: niveau van luchtweginfecties in Nederland is laag! Niet meer “heel laag” dus, maar toch! Die nieuwe site is op zich een goed idee en hij bevat veel informatie, maar kennelijk is het RIVM niet in staat de juiste conclusies te trekken uit hun eigen informatie. Het ontbreekt steeds aan urgentie.
In onderstaande grafiek met het verloop van de percentages mensen met luchtwegklachten sinds 2020 week 45 hebben we sinds een paar weken geleden behalve het percentage in de hele infectieradar-testgroep (groene lijn) ook het percentage in de groep 0-24 jarigen weergegeven. Week 38 liet een schrikbarend hoge uitschieter zien: 22,2%! Het aantal luchtweginfecties is bij jongeren traditioneel fors hoger (tot 30%), maar deze stijging is echt zorgwekkend. Gelukkig is dit percentage in week 39 weer teruggezakt naar 11,6%. Doordat het aantal 0-24 jarigen in de infectieradar-testgroep gering is (enkele tientallen per week) is het verloop heel grillig.

Toelichting respiratoire infecties bij de infectieradargroep
Rapportage van het wekelijkse aantal positief geteste monsters in Nederlandse laboratoria, voor uitbraken van bijvoorbeeld influenza, RS of rhinovirus, is niet ideaal. Het zegt namelijk niets over het aantal besmettingen per dag, en zelfs niet hoeveel mensen in Nederland in die week aan griep of RS lijden. Het hangt sterk af van het aantal mensen waar überhaupt een monster van wordt genomen, welke mensen dat zijn en waarom ze getest zijn. Dit in tegenstelling tot rioolwatermetingen voor SARS2 en het percentage positief getesten in de infectieradartestgroep. Daar kun je, onder voorbehoud, wél uit afleiden wat het percentage besmette personen ongeveer zal zijn.
Op de grieppagina van het RIVM staat behalve het aantal geconstateerde griepgevallen bij Nivel-huisartsen ook een grafiek “Griepvirus in monsters van deelnemers aan infectieradar”. Daar staan óók de percentages positieve monsters voor andere respiratoire infecties, zoals COVID19 en RSV. Omdat monsters in die groep consequent genomen worden bij deelnemers die symptomen hebben kunnen we die getallen gemakkelijker vergelijken en omrekenen naar geschatte percentages voor heel Nederland. Dit zullen we in de toekomst ook inderdaad gaan doen, mits er voldoende onderzochte monsters zijn (en dat laat vaak te wensen over). Hieronder geven we een vergelijking van vastgestelde COVID-, RSV-, Adenovirus-, Humaan metapneumovirus-, influenza- en parainfluenza-infecties sinds begin dit jaar. Rhinovirus zullen we vrijwel nooit laten zien, want dat komt het hele jaar door zo veel voor dat het de meeste andere infecties overschaduwt.
In week 39 zien we 7,25% COVID19 bij de 138 genomen monsters, hetgeen neerkomt op 10 gevallen in de infectieradar-testgroep. Ook hier valt de stijging van het aantal positieve COVID-besmetten tegen in vergelijking met de forse stijging van SARS-CoV-2 virusdeeltjes in de rioolwatermetingen.
Overigens heeft het RIVM aangegeven bij de infectieradar enquêtes voortaan niet meer te vragen naar positieve zelftests. Of dat betekent dat voortaan alle COVID-tests in het laboratorium uitgevoerd zullen worden is echter de vraag.

Toelichting IC-opnames voor luchtweginfecties
Sinds enkele weken publiceert het RIVM op de nieuwe site Actualiteiten over luchtwegklachten ook weer het aantal IC-opnames per week met een luchtweginfectie geregistreerd door stichting NICE (Nationale Intensive Care Evaluatie). Publicatie van aantallen IC-opnames en ziekenhuisopnames vanwege COVID, door NICE en LCPS (Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding), is in april 2024 al gestopt. Nu zijn deze gegevens dus weer beschikbaar, met dit verschil dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt in het type luchtweginfectie. Dat kan dus COVID betreffen, maar ook influenza, RSV of andere infecties.
Hieronder tonen we de grafiek van de aantallen IC-opnames per week vanaf 2022 week 40 t/m 2026 week 40. Wij menen dat deze grafiek heel wat duidelijker is dan de spaghettigrafiek van het RIVM. In deze grafiek is dus niet te zien welke infectie het betreft, maar dat zullen we later dit jaar proberen te verhelpen door te vergelijken met “wat er heerst” in de betreffende periode. De eerste twee pieken, in 2022 en 2023 betreffen ongetwijfeld COVID-golven, daarna gaat influenza het overnemen.
We kunnen in ieder geval aflezen dat buiten epidemieën en COVID-golven een “normaal” niveau van IC-opnames is tot 40 per week. Daaruit kunnen we afleiden dat in week 38-40 al een lichte verhoging te zien is. Waarschijnlijk is dit t.g.v. COVID, want influenza en RSV heersen momenteel niet.

Deelname aan infectieradar?
Overigens wil ik ook deze keer graag een lans breken voor deelname aan het panel van infectieradar. Naast de rioolwatermetingen (helaas alleen voor SARS-CoV-2) zijn de resultaten van infectieradar de belangrijkste graadmeter voor wat er in Nederland heerst aan infectieziekten die via de luchtwegen overgedragen worden. De laatste maanden bespeur ik een geleidelijke afname van het aantal deelnemers aan de infectieradar-testgroep. Waren er in de wintermaanden soms meer dan 11.000 wekelijkse deelnemers, vanaf mei dit jaar schommelt het aantal deelnemers steeds rond de 9500. Deze week waren er slechts 9639.
Deelname is een kleine moeite: als je geen klachten hebt ben je in één minuut klaar met het invullen van de wekelijkse enquête. Heb je wel klachten, dan ben je enkele minuten kwijt. Het RIVM kan hier echter gegevens uit afleiden die van onschatbare waarde zijn. De gezondheid van de deelnemers wordt daarbij ook goed gemonitord. Bovendien krijg je gratis Covid19-zelftests en/of testmateriaal om op te sturen. Persoonlijk vind ik deze opzet van het RIVM een van de beste nieuwe initiatieven sinds het begin van de pandemie. Geef het RIVM geen reden om zich te beroepen op te weinig deelnemers (zoals bij de variantenanalyse hiervoor)!
Overige infecties en gezondheidsklachten – Nivel
Toelichting Nivel Surveillance Bulletin
In de wekelijkse overzichten van diverse besmettelijke ziektes gevonden in de Nivel Peilstations hebben we de afgelopen jaren kunnen volgen dat sinds het opheffen van de maatregelen tegen Covid19 in het voorjaar van 2022 niet alleen Covid flink rondgegaan is, maar ook andere besmettelijke ziekten enorm huisgehouden hebben in Nederland. We zagen achtereenvolgens heftige uitbraken van longontsteking, RSV, mazelen, roodvonk (strep-A), kinkhoest, waterpokken, vijfde ziekte en krentenbaard (zie weekberichten). Sommige konden deels verklaard worden uit een afnemende vaccinatiegraad (mazelen, kinkhoest), maar meestal greep men in Nederland terug op het nonsens-begrip immuniteitsschuld of een “inhaaleffect van gemiste infecties door de coronamaatregelen”. Dit terwijl aantasting van het immuunsysteem door Covid19-besmettingen een veel logischer verklaring is.
In het Nivel Surveillance Bulletin van 2026 week 40 wordt de status van veel infectieziektes en andere gezondheidsklachten in NL belicht. In week 40 hebben de huisartsen van Nivel wel tamelijk veel monsters (27) van patiënten met luchtwegklachten laten onderzoeken, maar slechts 12 daarvan waren positief: 7x rhinovirus, 3x parainfluenzavirus en 2x enterovirus. En weer géén SARS-CoV-2 zou ik willen toevoegen, COVID-19 geeft meestal weinig ernstige klachten, en de meeste patiënten kennen het patroon nu wel door alle herinfecties. Ze gaan daar kennelijk niet voor naar de huisarts.

Toelichting kinkhoest (Pertussis)
Omdat in de nazomer van 2023, rond week 34, het aantal kinkhoestgevallen een enorme vlucht nam en gedurende heel 2024 tot een langdurige golf van besmettingen leidde, nemen we ook nu weer een kijkje in de door Nivel gemelde gevallen. Toevallig blijken er recent ook kleine oplevingen te zijn geweest (zie grafiek hieronder). Na de megagolf van 2024 hebben we 2 jaar lang nauwelijks gevallen van kinkhoest gehad, maar in week 34 leek het weer te beginnen. In week 35 en 36 zakte het aantal gevallen weer in, maar in week 37 en week 40 was het weer iets verhoogd.
Misschien neemt de immuniteit tegen kinkhoest, opgedaan na een infectie, erg langzaam af, zodat significante uitbraken slechts één keer in de paar jaar voorkomen. We zullen het de komende winter weer kritisch volgen.
De immuniteit door besmetting is uiteraard een aanvulling op de immuniteit door de standaard vaccinatie van jonge kinderen (DKTP). Helaas loopt het aantal gevaccineerde kinderen de laatste jaren terug, mogelijk doordat het pushen van coronavaccinaties het vertrouwen in vaccinaties heeft aangetast. Dat is eeuwige zonde. Eigenlijk zou deze vooral voor jonge kinderen erg gevaarlijke “100 dagen hoest” nooit meer voor hoeven komen.

Toelichting Krentenbaard (Impetigo)
De verhoogde prevalentie van krentenbaard (impetigo), gebruikelijk in de zomer de afgelopen jaren, is dit jaar wel erg vroeg gestart, al in week 23. Het leek in week 25 even mee te vallen, maar in week 26 t/m 32 rees het echt de pan uit. Na week 34 viel het aantal gevallen terug naar het (verhoogde) zomerse niveau van voorgaande jaren. De jaarlijks terugkerende golf lijkt nu op zijn einde te lopen. Als dit de komende weken doorzet zullen we deze infectieziekte niet meer opnemen in deze selectie.
In de bovenste grafiek heeft Nivel het aantal gevallen bij alle leeftijden weergegeven vanaf 2023 week 1 t/m 2026 week 39. In de onderste grafiek zijn de gevallen uitgesplitst over leeftijdsgroepen 0-4, 5-14, 15-64 en 65+, voor 2025 en 2026. Daarin is vooral te zien dat krentenbaard vrijwel uitsluitend voorkomt bij jonge kinderen, vooral de groep 0-4 jaar.
Krentenbaard, dat vooral voorkomt bij kinderen, uit zich door zweren en blaasjes in het gezicht, vooral om neus en mond. Het is misschien niet echt gevaarlijk, maar wel heel vervelend. Het vocht uit opengebarsten blaasjes is ook erg besmettelijk. Volgens #LoCovid is dit één van de ziektes die sinds het begin van de pandemie vaker en heftiger voorkomen, mogelijk gemaakt door schade aan het immuunsysteem, veroorzaakt door Covid-besmettingen.

Toelichting meningitis / encefalitis, Hersen(vlies)ontsteking
Meningitis en encefalitis zijn ontstekingen van het hersenvlies resp. de hersenen zelf. De ontstekingen kunnen veroorzaakt zijn door bacteriën (meestal pneumokokken of meningokokken), maar ook door virussen. De klachten kunnen heftig zijn (misselijkheid en hoofdpijn) en hebben soms een lange nasleep. Omdat ziekteverwekkers vrijwel uitsluitend via het bloed de hersenen kunnen bereiken gaat de ontsteking vaak met bloedvergiftiging gepaard.
In onderstaand overzicht is te zien dat in de weken 34-39 het aantal gevallen van meningitis bij Nivel huisartsen wat verhoogd is. Helaas is de vertikale schaal van de grafiek niet geschikt gekozen, zodat de verhoging slecht zichtbaar is. Toch lijkt de verhoging hier en daar wel 100% te zijn! In week 40 lijkt de prevalentie weer terug op normaal te zijn gekomen. Als dit volgende week zo blijft, laat ik meningitis weer uit de selectie.

Toelichting Gordelroos (Herpes Zoster)
Het sinds het begin van vorig jaar sterk verhoogde vóórkomen van gordelroos (Herpes Zoster) blijkt bijzonder hardnekkig, vooral in de categorie 65+ is het al anderhalf jaar flink verhoogd, 30-90% meer dan normaal. Het is bekend dat het herpesvirus, latent aanwezig in veel patiënten, na een covidinfectie weer kan opleven. Dat is één van de schadelijke effecten van een covidbesmetting: reactivatie van slapende virussen in ons lichaam. Er is wel een goed vaccin tegen herpes zoster, maar bijna niemand krijgt het. Het is tamelijk duur (ca. 350 euro) en de meeste mensen moeten het zelf betalen. Alleen de groep die in het lopende jaar 60 wordt kreeg het tot nu toe gratis aangeboden. Het lijkt er nu echter op dat na een motie in de Tweede Kamer alle ouderen tussen 60 en 70 jaar uitgenodigd zullen worden voor een (gratis) vaccinatie. Het werd echt hoog tijd! Het is alleen nog steeds niet voldoende, want de mensen van boven de 70 worden weer gepasseerd. Zij worden kennelijk afgeschreven, misschien omdat ze worden gezien als minder nuttig voor de maatschappij?
De prevalentie van gordelroos is ook dit jaar, net als in 2025, duidelijk hoger dan in de jaren 2023 en 2024. In week 10 t/m 13 was het niveau zelfs flink hoger dan in 2025. Vanaf week 14 stabiliseerde het gelukkig en zit het vanaf week 16-17 weer min of meer op het verhoogde niveau van 2025. Daarom blijft ons advies: als je behoort tot de risicogroep 65+ en je kunt je laten vaccineren tegen Herpes Zoster, bijvoorbeeld door de huisarts, wacht er dan niet mee. Gordelroos is een akelige en soms langdurige ziekte!

Toelichting Waterpokken
Helaas wordt er in NL evenmin ingezet op een brede vaccinatie tegen waterpokken, waarbij het Varicella Zoster virus zich in het lichaam kan nestelen en later – inderdaad -gordelroos kan veroorzaken. In onderstaande grafiek is te zien dat waterpokken dit jaar flink is rondgegaan, vooral bij kinderen: duidelijk méér dan in 2025 en 2023, een beetje vergelijkbaar met 2024. Vanaf week 34 is de prevalentie weer terug op “normale” waarden, maar in week 39 en 40 lijkt een nieuw offensief ingezet te zijn. We zijn er nog niet vanaf!

Toelichting moeheid en zwakte
Het groeiende aantal klachten bij de Nivel huisartsen over moeheid en zwakte is de afgelopen jaren een punt van zorg geworden. Dat is namelijk al meer dan een jaar duidelijk verhoogd. Het aantal klachten bij huisartsen blijkt het afgelopen jaar tot wel 30% hoger dan in vorige jaren. De verhoging zet zich voort in 2026 t/m week 40, en is weer duidelijk sterker dan vorig jaar, tot ca. 40% boven de aantallen klachten van 2 en 3 jaar geleden.
Het ligt voor de hand dat in veel gevallen sprake is van ongediagnosticeerde Long Covid. Omdat niemand meer test op Covid wordt het verband met een voorafgaande Covid-besmetting gewoon niet (meer) gelegd.

Toelichting problemen met geheugen, concentratie en oriëntatie
Vanaf 2026 week 25 publiceert het Nivel bulletin ook het aantal meldingen van mensen met geheugen-, concentratie- en/of oriëntatieproblemen. Terecht, want het valt op dat het aantal meldingen in 2025 gemiddeld 10% hoger was dan in 2024. Het jaar 2026 lijkt er nog een schepje bovenop te doen, zeker in week 23-26. Uit de onderste grafiek blijkt wel dat de klachten vooral aan het licht treden bij de groep 65+. Evengoed kunnen deze klachten een gevolg zijn van Long COVID. In week 30 en 31 zien we, net als in vorige jaren, een flinke dip. In week 32-40 wordt weer het verhoogde aantal gevallen van vorig jaar gevolgd.

Oversterfte Covid19, 2026 week 38 [info]
Het CBS heeft in week 41, een oneven week, geen nieuwe weeksterftecijfers gepubliceerd. Daarom herhalen we hieronder de ASMR-oversterftegrafieken tot en met 2026 week 38.
Toelichting ASMR oversterfte
Het CBS heeft de 2-wekelijkse sterftecijfers bijgewerkt tot en met week 38 voor de leeftijdgroepen 0-65, 65-80 en 80+, gesplitst in mannen en vrouwen. Daaruit berekenen we de ASMR-oversterfte, de gewogen oversterfte per leeftijdsgroep en de totale oversterfte.
De forse oversterfte, toegeschreven aan de griepgolf in de eerste maanden van 2026, begon in week 2 en zette zich voort tot week 9. Na verwerking van alle nameldingen zijn er in totaal 1766 extra overlijdens geweest. In week 10 t/m 24 werd deze gevolgd door ondersterfte, tot zover 1873 overlijdens, met een uitschieter van -311 in week 11. Merk op dat ondersterfte na een periode van oversterfte door ziekte heel gebruikelijk is. Het betekent dat de meeste extra overlijdens ouderen en zwakkeren betreft, bij wie het overlijden t.g.v. de infectie met een paar weken of maanden vervroegd is. Hier overtreft de ondersterfte zelfs de eerdere oversterfte. Mogelijk is dit nog compensatie van de oversterfte in de langgerekte coronagolf van 2025, of zelfs van de enorme coronasterfte in de jaren 2020 t/m 2022. We gaan er hieronder verder op in.
Hoe dan ook, de ondersterfte is in week 25 gestopt (+19) en wordt direct gevolgd door een forse oversterftepiek van 458 in week 26. Deze oversterfte is ongetwijfeld het gevolg van de hittegolf in week 26. De oversterfte zet zich echter voort in week 27 (+169) en week 29 (+105). In totaal zijn er door de hittegolf dus minstens 751 mensen extra overleden. Dat zijn er weer méér dan we 2 weken geleden nog meldden. Nameldingen kunnen soms vele weken later nog binnenkomen. Ook dit cijfer, 751, staat mogelijk nog niet vast.
De ondersterfte die onvermijdelijk op de hitte-oversterfte volgde beliep in week 29 t/m week 38 nu in totaal 877 minder doden dan verwacht. In week 38 was de ondersterfte nog -61.

We kunnen stellen dat de enorme oversterfte van in totaal 751 extra sterfgevallen in het begin van deze zomer, in week 25 t/m 28, de eerste duidelijk herkenbare slachtoffers van de klimaatcrisis in Nederland zijn. Maar ondanks de zorgwekkende omvang van deze groep klimaatslachtoffers is dit nog maar het begin. Het zal de komende jaren snel erger worden. En ondertussen worden harde maatregelen tegen de fossiele industrie in de EU weer uitgesteld. Ook in Nederland zijn maatregelen tegen de fossiele industrie als sneeuw voor de zon verdwenen. Dat is het kabinet-Jetten aan te rekenen.
Toelichting vergelijking oversterfteanalyses LQI, RIVM en ASMR
In onderstaande grafiek wordt de totale ASMR-oversterfte (zwarte lijn) vergeleken met het oversterfteverloop volgens het RIVM (groen) en ons oversterfteverloop o.b.v. vergelijking met het laagste kwartiel van sterfte in periode 2010-2019 (LQI, rood).
Hier is te zien dat de LQI-oversterfte (die al jaren rond de 500 extra sterfgevallen per week zit, maar deze LQI-oversterfte houdt geen rekening met de vergrijzing) en de RIVM-oversterfte beide last hebben van het “eindejaarseffect”, zelfs in nog grotere mate dan de ASMR.
De RIVM-oversterfte is niet gevoelig voor de effecten van de vergrijzing, omdat de sterfte vergeleken wordt met de verwachte sterfte o.b.v. de voorafgaande 5 jaar, dus inclusief continue extra coronasterfte. We zien dan ook dat er belangrijke verschillen optreden tussen ASMR en RIVM, vooral in perioden dat er veel covid rondgaat. Zoals in de herfst van 2024 en 2025 het geval was. Misschien dat de verschillen in de komende jaren langzaam kleiner worden, als sterfte aan een acute Covidbesmetting steeds minder vaak voorkomt, maar we weten natuurlijk nog niet hoe de sterfte t.g.v. zich opstapelende orgaanschade door Covid zich gaat ontwikkelen.
De oversterftepiek door de hittegolf in week 26 treedt uiteraard ook op bij LQI en RIVM. Ten opzichte van ASMR is de RIVM-piek zelfs hoger (~500). Ook de RIVM-grafiek geeft de laatste weken ondersterfte aan, al is die wat minder geprononceerd dan bij ASMR.

Toelichting cumulatief positieve oversterfte
In onderstaande grafiek tenslotte hebben we de cumulatief positieve oversterfte van 2020 t/m 2026 week 38 uitgezet voor LQI, ASMR en RIVM, dat is de totale opgetelde oversterfte vanaf 2020 week 12 waarbij tijdelijke ondersterfte genegeerd wordt. De totale oversterfte voor LQI is al opgelopen tot 199.811, die behalve de COVID-sterfte van 50.000 voor een belangrijk deel te wijten is aan de vergrijzing door de na-oorlogse geboortegolf van mensen die nu tegen de 80 lopen. De grafieken voor ASMR en RIVM lijken elkaar niet veel te ontlopen, maar het verschil zal in de loop van de jaren misschien verder oplopen. De cumulatief positieve oversterfte volgens ASMR is inmiddels opgelopen tot 63.246. Die zijn niet uitsluitend op het conto van Covid19 te schrijven, want de laatste drie jaar speelt ook de sterfte door griep weer een rol en in mindere mate door RSV en natuurlijk de hittegolf. We weten echter dat ook die andere infectieziekten nauwelijks slachtoffers zouden hebben geëist als we in Nederland effectieve preventie tegen de verspreiding van het coronavirus hadden ingezet.

In bovenstaande grafiek hebben we voor het eerst ook de cumulatieve ASMR-oversterfte opgenomen, d.i. de som van alle oversterfte (opgeteld) en ondersterftes (afgetrokken) tot een bepaalde week. De resulterende lijn stijgt bij corona-sterftegolven en daalt weer wat door de ondersterfte ná dergelijke golven. We zien dat de curve overwegend blijft stijgen tot ongeveer 48.000 begin 2025, en pas daarna langzaam begint af te nemen. Hieruit zou je kunnen concluderen dat de sterfte t.g.v. de pandemie nog lang niet is gecompenseerd! M.a.w. tienduizenden mensen zijn vele jaren eerder uit het leven gerukt dan het moment waarop zij zonder de pandemie gestorven zouden zijn. Totdat deze curve weer terug is bij 0 zal er dus een basisniveau van structurele ondersterfte zijn, die we vanaf 2025 ook inderdaad zien.
Bij elke korte epidemie of hittegolf wordt de oversterftepiek in de maanden erna volledig gecompenseerd door een terugslag van ondersterfte, waarna weer een periode van lichte ondersterfte volgt. Maar voor de coronapandemie is dat nog lang niet het geval.
Conclusie: actueel risico [info]
De maandenlange coronaluwe periode is maanden geleden, in augustus, definitief beëindigd. Na een historisch minimum is het besmettingsrisico vanaf begin juni gestegen, met aan het einde van de zomervakantie nog een extra boost. Stijging kon niet uitblijven, want immuniteit tegen de meeste door de lucht overgedragen infecties vervaagt snel. Ook van COVID-19 is dat al jaren bekend. Dus ook als er geen nieuwe gevaarlijke of nóg besmettelijker variant in zicht is, zoals nu, is de immuniteit op een gegeven moment zo vervaagd dat het reproductiegetal weer boven de 1 komt. Dan komt er weer een uitbraak, de volgende golf. Nog altijd gaat vooral XFG rond, terwijl de meeste mensen juist tegen deze variant de meest recente immuniteit opgedaan hebben. Toch ontwikkelt zich een heftige golf, waarbij het besmettingsrisico in week 40 voor het eerst hoog is. Wel een golf die nog steeds als ongevaarlijk wordt afgeschilderd door het RIVM, de hoeders van de volksgezondheid. Er is dus nog steeds geen enkele preventie. Als er nu echter een nieuwe, meer besmettelijke variant zich aandient, dan is er geen houden meer aan. Die nieuwe variant zou ook nog eens ziekmakender kunnen zijn. Het RIVM neemt echt een enorm risico door deze golf te bagatelliseren. En de LongCOVID-patiënten stromen sowieso wel binnen.
Laat je vaccineren nu het nog kan!
In verband met de aanzwellende coronagolf met sterk verhoogd risico op besmetting en Long COVID: tot 27 november kun je nog gevaccineerd worden in Nederland. Grijp die kans! Op planjeprik.nl is de doelgroep bewust heel vaag gehouden, om economische redenen, maar in de praktijk kan iedereen ouder dan 12 jaar gratis gevaccineerd worden. Iedereen is namelijk kwetsbaar voor Long COVID en ook daartegen biedt vaccinatie een bepaalde mate van bescherming.
De meeste maatregelen om COVID in de kiem te smoren zijn niet bijzonder belastend en kunnen relatief eenvoudig tot uitvoering gebracht worden door de overheid, maar ze kosten tijd en geld (dat overigens snel terugverdiend kan worden). Het is zaak dat we de regering massaal wijzen op haar verantwoordelijkheid in deze.
Ons advies
Blijf, waar mogelijk, beschermende maatregelen nemen om besmetting te voorkomen, zolang de overheid en maatschappelijke instanties dat verzuimen:
- Draag indien mogelijk een goed masker (ffp2, ffp3) op binnenlocaties.
- Vermijd massale bijeenkomsten, zeker voor langere periodes binnen.
- Werk zoveel mogelijk thuis.
- Als je twijfelt of je besmet bent, doe dan een zelftest, liefst meerdere dagen achtereen, óók als je geen of weinig symptomen hebt.
- Dring op je werkplek en bij scholen aan op ventilatie en het gebruik van hepafilters. Ventileer ook thuis veel en laat een hepafilter draaien.
- Houd feestjes zoveel mogelijk buiten, desnoods onder een party-tent, vooral in de zomer moet dat kunnen.
- Als je de kans krijgt, laat je dan vaccineren! In de praktijk blijken veel meer mensen in aanmerking te komen voor een gratis booster dan de bewust beperkt geformuleerde doelgroep doet vermoeden op planjeprik.nl. Het vaccin verkleint niet alleen de kans op ernstige ziekte en ziekenhuisopname maar beperkt in de eerste maanden na de vaccinatie ook de kans op besmetting, verspreiding van het virus en zelfs de kans op langdurige schade en klachten, Long COVID dus!
Toolbox
We beschikken al jaren over een complete toolbox aan preventieve maatregelen, zoals te zien in het bekende “gatenkaasmodel” hieronder. De meeste maatregelen zijn de verantwoordelijkheid van de overheid, maar omdat die al jaren verstek laat gaan moeten we er zelf het beste van zien te maken met de individuele maatregelen in de eerste vijf plakjes.

Merk op dat geen van de bekende maatregelen hierboven op zich garanderen dat je een besmetting vermijdt. Met name de collectieve maatregelen rechts verlagen elk apart de kans op besmetting misschien maar met 50%. Als je ze echter consequent inzet zal het verspreidingsgetal R onder de 1 zakken, zodat elke uitbraak snel (exponentieel) zal uitdoven. Dan zijn we dus allemaal veilig! Juist dát is het cruciale belang van de collectieve maatregelen.
Bij het WHN-artikel over de Vijf Pijlers van Preventie zit ook een nuttig en praktisch toepasbaar schema:

Tenslotte verwijs ik naar andere artikelen op onze website bij Aanpak GPP:
- Pandemieregels van de Goede Pandemie Praktijk
- Plan van het World Health Network met massaal testen
- Een haalbaar en afdoende geacht alternatief voor de gecompliceerde en onwerkbare maatregelenladders van VWS onder Ernst Kuipers:

