Weekbericht Covid19 2026-30

Samenvatting actueel Covid19-risico 24 juli 2026

Het besmettingsrisico voor Covid19, op basis van de rioolwatermetingen, is nog steeds gering, maar er is al 6 weken een stijgende tendens: een nieuwe coronagolf dient zich aan. Het geschatte aantal infecties in NL was op 14 juli 919 per dag en in week 29 meldde 0,04% van de deelnemers aan RIVM infectieradar een Covid19-infectie.

Bij afwezigheid van een nieuwe, meer besmettelijke variant, zal de nieuwe golf vooralsnog niet heftig worden. De afvlakking van de stijging in de laatste week is mogelijk te danken aan de vakanties en schoolsluitingen in de zomer. Veel Nederlanders gaan naar het buitenland, zodat Covid19 zich ook daar weer kan gaan verspreiden.

Het percentage deelnemers aan infectieradar met luchtwegklachten is al enkele weken historisch laag, in week 29 was dat 2,25%. Nivel meldt wel verhoogde aantallen klachten over waterpokken, gordelroos, krentenbaard, zonnesteek & uitdroging, moeheid en cognitieve stoornissen.

De cijfers voor de weeksterfte zijn door het CBS bijgewerkt tot 2026 week 28. De forse ASMR-oversterfte in week 2 t/m 9 van in totaal 1760 extra doden, toegeschreven aan de uitbraak van influenza, werd gevolgd door een lange periode van compenserende ondersterfte in week 10 t/m 24, in totaal 1922.

De hittegolf van eind juni heeft ook zijn tol geëist, tot nu toe een totale oversterfte van 664 in week 25 t/m 28. Door nameldingen zal dit vermoedelijk nog oplopen. De groep 80+ had de meeste oversterfte (461), maar ook in de groepen 65-80 en 0-65 waren er veel extra sterfgevallen, resp. 165 en 38. De hittegolfdoden zijn feitelijk de eerste onmiskenbare slachtoffers in Nederland van de klimaatcrisis. Ze zullen helaas niet de laatsten zijn, want het wordt de komende jaren nog veel erger!

LET OP: Algemene onderbouwing, interpretatie en achtergrond-informatie bij de rubrieken vindt u via de [info] link in headers. Per sectie is de toelichting bij de getoonde grafiek(en) op de actuele situatie standaard ingeklapt. Die is te lezen door erop te tikken of klikken.

Virusdeeltjes in rioolwater week 2026-28 [info]

N.B. De website Corona Lokaal van Reinout Kalahiri, waar wij voorheen onze gegevens over corona-virusdeeltjes in rioolwater op baseerden, is helaas gestopt. Wij zijn voortaan aangewezen op de ruwe data van de RWZI’s (Rioolwaterzuiveringsinstallaties), verzameld door het RIVM. Vooralsnog maken wij gebruik van de omrekeningssoftware die Kalahiri met ons heeft gedeeld, en die door Roel Griffioen weer tot leven is gebracht. totdat we zelf de ruwe data kunnen omrekenen naar betrouwbare landelijke cijfers.

Toelichting actuele landelijke rioolwaterwaarden

De meest recente betrouwbare landelijke meetwaarde was 25,5 (x 1011 virusdeeltjes per 100.000 inwoners) op 14 juli. Dat is wat lager dan de 28,0 van 7 juli. Het weekgemiddelde van week 28 was 29,2, en van (halve) week 29 was het 22,6.

Conclusie: het virusniveau is nog steeds gering, maar een nieuwe coronagolf kondigt zich aan. De afvlakking in de laatste week, na 5 weken stijging, is vermoedelijk het gevolg van sluiting van de scholen en het vertrek van veel Nederlanders naar vakantiebestemmingen in het buitenland. Dit geeft een dip in het virusniveau, maar voor de weken in augustus verwachting wij een verdere stijging.

Hieronder geven wij het verloop van het weekgemiddelde van het virusniveau. De ontwikkelingen op dagelijkse basis, die we van Corona Lokaal gewend waren, zullen we niet continuëren. Het aantal RWZI’s en de meetfrequentie zijn dusdanig laag, en de meetwaarden per RWZI variëren zó grillig, dat wij het verloop van het virusniveau per dag niet op een betrouwbare manier kunnen vaststellen.

Eenmalig hebben we hierboven het verloop van het virusniveau in rioolwater vanaf het begin van de rioolwatermetingen weergegeven. In de toekomst zullen we volstaan met een uitvergroting van de laatste 2 jaar, met de golven van 2024 en 2025:

Landelijke spreiding van besmettingen

Op de website van Corona Lokaal was ook altijd een kaart te zien van de landelijke spreiding van het coronavirus over de provincies. De laatste 18 weken waren alle provincies wit gekleurd, omdat overal het virusniveau onder de 100 lag. In deze coronaluwe periode was dat dus niet erg informatief. De provinciekaart is tegelijk met corona-lokaal.nl uiteraard verdwenen. Wij hebben ook niet de intentie om deze kaart nieuw leven in te blazen. In plaats daarvan reproduceren we hier de RIVM-kaart met het virusniveau van de deelnemende RWZI’s, van de pagina Coronavirusdeeltjes in rioolwater van het RIVM.

Het hoogste virusniveau is nu gemeten in RWZI De Groote Zaag, het gebied rond Nieuwerkerk aan den IJssel, Ridderkerk en Lekkerkerk: 173,5. Nergens is het virusniveau boven de 250. Merk op dat uit deze kaart wel blijkt dat meting van virusdeeltjes in rioolwater nog slechts beperkt wordt uitgevoerd. Er zijn veel gaten in onze kennis, de lichtgele gebieden waar geen recente meting is uitgevoerd. Dit betreft de rioolwatermeetstations die op 7 juli 2025 definitief gestopt zijn met meten.

Verloop van aantal besmettingen per dag

Toelichting bij het actuele aantal COVID-19 besmettingen per dag

Het is nuttig om het verband tussen virusdeeltjes in rioolwater en aantal besmettingen met Covid19 per dag, zoals gevonden door Datagraver, te gebruiken om het verloop van het aantal virusdeeltjes in rioolwater om te rekenen naar een grafiek met het aantal dagelijkse besmettingen. Het geschatte aantal infecties per dag spreekt meer aan dan een abstracte rioolwaterwaarde c.q. virusniveau.

Door de geïnterpoleerde, gewogen en genormeerde ruwe rioolwaterdata per dag te vermenigvuldigen met 36 krijgen we onderstaande grafiek, met het geschatte aantal Covid19-infecties per dag, vanaf 1 oktober 2020, het begin van de rioolwatermetingen.

Op de meest recente dag met betrouwbare metingen, 14 juli, zouden er zo’n 919 infecties zijn geweest in Nederland, en 4588 in de hele voorafgaande week. Erg laag dus, in vergelijking met de meeste eerdere metingen. Toch achten wij 5000 Covid19-infecties per week niet verwaarloosbaar. Immers, als 10% daarvan langdurig klachten houdt (onderbouwing), verwachten we o.b.v. 2026 week 28 later ~500 patiënten met nieuwe of verergerde LongCOVID-klachten, waarvan er 125 ernstig beperkt zullen zijn. Juist het grote risico op Long COVID (PAIS), in al zijn verscheidenheid, maakt dat een Covid19-infectie veel gevaarlijker is dan, bijvoorbeeld, een griepinfectie.

In onderstaande grafiek zijn ook de risiconiveaus Laag, Matig, Hoog, Zeer hoog en Extreem aangegeven conform onze vastgestelde tabel. Het niveau tussen de gele en oranje lijn noemen we hoog. De vorige periode met dit hoge infectierisico liep vanaf 7 augustus tot 17 december. In week 8 van dit jaar is het infectierisico helemaal door niveau matig gedoken en is sindsdien laag, en sinds 3 april zelfs gering (250-1250 infecties per dag).

Geschat aantal Covid19 infecties per dag in Nederland, afgeleid uit het aantal virusdeeltjes in rioolwater (data van RIVM, analyse van Corona Lokaal) met factor 36, van 1-10-2020 t/m 14-7-2026.

In onderstaande grafiek is de periode van maart 2025 tot heden uitvergroot.

Cumulatief aantal besmettingen

Uitgaande van de besmettingen per dag kan ook het cumulatieve aantal besmettingen in een grafiek gezet worden:

Verloop van het cumulatieve aantal Covid19 besmettingen vanaf 1-10-2020 tot heden
Duiding cumulatief aantal besmettingen

Hier is bijvoorbeeld uit af te lezen dat pas in november 2022 Nederlanders gemiddeld 1x besmet waren, maar óók dat nu al 45,9 miljoen besmettingen een feit zijn, zodat nu, ruim 3 jaar later, Nederlanders gemiddeld al minstens 2,55x besmet zijn geweest. Dit is een ondergrens, omdat gebleken is dat de helft van alle Covid19-besmettingen zonder symptomen verlopen, dus niet in de statistieken terug te vinden zijn. Waarschijnlijk is het totale aantal infecties dus bijna twee keer zo hoog. Dat is relevant, omdat óók asymptomatische besmettingen wel degelijk kunnen leiden tot lange-termijnklachten. Vergelijk dat eens met de griep: de meeste mensen krijgen hooguit één keer in de 5 of 10 jaar griep, terwijl Covid19 nog steeds gevaarlijker én besmettelijker is dan influenza, en veel vaker leidt tot PAIS (Post Acute Infection Syndrome), Long COVID dus.

Percentage besmette personen

Toelichting percentage deelnemers infectieradar COVID19-positief

Het percentage positief op COVID19 geteste mensen wordt bijgehouden in de RIVM-testgroep voor registratie van luchtweginfecties (infectieradar). De meest nauwkeurige data over het percentage positief Covid19-getesten in Nederland is te vinden op de RIVM-pagina Actualiteiten over coronavirus SARS-CoV-2. In week 29 was dat 0,04%, hetgeen neerkomt op 4 besmette personen in de infectieradar-testgroep (9627 deelnemers in week 29). In week 28 was dat nog maar 0,02%. Het verloop van dat percentage vanaf 2024 week 15 t/m 2026 week 29 is weergegeven in onderstaande grafiek.

Duiding percentage met COVID19 besmette Nederlanders

Als er elke dag 919 Covid-besmettingen bijkomen, en besmette personen zijn ~10 dagen besmettelijk, dan zouden momenteel zo’n 9000 mensen besmettelijk zijn, dat is 0,05% van alle Nederlanders. Dat is een alternatief voor de rapportage van de infectieradar hierboven die uitkwam op 0,04%.

Over het algemeen vallen schattingen van het percentage besmette personen op basis van de rioolwatermetingen hoger uit dan de percentages in de infectieradar-testgroep. Hoewel die eerste waarde ook onzeker is, denken wij toch dat die schatting dichter de werkelijkheid benadert. Het percentage geïnfecteerden in de infectieradar-testgroep onderschat vaak de ernst van de situatie. Dat komt omdat veel mensen in de testgroep met luchtwegklachten een Covid19-zelftest doen, waarvan bekend is dat die vaak vals negatief zijn. Ook wordt een besmet persoon in de week erna niet opnieuw meegeteld, terwijl deze toch vaak 1-2 weken besmettelijk blijft. Tenslotte vermoeden wij dat de RIVM-testgroep, die geheel bestaat uit vrijwilligers, niet representatief is voor de gemiddelde Nederlander. De deelnemers zijn zich waarschijnlijk beter bewust van het infectiegevaar dan de meeste Nederlanders, en dus voorzichtiger en meer serieus bezig met preventie.

Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long COVID?

Hieronder volgt een uitklapbare toelichting bij onze stelling dat de pandemie nooit gestopt is en dat nog steeds velen slachtoffer worden van Long COVID.

Toelichting prevalentie Long COVID na COVID-19-infectie

De overheid, de medische elite en alle media gingen er stilzwijgend van uit dat alle bekende ernstige LongCovid-patiënten (vaak worden aantallen van 100.000-450.000 in Nederland genoemd) in 2020 en 2021 ziek zijn geworden. Sporadisch werd een percentage van 1-2% genoemd dat tegenwoordig nog langdurige klachten zou houden na infectie. Terwijl in een vorig jaar augustus verschenen meta-analyse van 429 onderzoeken, gepubliceerd tussen 5 juli 2021 en 29 mei 2024, werd vastgesteld dat de prevalentie van Long Covid (welk deel van Covid19-infecties leidt tot Long Covid) wereldwijd gemiddeld 36% was!

Vorig jaar herfst echter bracht het RIVM, met een beperkt lokaal Nederlands onderzoek door bijna uitsluitend RIVM-medewerkers, het “goede nieuws” dat een jaar na een Covid19-infectie minder dan 1% nog langdurige klachten daarvan ondervindt. De VASCO-studie, gestart met een groep van 45.000 vrijwilligers in mei 2021 en eindigend met 32.000 deelnemers in november 2023, was eigenlijk bedoeld om de langetermijneffectiviteit van de corona-vaccins te onderzoeken. Het RIVM meende echter uit de resultaten ook conclusies te kunnen trekken over hoe vaak de deelnemers LongCovid-klachten kregen na infectie en hoe lang die aanhielden. De onderzoeksgroep was echter niet representatief voor de Nederlandse bevolking en het RIVM heeft veel twijfelachtige aannames gedaan.

Wij hebben het RIVM in een Open Brief gewezen op ernstige tekortkomingen in hun onderzoek, maar het RIVM wilde hier alleen telefonisch op reageren, niet schriftelijk. Al onze bezwaren zijn weggewuifd.

In ons artikel Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long Covid? in de rubriek Science gaan we wat dieper in op internationale onderzoeken naar de prevalentie van Long Covid. Wij zullen in onze berichtgeving voorlopig blijven uitgaan van 10% van de COVID-19 infecties die leiden tot langdurige klachten van Long Covid, terwijl een kwart daarvan ernstig beperkt wordt in leven en werken, dus 2,5%. Deze laatste groep betreft patiënten met ME-achtige klachten, POTS, PEM en MCAS, die vaak bedlegerig zijn en tot weinig activiteit in staat zijn.

Het aantal aanmeldingen bij C-Support van mensen die lijden aan Long Covid is de laatste maanden weer opgelopen: van oktober 2025 t/m januari 2026 lag het rond de 120 aanmeldingen per maand, terwijl in februari, maart, april die aantallen op 155, 200, 180 en 135 per maand lagen. Veel LongCOVID-patiënten proberen alsnog steun te krijgen van C-Support sinds het besluit van het kabinet om C-Support op te heffen na 2026. Na een aangenomen motie in de Tweede Kamer om 6 miljoen vrij te maken om sluiting van C- en Q-Support in ieder geval uit te stellen (eigenlijk een fooi vergeleken met wat er werkelijk nodig is), heeft C/Q-Support in juni bekend gemaakt dat de ondersteuning toch stopt eind 2026. De financiering is onvoldoende om geloofwaardige ondersteuning te blijven bieden. Het aantal aanmeldingen in juni ging prompt daarop omhoog naar 190.

De huidige 33.806 aangemelde patiënten komen in de kou te staan, en honderdduizenden LongCOVID-patiënten vallen in 2027 in een diep gat!

Groei van aantal arbeidsongeschikten

Er is echter ook een andere manier om de enorme impact van Long Covid aannemelijk te maken. Als er in Nederland namelijk al 45 miljoen infecties zijn geweest, dan zouden 4-35% daaraan langdurige klachten hebben overgehouden, en een kwart daarvan, minimaal zo’n 1%, zou daardoor ernstig beperkt zijn, dus invalide. Hetgeen zou neerkomen op 450.000 extra invaliden in 6 jaar tijd! Dat kan toch onmogelijk aan onze aandacht ontsnapt zijn? Dat zou toch aantoonbaar moeten zijn?

In Nederland zijn mij geen statistieken bekend over invaliditeit of handicaps, mogelijk omdat dit privacygevoelige informatie is. Het CBS publiceert echter wel statistieken over het aantal mensen in Nederland met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, o.b.v. de WAO, WIA/WGA en Wajong. Dit leidt tot onderstaande opmerkelijke grafiek, die eigenlijk voor zich spreekt.

Duiding verloop van het aantal arbeidsongeschikten

We zien hier een geleidelijk dalende trend van 825.000 in 2007-01 tot 750.000 in 2020-03, dus ruim 13 jaar. Deze wordt gevolgd door een snelle, lineaire stijging van 2020-03 tot 2026-01 (bijna 6 jaar), eindigend op 827.870. Hierdoor is het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 5,8 jaar tijd dus opgelopen van 750.000 naar 828.000, dus door langdurige ziekte zijn 78.000 extra mensen uit het arbeidsproces verdwenen! Als we de “groene” dalende trend hadden doorgetrokken tot oktober 2025 zouden er nu zo’n 720.000 arbeidsongeschikten zijn geweest, dus eigenlijk zijn er dus 108.000 extra arbeidsongeschikten te verantwoorden!

Daarbij moeten we bedenken dat het hier gaat om het aantal uitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid (WAO, WIA/WGA en Wajong). Daarin zitten niet de werknemers die vanwege disfunctioneren (al of niet tijdelijk) in de WW gedumpt zijn, niet de werknemers die zelf gestopt zijn met werk omdat het niet meer op te brengen was, geen onderverzekerde zelfstandigen, en evenmin de werknemers waarvan de ziekte (nog) niet erkend is door de keuringsartsen van het UWV (eind 2025 stonden er 26.700 mensen te lang op de wachtlijst voor een keuring), en tenslotte niet de mensen die verdwenen zijn uit de statistieken door overgang naar de AOW.

In dat licht bezien is de getoonde toename, die ook niet lijkt af te remmen, wel uiterst zorgwekkend. Wat is er dan gebeurd in 2020 dat deze voortdurende stijging kan verklaren? Niet de groei van de (werkende) bevolking: van 2007-2020 groeide de bevolking net zoals in de periode 2020-2025, maar in de eerste periode is het aantal arbeidsongeschikten toch juist verlaagd. Ook niet de vergrijzing, want boven de 67 verlaten mensen WAO en WIA en komen in de AOW. Niet de sterfte door de pandemie, overledenen verdwijnen juist uit deze statistiek. Ook zeker niet de vermeende oversterfte door vaccinaties. Het zijn ook niet school- en sectorsluitingen of lockdowns, want die zijn in 2022 definitief beëindigd. Wat dan? Bestrijdingsmiddelen, PFAS, microplastics, vapes (vooral bij jongeren, maar juist afname van roken bij ouderen), toenemende werkdruk en stress? Hoezo dan vanaf 2020?

De relatie tussen Long COVID en arbeidsongeschiktheid wordt gelegd door o.a. het Care and Public Health Research Institute (CAPHRI, Maastricht) in een recent artikel: het percentage uitvallers uit het werkproces van juni 2020 t/m september 2022 was 17% voor LC-patiënten, 10% voor van LC herstelde patiënten en 9% voor mensen die nooit LC hadden. Dat is een aanzienlijk verschil. Het zegt echter nog niets over hoe LC gediagnostiseerd is, hoeveel mensen dus feitelijk LC hadden en daardoor uitgevallen zijn, en evenmin hoe deze percentages zich in de latere jaren ontwikkeld hebben. Dergelijk onderzoek, gepubliceerd bijna 4 jaar na dato, is feitelijk mosterd na de maaltijd.

Wat #LoCovid betreft is de conclusie duidelijk: na het beschikbaar komen van vaccins in 2021 werden de maatregelen tegen verspreiding van Covid19 stuk voor stuk opgeheven, omdat er veel minder ziekenhuisopnames en overlijdens waren. Vervolgens hebben heftige coronagolven grote massa’s mensen besmet en telkens opnieuw herbesmet. De meesten werden er niet doodziek meer van, maar bij velen trad wel grote schade op aan diverse organen, al of niet direct zichtbaar, en dat leidde tot een heel scala aan ziektebeelden, zoals ME, PEM, POTS, MCAS, Parkinson, dementie en cognitieve schade, hartklachten en beroertes, die veelal invaliderend waren, deels in ernstige mate. Allemaal verschijningsvormen van Long Covid.

Deze bizarre trendbreuk en de onstuitbare toename van arbeidsongeschikten, die nauwelijks een andere verklaring toelaat dan de onbelemmerde groei van het aantal LongCOVID-patiënten, gecombineerd met het feit dat er voor Long COVID nog steeds geen therapie of geneesmiddel is, sterkt onze overtuiging dat de enige manier om dit proces te stoppen is het beperken van het aantal COVID-infecties. Helaas hebben we over die vorm van preventie nog niets gehoord. De preventie waar dit kabinet het wel eens over heeft blijkt neer te komen op “gezonder leven”, maar over het voorkómen COVID-infecties geen woord. Ook pogingen om te zoeken naar mogelijkheden om LongCovid-patiënten te herstellen, zodat ze weer aan het werk kunnen, komen er niet. De financiering van onderzoek naar Long Covid en expertisecentra wordt juist stopgezet.

SARS-CoV-2 Variants of Concern/Interest [info]

Toelichting variantenanalyse

De relatieve voorkomens van relevante “Variants of Concern” (VOC) en “Variants of Interest” (VOI) van het SARS-CoV-2 virus in Nederland (kiemsurveillance RIVM) zouden een indicatie moeten geven welke nieuwe bedreigingen te verwachten zijn, welke varianten uitsterven en welke sterk in opkomst zijn. De variantenanalyse wordt uitgevoerd op monsters ingestuurd door deelnemers aan de RIVM infectieradartestgroep met luchtwegklachten. De geactualiseerde dataset wordt normaal gesproken één keer per twee weken gepubliceerd, maar als er weinig SARS-CoV-2 rondgaat en het aantal monsters schaars kan de frequentie van de updates verlaagd worden.

Sinds januari 2026 verbeelden we de absolute aandelen van de verschillende varianten in het aantal infecties per dag in een grafiek, door de relatieve aandelen per variant te vermenigvuldigen met het geschatte aantal infecties per dag o.b.v. de rioolwatermetingen. Op deze manier wordt de impact van de varianten duidelijk in beeld gebracht.

Sinds 10 juni heeft het RIVM geen variantenanalyse gepubliceerd, mogelijk omdat er te weinig monsters beschikbaar waren. Daarom herhalen we hier onze grafiek van 6 weken geleden met de absolute aandelen in het aantal dagelijkse COVID-19 infecties door de verschilende varianten. We varen momenteel praktisch blind, alhoewel het erop lijkt dat XFG en BA.3.2 nog steeds de leidende varianten zijn.

Absoluut aandeel van de diverse SARS-CoV-2 varianten in het aantal besmettingen per dag, door het relatieve aandeel per variant, uit de RIVM kiemsurveillance, te vermenigvuldigen met het geschatte aantal besmettingen per dag o.b.v. de rioolwatermetingen, van 2023 week 10 t/m 2026 week 20.

Infectieradar week 2026-27 [info]

Toelichting infectieradar

Het percentage mensen met klachten van acute luchtweginfecties, o.b.v. meldingen door een groep vrijwilligers aan het RIVM, geeft op elk moment een idee van het besmettingsrisico op rondgaande respiratoire infecties. Daaronder vallen alle infecties die zich verspreiden via aerosols of druppeltjes die uitgestoten worden bij hoesten, niesen, praten en zingen, en via mond of neus en ademhaling anderen kunnen infecteren. Voorbeelden zijn diverse typen influenza, “gewone” verkoudheidsvirussen (rhinovirus, coronavirus, parainfluenza), RS virus, en sinds 2019 ook SARS-CoV-2.

In week 29 rapporteerde 2,25% van de deelnemers van de infectieradar-testgroep een luchtweginfectie. Dit is historisch laag, sinds de start van infectieradar in oktober 2020. Het zou kunnen duiden op het – voor het eerst – ontbreken van significante Covid19-infecties in de infectieluwe zomer.

Weekgemiddeld percentage van de NL bevolking met een acute luchtweginfectie vanaf 2020 week 45 t/m 2026 week 29, o.b.v. meldingen aan RIVM (infectieradar-testgroep)

Overige infecties en gezondheidsklachten – Nivel

Toelichting Nivel Surveillance Bulletin

In de wekelijkse overzichten van diverse besmettelijke ziektes gevonden in de Nivel Peilstations hebben we de afgelopen jaren kunnen volgen dat sinds het opheffen van de maatregelen tegen Covid19 in het voorjaar van 2022 niet alleen Covid flink rondgegaan is, maar ook andere besmettelijke ziekten enorm huisgehouden hebben in Nederland. We zagen achtereenvolgens heftige uitbraken van longontsteking, RSV, mazelen, roodvonk (strep-A), kinkhoest, waterpokken, vijfde ziekte en krentenbaard (zie weekberichten). Sommige konden deels verklaard worden uit een afnemende vaccinatiegraad (mazelen, kinkhoest), maar meestal greep men in Nederland terug op het nonsens-begrip immuniteitsschuld of een “inhaaleffect van gemiste infecties door de coronamaatregelen”. Dit terwijl aantasting van het immuunsysteem door Covid19-besmettingen een veel logischer verklaring is.

In het Nivel Surveillance Bulletin van 2026 week 29 wordt de status van veel infectieziektes en andere gezondheidsklachten in NL belicht. In week 29 werden door Nivel maar 3 monsters onderzocht, dat zegt dus niets over de rondgaande luchtweginfecties, behalve dat er waarschijnlijk weinig zijn.

Toelichting Krentenbaard (Impetigo)

De verhoogde prevalentie van krentenbaard (impetigo), gebruikelijk in de zomer de afgelopen jaren, is dit jaar wel erg vroeg gestart, al in week 23. Het leek in week 25 even mee te vallen, maar in week 26 t/m 29 rijst het echt de pan uit. Krentenbaard, dat vooral voorkomt bij kinderen, uit zich door zweren en blaasjes in het gezicht, vooral om neus en mond. Het is misschien niet echt gevaarlijk, maar wel heel vervelend. Het vocht uit opengebarsten blaasjes is ook erg besmettelijk. Volgens #LoCovid is dit één van de ziektes die sinds het begin van de pandemie vaker en heftiger voorkomen, mogelijk door schade aan het immuunsysteem veroorzaakt door Covid-besmettingen.

Toelichting Gordelroos (Herpes Zoster)

Het sinds het begin van vorig jaar sterk verhoogde vóórkomen van gordelroos (Herpes Zoster) blijkt bijzonder hardnekkig, vooral in de categorie 65+ is het al meer dan een jaar flink verhoogd, 30-90% meer dan normaal. Het is bekend dat het herpesvirus, latent aanwezig in veel patiënten, na ’n covidbesmetting weer kan opleven. Dat is weer één van de vele schadelijke effecten van een covidbesmetting: reactivatie van slapende virussen in ons lichaam. Er is wel een goed vaccin tegen herpes zoster, maar bijna niemand krijgt het. Het is tamelijk duur en patiënten moeten het zelf betalen. Alleen mensen die dit jaar 60 worden krijgen het gratis aangeboden, al is recentelijk sprake van het vergroten van deze groep.

De prevalentie van gordelroos is ook dit jaar, net als in 2025, duidelijk hoger dan in de jaren 2023 en 2024. In week 10 t/m 13 was het niveau zelfs flink hoger dan in 2025. Vanaf week 14 stabiliseerde het gelukkig en zit het vanaf week 16-17 weer op het verhoogde niveau van 2025. Persoonlijke noot: zelf heb ik ervoor gekozen me te laten vaccineren tegen Herpes zoster. Ik heb als kind immers waterpokken gehad en sinds 2020 minstens één COVID-infectie doorstaan. Met mijn 65+ behoor ik dus duidelijk tot de risicogroep.

Toelichting Waterpokken

Helaas wordt er in NL evenmin ingezet op een brede vaccinatie tegen waterpokken, waarbij het Varicella Zoster virus zich in het lichaam kan nestelen en later – inderdaad -gordelroos kan veroorzaken. In onderstaande grafiek is te zien dat waterpokken bij kinderen flink rondgaat: duidelijk méér dan in 2025 en 2023, een beetje vergelijkbaar met 2024.

Toelichting moeheid en zwakte

Het groeiend aantal klachten bij de Nivel huisartsen over moeheid en zwakte is de afgelopen jaren een punt van zorg geworden. Dat is namelijk al meer dan een jaar duidelijk verhoogd. Het aantal klachten bij huisartsen blijkt het afgelopen jaar tot wel 30% hoger dan in vorige jaren. Er is wel een flinke dip te zien in de kerst- en nieuwjaarsweek. De verhoging zet zich voort in 2026 t/m week 29, al springt het aantal meldingen van week tot week grillig op en neer.

Het ligt voor de hand dat hier vaak sprake is van ongediagnosticeerde Long Covid. Omdat niemand meer test op Covid wordt het verband met een voorafgaande Covid-besmetting gewoon niet meer gelegd.

Toelichting problemen met geheugen, concentratie en oriëntatie

Vanaf 2026 week 25 vermeldt het Nivel bulletin ook het aantal meldingen van mensen met geheugen-, concentratie- en/of oriëntatieproblemen. Terecht, want het valt op dat het aantal meldingen in 2025 gemiddeld 10% hoger was dan in 2024. Het jaar 2026 lijkt er nog een schepje bovenop te doen, zeker in week 23-26. Ook deze klachten kunnen volgens ons een gevolg zijn van Long COVID.

Toelichting klachten door hitte

Tenslotte geeft het Nivel-bulletin sinds kort ook het verloop van het aantal klachten door kou of warmte, in dit geval uiteraard i.v.m. de extreme hittegolf die ons land in zijn greep hield in week 26. Inderdaad zagen we in week 26 het aantal klachten door de hitte verdubbelen. Ook in week 27 is het aantal klachten nog verhoogd, maar daarna gaat het terug naar normaal.

Ook het aantal gemelde gevallen van zonnesteken piekte scherp in week 26, zakte in week 27 flink terug, maar bleef in week 28 en 29 toch verhoogd.

Tenslotte heeft ook het aantal gevallen van uitdroging sterk gepiekt in week 26 en 27, en in week 28 en 29 volgt nog een nasleep. Uitdroging treft vaker kinderen van 0-4 jaar en 65+-ers.

Dat deze hitteklachten serieuze consequenties hebben zien we in de sectie over Oversterfte.

Toelichting respiratoire infecties bij de infectieradargroep

Rapportage van het wekelijkse aantal positief geteste monsters in Nederlandse laboratoria, voor uitbraken van bijvoorbeeld influenza, RS of rhinovirus, is niet ideaal. Het zegt namelijk niets over het aantal besmettingen per dag, en zelfs niet hoeveel mensen in Nederland in die week aan griep of RS lijden. Het hangt sterk af van het aantal mensen waar überhaupt een monster van wordt genomen, welke mensen dat zijn en waarom ze getest zijn. Dit in tegenstelling tot rioolwatermetingen voor SARS-CoV-2 en het percentage positief getesten in de infectieradartestgroep. Daar kun je, onder voorbehoud, wél uit afleiden wat het percentage besmette personen ongeveer zal zijn.

Op de grieppagina van het RIVM staat behalve het aantal geconstateerde griepgevallen bij Nivel-huisartsen ook een grafiek “Griepvirus in monsters van deelnemers aan infectieradar”. Daar staan óók de percentages positieve monsters voor andere respiratoire infecties, zoals COVID en RSV. Omdat monsters in die groep consequent genomen worden bij deelnemers die symptomen hebben kunnen we die getallen makkelijk vergelijken en omrekenen naar geschatte percentages voor heel Nederland. Dit zullen we in de toekomst ook inderdaad gaan doen. Hieronder geven we alvast een vergelijking van vastgestelde COVID-, RSV- en influenza-infecties sinds begin dit jaar. Indien nodig en zinvol zullen we ook andere gevonden virussen in de vergelijking betrekken. Rhinovirus zullen we vrijwel nooit laten zien, want dat komt het hele jaar door zo veel voor dat het de andere infectie overschaduwt.

In week 29 zien we noch influenza noch RSV, maar wel 4,08% SARS-CoV-2 in de 49 onderzochte monsters. Dat komt dus neer op 2 Covidinfecties in de infectieradar-testgroep. Hierboven zagen we echter 4 Covidinfecties in die groep. Dat was dus inclusief 2 personen die een zelftest hebben gedaan.

Oversterfte Covid19, 2026 week 26 [info]

Toelichting ASMR oversterfte

Het CBS heeft de 2-wekelijkse sterftecijfers weer bijgewerkt tot en met week 26 voor de leeftijdgroepen 0-65, 65-80 en 80+, gesplitst in mannen en vrouwen. Ook deze week kunnen we de geactualiseerde grafiek t/m week 28 dus publiceren (klik op de grafiek voor een grote afbeelding).

De forse oversterfte, toegeschreven aan de griepgolf in de eerste maanden van 2026, begon in week 2 en zette zich voort tot week 9. Na verwerking van alle nameldingen zijn er in totaal 1760 extra overlijdens geweest. In week 10 t/m 24 werd deze gevolgd door ondersterfte, tot zover 1922 overlijdens, met een uitschieter van -311 in week 11. Merk op dat ondersterfte na een periode van oversterfte door ziekte heel gebruikelijk is. Het betekent dat een deel van de extra overlijdens ouderen en zwakkeren betreft, bij wie het overlijden t.g.v. de infectie met een paar weken of maanden vervroegd is. Hier overtreft de ondersterfte zelfs de eerdere oversterfte. Mogelijk is dit een vertraagde compensatie van de oversterfte in de langgerekte coronagolf van 2025.

Hoe dan ook, de ondersterfte is in week 25 gestopt en deze wordt direct gevolgd door een forse oversterftepiek van 440 in week 26. Deze oversterfte is ongetwijfeld het gevolg van de hittegolf in week 26. De oversterfte zet zich echter voort in week 27 (+138) en week 28 (+73). In totaal zijn er door de hittegolf dus minstens 664 mensen extra overleden. Minstens, want door nameldingen van sterfgevallen zullen deze aantallen nog verder oplopen.

In de leeftijdsgroep 80+ vielen de meeste slachtoffers (461), gevolgd door leeftijdsgroep 65-80 (165), maar ook in de groep 0-65 jaar was duidelijke oversterfte (38).

De zomer is nog maar net begonnen en nu zijn er al zoveel slachtoffers! Voor deze zomer is ook een super El Niño verwacht die tot grote weerextremen zal leiden.

Het is niet uitgesloten dat bij de honderdduizenden LongCOVID-gevallen in Nederland veel mensen al zodanig verzwakt zijn en kwetsbaar dat juist in deze zwaar getroffen groep veel hitteslachtoffers gevallen zijn.

Verloop van de oversterfte in leeftijdsgroepen 0-65 (groen), 65-80 (blauw), 80+ (paars) en de totale oversterfte (zwart) over alle pandemiejaren 2020 t/m 2026 week 28

We kunnen stellen dat de enorme oversterfte van 664 extra sterfgevallen in het begin van deze zomer de eerste duidelijk herkenbare slachtoffers van de klimaatcrisis in Nederland zijn. Maar ondanks de beangstigende omvang van deze groep klimaatslachtoffers is dit nog maar het begin. Het zal de komende jaren snel erger worden. En ondertussen worden harde maatregelen tegen de fossiele industrie in de EU weer uitgesteld. Ook in Nederland zijn maatregelen tegen de fossiele industrie als sneeuw voor de zon verdwenen. Dat is het kabinet-Jetten aan te rekenen.

Toelichting vergelijking oversterfteanalyses LQI, RIVM en ASMR

In onderstaande grafiek wordt de totale ASMR-oversterfte (zwarte lijn) vergeleken met het oversterfteverloop volgens het RIVM (groen) en ons oversterfteverloop o.b.v. vergelijking met het laagste kwartiel van sterfte in periode 2010-2019 (LQI, rood).

Hier is te zien dat de LQI-oversterfte (die al jaren rond de 500 extra sterfgevallen per week zit, maar deze LQI-oversterfte houdt geen rekening met de vergrijzing) en de RIVM-oversterfte beide last hebben van het “eindejaarseffect”, zelfs in nog grotere mate dan de ASMR.

De RIVM-oversterfte is niet gevoelig voor de effecten van de vergrijzing, omdat de sterfte vergeleken wordt met de verwachte sterfte o.b.v. de voorafgaande 5 jaar, dus inclusief continue extra coronasterfte. We zien dan ook dat er belangrijke verschillen optreden tussen ASMR en RIVM, vooral in perioden dat er veel covid rondgaat. Zoals in de herfst van 2024 en 2025 het geval was. Misschien dat de verschillen in de komende jaren langzaam kleiner worden, als sterfte aan een acute Covidbesmetting steeds minder vaak voorkomt, maar we weten natuurlijk nog niet hoe de sterfte t.g.v. zich opstapelende orgaanschade door Covid zich gaat ontwikkelen.

De oversterftepiek door de hittegolf in week 26 treedt uiteraard ook op bij LQI en RIVM. Ten opzichte van ASMR is de piek zelfs hoger (~500).

Toelichting cumulatief positieve oversterfte

In onderstaande grafiek tenslotte hebben we de cumulatief positieve oversterfte van 2020 t/m 2026 week 22 uitgezet voor LQI, ASMR en RIVM, dat is de totale opgetelde oversterfte vanaf 2020 week 12 waarbij tijdelijke ondersterfte genegeerd wordt. De totale oversterfte voor LQI is al opgelopen tot 191.423, die behalve de COVID-sterfte van 60.000 voor een belangrijk deel te wijten is aan de vergrijzing door de na-oorlogse geboortegolf van mensen die nu tegen de 80 lopen. De grafieken voor ASMR en RIVM lijken elkaar niet veel te ontlopen, maar het verschil zal in de loop van de jaren misschien verder oplopen. De cumulatief positieve oversterfte volgens ASMR is inmiddels opgelopen tot 62.291. Die zijn niet uitsluitend op het conto van Covid19 te schrijven, want de laatste drie jaar speelt ook de sterfte door griep weer een rol en in mindere mate door RSV. We weten echter dat ook die infectieziekten nauwelijks slachtoffers zouden hebben geëist als we in Nederland effectieve preventie tegen de verspreiding van het coronavirus hadden ingezet.

Conclusie: actueel risico [info]

Het lijkt erop dat de maandenlange coronaluwe periode op zijn einde loopt. Na het zoveelste historische minimum in het besmettingsrisico van zes weken geleden is dat risico een maand lang alleen maar gestegen. Dat was te verwachten, want immuniteit tegen de meeste door de lucht overgedragen infecties vervaagt snel. Ook van COVID-19 is dat al lang bekend. Dus ook als er geen nieuwe gevaarlijke of superbesmettelijke variant in zicht is, is de immuniteit op een gegeven moment zo ver verlaagd dat het reproductiegetal weer boven de 1 komt. Dan komt er weer een uitbraak, de volgende golf. Variant BA.3.2 is een goede kandidaat, want in tegenstelling tot recombinant XFG is er nog nauwelijks specifieke immuniteit tegen BA.3.2 opgebouwd, terwijl de BA.3 moedervariant al 4 jaar geleden rouleerde en uitstierf.

Het feit dat er momenteel nauwelijks COVID-besmettingen zijn is geen reden om achterover te leunen. Integendeel, juist deze periode moeten we gebruiken om de algemene preventiemaatregelen op orde te brengen, zodat de volgende COVID-golf, die nu waarschijnlijk aan de deur klopt, beter onder controle te brengen zal zijn. De meeste maatregelen zijn niet bijzonder belastend en kunnen relatief eenvoudig tot uitvoering gebracht worden door de overheid, maar ze kosten tijd en geld (dat overigens snel terugverdiend kan worden). Het is zaak dat we de regering massaal wijzen op hun verantwoordelijkheid in deze.

Voor de coronabewuste lezers: het wordt (helaas) weer tijd om voorzichtig te zijn bij bijeenkomsten binnen, en de FFP2-maskers weer te voorschijn te halen als die de afgelopen maanden in de kast zijn blijven liggen, in de mening dat “Covid nu wellicht definitief voorbij is”.

Op de website van WHN hebben we al een paar maanden een Nederlands hoekje, waar behalve onze Open Brief aan het RIVM nu ook het door ons vertaalde artikel Ja, wij blijven mondkapjes dragen te vinden is, alsmede samenvattingen van onze meest recente weekberichten. Sinds enkele weken is daar ook onze Nederlandse vertaling van het belangrijke WHN-artikel Stop Transmission with the Five Pillars of Prevention aan toegevoegd. Wij hebben deze vertaling Vijf Pijlers van Preventie ook opgenomen op onze website, in het menu van Aanpak GPP. Uiteraard hebben wij het artikel “Ja, wij blijven mondkapjes dragen” ook opgenomen op onze website in het menu Science.

Ons advies

Blijf, waar mogelijk, beschermende maatregelen nemen om besmetting te voorkomen, zolang de overheid en maatschappelijke instanties dat verzuimen:

  • Draag indien mogelijk een goed masker (ffp2, ffp3) op binnenlocaties.
  • Vermijd massale bijeenkomsten, zeker voor langere periodes binnen.
  • Werk zoveel mogelijk thuis.
  • Als je twijfelt of je besmet bent, doe dan een zelftest, liefst meerdere dagen achtereen, óók als je geen of weinig symptomen hebt.
  • Dring op je werkplek en bij scholen aan op ventilatie en het gebruik van hepafilters. Ventileer ook thuis veel en laat een hepafilter draaien.
  • Houd feestjes zoveel mogelijk buiten, desnoods onder een party-tent, vooral in de zomer moet dat kunnen.
  • Als je de kans krijgt, laat je dan vaccineren!

Toolbox

We beschikken al jaren over een complete toolbox aan preventieve maatregelen, zoals te zien in het bekende “gatenkaasmodel” hieronder. De meeste maatregelen zijn de verantwoordelijkheid van de overheid, maar omdat die al jaren verstek laat gaan moeten we er zelf het beste van zien te maken met de individuele maatregelen in de eerste vijf plakjes.

Merk op dat geen van de bekende maatregelen hierboven op zich garanderen dat je een besmetting vermijdt. Met name de collectieve maatregelen rechts verlagen elk apart de kans op besmetting misschien maar met 50%. Als je ze echter consequent inzet zal het verspreidingsgetal R onder de 1 zakken, zodat elke uitbraak snel (exponentieel) zal uitdoven. Dan zijn we dus allemaal veilig! Juist dát is het cruciale belang van de collectieve maatregelen.

Bij het WHN-artikel over de Vijf Pijlers van Preventie zit ook een nuttig en praktisch toepasbaar schema:

Tenslotte verwijs ik naar andere artikelen op onze website bij Aanpak GPP: