Samenvatting actueel Covid19-risico 3 juli 2026
Op basis van rioolwatermetingen is het besmettingsrisico voor COVID-19 nog steeds gering, maar we zijn door het dal heen. De hoeveelheid SARS2-virus in het rioolwater is al 3 weken achtereen gestegen. Een nieuwe uitbraak lijkt op handen. Omdat er nog steeds geen nieuwe, meer besmettelijke variant is gesignaleerd verwachten we niet dat deze golf erg heftig zal verlopen. Wees echter op je hoede!
Het geschatte aantal infecties per dag in Nederland lag op 19 juni op 696. Helaas zijn er sinds vorige week maar 3 dagen met betrouwbare gegevens bijgekomen. Het percentage positief getesten in de infectieradar-testgroep blijft marginaal met deze week 0,01%, overeenkomend met 1 positief geteste deelnemer.

Het percentage deelnemers met luchtwegklachten in de infectieradar-testgroep is deze week 2,35%. Dat is historisch laag. Wel is krentenbaard in opmars onder kinderen tot 15 jaar, evenals waterpokken. Tenslotte meldt het Nivel een verdubbeling van het aantal klachten door kou en warmte in week 26, wat ongetwijfeld samenhangt met de extreme hittegolf die Nederland vorige week beleefde. Ook het aantal gevallen van uitdroging en zonnesteek was aanzienlijk verhoogd.
In de mediaberichten gaan we uitgebreid in op de Parlementaire Enquête Corona, waar nu 5 weken openbare verhoren zijn afgerond. We bespreken de verhoren van Paul Rosenmöller en Nienke Luijckx van verhoorweek 4 (over de schoolsluitingen), en Femke Halsema en Ferd Grapperhaus van verhoorweek 5 (avondklok en onrust).
LET OP: Algemene onderbouwing, interpretatie en achtergrond-informatie bij de rubrieken vindt u via de [info] link in headers
Virusdeeltjes in rioolwater week 2026-23 [info]
Meting 19 juni: 19,3 (x 1011 virusdeeltjes per 100.000 inwoners) volgens Corona Lokaal, gebaseerd op rioolwatermetingen van het RIVM. Dit is een ruime verdubbeling t.o.v. het historisch minimum van 9,4 op 1 juni. Het niveau van virusdeeltjes stijgt nu al 3 weken achter elkaar. Het lijkt erop dat we in Nederland nu echt door het dal heen zijn en dat een nieuwe besmettingsgolf zich aankondigt.
Er zijn maar 3 dagen met betrouwbare meetgegevens bijgekomen sinds vorige week, en sinds het minimum op 1 juni zijn 18 dagen verstreken. We zouden bij de nieuwe golf dus kunnen spreken van een verdubbelingstijd van 18 dagen. Als deze groeifactor constant blijft zouden we over 10 weken al weer op een hoog besmettingsniveau zitten. Omdat er nog steeds geen sprake is van een nieuwe, meer besmettelijke variant zal het waarschijnlijk niet zo’n vaart lopen. Net als vorig jaar zal de groei met horten en stoten gaan. Er is kennelijk nog veel immuniteit tegen de heersende varianten BA.3.2 en XFG, en die neemt langzaam maar zeker af. Als er een nieuwe golf komt zal het geringe “tekort” aan immuniteit echter weer snel aangevuld worden.
Overigens wordt op de site van Corona Lokaal gemeld dat de rapportage daar stopt per 19 juli. Na die datum zullen we onze rioolwaterdata rechtstreeks uit de ruwe data van het RIVM moeten halen. Dat vergt een tamelijk complexe berekening, terwijl de landelijke gegevens van het RIVM minder nauwkeurig zijn dan die van Corona Lokaal.
Wij willen rekenmeester Kalahiri bedanken voor de heldere rapportage bijna zes jaar lang. Wij van #LoCovid zijn echter van mening dat er nog steeds behoefte in de maatschappij is om kennis te nemen van het actuele Covid19-risico en duiding daarover te krijgen. Wij gaan dus zeker dóór!

Duiding virusdeeltjes in rioolwater
Het virusniveau 19,3 is nog steeds erg laag, maar het zegt weinig over toekomstige ontwikkelingen. De duidelijke groei in de laatste 3 weken duidt echter op het ontstaan van een nieuwe coronagolf. Hoe heftig die zal worden is nog niet duidelijk. Waarschijnlijk minder heftig dan de golf van 2025, maar dat die golf er komt is zeker, tenminste zolang we niets aan preventie doen. Voor de Covid-bewuste gemeenschap is de periode van opluchting, met méér ruimte om nuttige of leuke, maar risicovolle dingen te doen, helaas voorbij. Voor de rest van de bevolking ook, maar die is zich daar niet van bewust.
Landelijke spreiding van besmettingen
Op Corona Lokaal is ook de landelijke spreiding van het coronavirus te zien over de provincies. ALLE provincies zijn nog steeds wit gekleurd, hetgeen betekent dat overal het virusniveau onder de 100 ligt. Dit is de 16e week op rij dat dit het geval is. Sinds het begin van de rioolwatermetingen in 2020 hebben we dit nog niet meegemaakt. De provinciekaart laten we ook deze week daarom weg. Omdat de site van Corona Lokaal op 19 juli uit de lucht gaat zal de kaart ook niet terugkomen. De berekeningen voor die kaart zijn nog complexer dan de berekening van de landelijke gegevens. We verwijzen daarvoor graag naar de kaart van het RIVM.
Verloop van aantal besmettingen per dag
Toelichting bij schatting van het aantal Covid19-besmettingen per dag
Het is nuttig om het verband tussen virusdeeltjes in rioolwater en aantal besmettingen met Covid19 per dag, zoals gevonden door Datagraver, te gebruiken om het verloop van het aantal virusdeeltjes in rioolwater van Corona Lokaal om te rekenen naar een grafiek met het aantal dagelijkse besmettingen. Het geschatte aantal infecties per dag spreekt meer aan dan een abstracte rioolwaterwaarde c.q. virusniveau.
Door de geïnterpoleerde, gewogen en genormeerde data van Corona Lokaal per dag te vermenigvuldigen met 36 krijgen we onderstaande grafiek, met het geschatte aantal Covid19-infecties per dag, vanaf 1 oktober 2020, het begin van de rioolwatermetingen.

Op de meest recente dag met betrouwbare metingen, 19 juni, zouden er zo’n 696 infecties zijn geweest in Nederland, en 3843 in de hele voorafgaande week. Dergelijke aantallen infecties zijn historisch gezien laag. Toch achten wij 4000 Covid19-infecties per week niet echt weinig. Immers, als 10% daarvan langdurig klachten houdt (onderbouwing), verwachten we dus o.b.v. 2026 week 25 op termijn zo’n 400 patiënten met nieuwe of verergerde LongCovid-klachten, waarvan er mogelijk 100 ernstig beperkt zullen zijn. Dat is naar ons idee nog steeds onacceptabel!
Duiding van aantal Covid19-infecties per dag
In bovenstaande grafiek zijn ook de risiconiveaus Laag, Matig, Hoog, Zeer hoog en Extreem aangegeven conform onze vastgestelde tabel. Het niveau tussen de gele en oranje lijn noemen we hoog. De periode met dit hoge infectierisico liep vanaf 7 augustus tot 17 december. In week 8 is het infectierisico helemaal door niveau matig gedoken en sindsdien laag, sinds week 15 zelfs gering. In onderstaande grafiek is de periode van maart 2025 tot heden uitvergroot.

Hier is duidelijk te zien dat het SARS-CoV-2 virusniveau in Nederland nu gering is, maar ook dat we het dal voorbij zijn. En dat het niet lang meer zal duren voordat we naar virusniveau laag zullen gaan.
Cumulatief aantal besmettingen
Uitgaande van de besmettingen per dag kan ook het cumulatieve aantal besmettingen in een grafiek gezet worden:

Duiding cumulatief aantal besmettingen
Hier is bijvoorbeeld uit af te lezen dat pas in november 2022 Nederlanders gemiddeld 1x besmet waren, maar óók dat nu al 45,9 miljoen besmettingen een feit zijn, zodat nu, ruim drieënhalf jaar later, Nederlanders al gemiddeld minstens 2,55x besmet zijn geweest. Vergelijk dat eens met de griep: de meeste mensen krijgen hooguit één keer in de 5 of 10 jaar griep, terwijl Covid19 nog steeds gevaarlijker én besmettelijker is dan influenza, en veel vaker leidt tot PAIS (Post Acute Infection Syndrome).
N.B. Het geschatte aantal herhaalde besmettingen ligt waarschijnlijk nog flink wat hoger, omdat uit internationaal onderzoek blijkt dat bijna de helft van Covid19-infecties zonder symptomen verloopt. Dan weet de geïnfecteerde dus niet dat die besmet is. Terwijl óók een asymptomatische besmetting wel tot fysieke schade en langdurige klachten kan leiden, Long Covid dus.
Percentage besmette personen
Als er elke dag ~700 Covidbesmettingen bijkomen, en besmette personen zijn ~10 dagen besmettelijk, dan zouden momenteel zo’n 7000 mensen besmettelijk zijn, dat is ~0,04% van alle Nederlanders, 0,4 promille dus.
Percentage deelnemers infectieradar met positieve Covid19-test
Het percentage op Covid19 positief geteste mensen wordt ook bijgehouden in de RIVM-testgroep voor registratie van luchtweginfecties (infectieradar). De meest nauwkeurige data over het percentage positieve Covid19-testen in Nederland is te vinden op de RIVM-pagina Actualiteiten over coronavirus SARS-CoV-2. Het verloop van dat percentage vanaf 2024 week 15 t/m 2026 week 26 hebben we weergegeven in onderstaande grafiek. In week 26 was het weekgemiddelde 0,01%, hetgeen neerkomt op 1 gevonden besmette persoon in de testgroep van 9560 deelnemers in die week.

Duiding percentage deelnemers infectieradar besmet met Covid19
In deze grafiek zijn dezelfde patronen te herkennen als in de grafiek met het aantal infecties per dag hiervoor.
Het percentage besmette personen ligt vanaf week 10 al steeds onder de 0,1% en varieert van week tot week op een grillige manier. Als we uitgaan van een gemiddeld aantal deelnemers aan de enquêtes van infectieradar van ca. 10.000 per week, dan zullen de percentages 0,01%-0,09% in week 11-23 neerkomen op 1-9 besmette deelnemers. In week 24 echter was het aantal deelnemers aan infectieradar gehalveerd, slechts 4943. Dit kan te maken hebben met het feit dat de site 2 tot 3 dagen in onderhoud was. Het betekent ook dat het percentage van 0,08% besmette deelnemers neerkomt op 4 personen. De uitslag van week 24 is wel minder betrouwbaar hierdoor.
Het gemelde percentage 0,01% in week 24 is veel lager dan onze schatting aan het begin van deze sectie, 0,04% op basis van de rioolwatermetingen. Meestal is het percentage o.b.v. de rioolwatermetingen hoger. Hoewel er ook veel onzekerheid zit in die laatste waarde, denken wij toch dat onze schatting dichter de werkelijkheid benadert dan het percentage geïnfecteerden in de RIVM-testgroep. Die onderschat vaak de ernst van de situatie. Dat komt omdat veel mensen in de testgroep met luchtwegklachten een Covid19-zelftest doen, waarvan bekend is dat die vaak vals negatief zijn. Ook wordt een besmet persoon in de week erna niet opnieuw meegeteld, terwijl deze toch vaak 1-2 weken besmettelijk blijft. Tenslotte vermoeden wij dat de RIVM-testgroep, die geheel bestaat uit vrijwilligers, niet representatief is voor de gemiddelde Nederlander. De deelnemers zijn zich waarschijnlijk beter bewust van het infectiegevaar dan de meeste Nederlanders, dus voorzichtiger.
Infectieradar week 2026-18 [info]
Het percentage mensen met klachten van acute luchtweginfecties, o.b.v. meldingen door een groep vrijwilligers aan het RIVM, geeft op elk moment een idee van het besmettingsrisico op rondgaande respiratoire infecties. In week 26 rapporteerde 2,35% van de RIVM-testgroep een luchtweginfectie (weekgemiddelde). Dit is een historisch dieptepunt, het laagste niveau sinds het RIVM met de infectieradar-testgroep begon in november 2020.
De dataset van infectieradar met dagelijkse infectiepercentages, waarop wij onze grafieken normaal gesproken baseren, was nog steeds incompleet voor wat betreft week 24. De meetgegevens in die week zullen ook niet meer hersteld worden. Liever dan te blijven werken met een gat in de data gaan we daarom vanaf nu definitief over op de weekgemiddelden, gerapporteerd op de webpagina Infectieradar resultaten, zie de grafiek hieronder.

Overige infecties
Toelichting overige infecties uit Nivel Surveillance Bulletin
In de wekelijkse overzichten van diverse besmettelijke ziektes gevonden in de Nivel Peilstations hebben we de afgelopen jaren kunnen volgen dat sinds het opheffen van de maatregelen tegen Covid19 in het voorjaar van 2022 niet alleen Covid flink rondgegaan is, maar ook andere besmettelijke ziekten enorm huisgehouden hebben in Nederland. We zagen achtereenvolgens heftige uitbraken van longontsteking, RSV, mazelen, roodvonk (strep-A), kinkhoest, waterpokken, vijfde ziekte en krentenbaard (zie weekberichten). Sommige konden deels verklaard worden uit een afnemende vaccinatiegraad (mazelen, kinkhoest), maar meestal greep men in Nederland terug op het nonsens-begrip immuniteitsschuld of een “inhaaleffect van gemiste infecties door de coronamaatregelen”. Dit terwijl aantasting van het immuunsysteem door Covid19-besmettingen een veel logischer verklaring is.
In het Nivel Surveillance Bulletin van 2026 week 26 wordt de status van veel infectieziektes in NL belicht. Zoals vaak opent het bericht met een overzicht van geteste monsters van mensen met luchtwegklachten in Nivel Peilstations:

Deze keer zijn weer weinig monsters getest, 8 in totaal, waarvan 5 positief waren: 2x rhinovirus, 2x parainfluenzavirus en 1x adenovirus. Het feit dat er weinig monsters getest zijn is een aanwijzing dat er weinig luchtweginfecties zijn, en dat wisten we al van de infectieradar in de vorige sectie.
Op de pagina van RIVM over influenza staan ook de aantallen positief op influenza geteste monsters in de infectieradar-testgroep. In de interactieve grafiek hebben we echter niet alleen alle influenzavarianten geselecteerd, maar ook SARS-CoV-2 en RSV. Zo kan de impact van deze gevaarlijke, maar heel verschillende virusinfecties goed vergeleken worden, zie de grafiek hieronder.

Merk op dat in week 25 en 26 geen influenza-, corona- of RS-virus is gevonden. Dit betekent waarschijnlijk dat die éne Covid19-besmetting, hierboven benoemd, gevonden is met een zelftest, niet in een ingezonden monster.
Een aandachtspunt is de opmars van krentenbaard (impetigo) de laatste weken, bij jonge kinderen van 0 tot 4 jaar en nu ook bij kinderen van 5-15 jaar. Krentenbaard is een vervelende ontsteking van de huid rond neus en mond, met bulten en blaasjes die een geel korstje krijgen nadat ze opengegaan zijn. Het vocht is besmettelijk. Elk jaar is er een opleving in de zomer, maar dit jaar is het wel erg vroeg begonnen.

Ook de prevalentie van waterpokken is duidelijk hoger dan vorig jaar, vooral onder kinderen van 0-4 jaar (“kinderziekte”), hoewel niet zo hoog als in 2024. Ondanks het feit dat het Varicella Zostervirus na herstel van een infectie met waterpokken nog vele jaren in het lichaam aanwezig blijft en op latere leeftijd tot gordelroos kan leiden, laat men de ziekte in Nederland nog steeds vrijwel onbelemmerd rondgaan. Er is een goed vaccin beschikbaar, maar het zit in Nederland niet in het Rijksvaccinatieprogramma.

Toelichting op de registratie van gordelroos
Gordelroos op latere leeftijd is de andere kant van de medaille van het Varicella Zostervirus dat bij jonge kinderen waterpokken veroorzaakt.
Het sinds het begin van vorig jaar sterk verhoogde vóórkomen van gordelroos (Herpes Zoster) blijkt bijzonder hardnekkig, vooral in de categorie 65+ is het al meer dan een jaar flink verhoogd, 30-90% meer dan normaal. Het is bekend dat het herpesvirus, latent aanwezig in veel patiënten, na ’n covidbesmetting weer kan opleven. Dat is weer één van de vele schadelijke effecten van een covidbesmetting: reactivatie van slapende virussen in ons lichaam. Er is wel een goed vaccin tegen Herpes Zoster, maar veel mensen in de risicogroep krijgen het niet. Het beleid schijnt te zijn dat elk jaar de groep mensen die in dat jaar 60 worden het vaccin aangeboden krijgt. Ouderen en jongeren die toch gevaccineerd willen worden moeten het dus zelf betalen, terwijl het Shingrix-vaccin (twee prikken met minimaal twee maanden ertussen) ca. 360 euro kost. Gezien de ernst van de ziekte en de verhoogde prevalentie zouden wij vooral voor ouderen toch vaccinatie aanbevelen.
Na een bijzonder hoge prevalentie van ca. 45 gemelde gevallen per 100.000 van Herpes Zoster (gordelroos) in week 10 en 11, is de prevalentie in week 12-26 weer op het – flink verhoogde – niveau van vorig jaar: rond de 30 gevallen per 100.000 per week. Het blijft zorgelijk. Als je behoort tot de groep 65+ en het kunt betalen, vraag dan de huisarts of je gevaccineerd kunt worden.

Toelichting klachten over moeheid en zwakte
Tenslotte melden we nog het groeiend aantal klachten bij de Nivel huisartsen over moeheid en zwakte de afgelopen jaren. Dit is al bijna een jaar duidelijk verhoogd. Het aantal klachten bij huisartsen blijkt het afgelopen jaar tot wel 30% hoger dan in vorige jaren. Er is elke jaar wel een flinke dip te zien in de kerst- en nieuwjaarsweek. De extra verhoging zet zich voort in week 9 t/m 17, maar vanaf week 18 wordt het gedrag grillig. In week 26 valt het aantal meldingen duidelijk terug (vakantie begonnen?). Afwachten hoe het na de zomer verder gaat.

Duiding moeheid en zwakte
Het ligt voor de hand dat hier vaak sprake is van ongediagnosticeerde Long COVID. Omdat niemand meer test op Covid wordt het verband met een voorafgaande Covid-besmetting gewoon niet meer gelegd.
Sinds week 25 vermeldt het Nivel bulletin ook het aantal mensen met problemen met geheugen, concentratie en oriëntatie. Het valt op dat het aantal meldingen in 2025 gemiddeld 10% hoger was dan in 2024, en 2026 lijkt er nog een schepje bovenop te doen, zeker in de afgelopen 4 weken. Ook dit is een mogelijk gevolg van Long COVID, maar daar kraait in Nederland geen haan naar.

Tenslotte geeft het Nivel-bulletin in week 26 ook het verloop van het aantal klachten door kou of warmte, uiteraard i.v.m. de extreme hittegolf die ons land in zijn greep hield een week of twee geleden. Inderdaad zien we in week 26 het aantal klachten door kou of warmte (hier dus hitte) verdubbelen. Ook het aantal meldingen van zonnesteken en uitdroging is in week 26 flink wat hoger. Volgende week zullen we deze aanslag op onze gezondheid door de klimaatcrisis waarschijnlijk terugzien in de ASMR-oversterfte.

Mediaberichten
Parlementaire Enquête Corona
De Parlementaire Enquête Corona heeft inmiddels vijf weken openbare verhoren achter de rug. In de Mediasectie van weekbericht 2026-26 heb ik uitgebreid de ondervraging van Jacco Wallinga, hoofdmodelleur van het RIVM, in week 3 besproken, en de ondervragingen in week 4 over de sluiting van het onderwijs globaal behandeld. Week 4 liet bij mij de indruk achter dat getuigen Margrite Kalverboer (kinderombudsvrouw), Paul Rosenmöller (voorzitter VO-raad), Arie Slob (minister van Onderwijs) en Nienke Luijkx (voorzitter LAKS) zich bijzonder ongenuanceerd uitlieten over sluiting van het onderwijs: “Nooit meer!”. Ik ga daar nu wat dieper op in.
Allereerst Margrite Kalverboer (destijds kinderombudsvrouw): zij benadrukte in haar getuigenis herhaaldelijk dat kinderrechten geschonden waren tijdens de eerste jaren van de pandemie, dat veel kinderen geïsoleerd raakten, dat er grote leerachterstanden ontstonden, dat kinderen met praktisch onderwijs benadeeld werden, en dat de belangen van kinderen géén prioriteit waren in de besluitvorming. Zij deed echter op een integere manier verslag van haar bevindingen en nergens trok zij de conclusie dat sluiting van het onderwijs niet gerechtvaardigd was of nooit meer toegepast zou mogen worden. Zij wist immers niet hoe ernstig de gevolgen van de pandemie waren en in welke mate de sluiting van het onderwijs effectief en noodzakelijk was om de verspreiding van het virus te beperken. Ze merkte ook enkele keren op dat er óók kinderen waren geweest die de coronatijd en het thuisonderwijs juist als prettig ervaren hadden.
Paul Rosenmöller, destijds voorzitter van de VO-raad, was een ander verhaal. Hij bleek een fervent voorstander van onder alle omstandigheden open houden van het onderwijs en benoemde vrijwel uitsluitend de negatieve aspecten van schoolsluiting. Hij vond dat het advies van het OMT te veel medisch en virologisch georiënteerd was en te weinig rekening hield met de maatschappelijke gevolgen. Het sterke pleidooi van de Federatie van Medisch Specialisten voor de eerste schoolsluiting in maart 2020 was voor hem een onaangename verrassing. Terwijl Rosenmöller óók leraren vertegenwoordigde die destijds “bang waren om ziek te worden” en die, achteraf bezien, ook inderdaad hard geraakt zijn door de pandemie, als beroepsgroep, in sommige opzichten zelfs harder dan medewerkers in de zorg. Onderwijsbonden vonden dat leraren zelf moesten beslissen of ze naar school zouden komen tijdens de pandemie, maar Rosenmöller schaarde zich achter de schoolbesturen, die wel wilden overleggen met “bange” leraren, maar hen toch wilden dwingen om naar school te komen. Hier blijkt weer dat veel mensen “bang” genoemd werden, terwijl ook toen al bekend was dat Covid19 forse, reële risico’s met zich meebracht: leraren waren werkelijk erg kwetsbaar doordat zij urenlang in een afgesloten, slecht geventileerd lokaal door moesten brengen met leerlingen die besmettelijk waren, vaak zonder duidelijke symptomen.
Hij stelde (op 1:20) dan ook: “Met de kennis van nu zou ik met klem adviseren ‘Houd de scholen in de toekomst open, desnoods aangepast’. En later (2:53): “risico’s van het virus waren er bijna niet voor leerlingen”. Kennelijk had Rosenmöller ook later niet gehoord dat tienduizenden kinderen nu ernstig beperkt zijn, vaak zelfs bedlegerig, door Long COVID.
Uiteraard zijn wij van mening dat schoolsluiting niet lichtvaardig toegepast moet worden, het heeft inderdaad een enorme impact op scholieren. Kinderrechten moeten zeker zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Dat impliceert echter wel dat al in een vroeg stadium van de uitbraak brede preventieve maatregelen genomen moeten worden in grote delen van de maatschappij (toepassing van goed afsluitende mondneusmaskers, ventilatie, bron- en contactonderzoek, thuis werken, online vergaderen), zodat het nooit tot een gedwongen schoolsluiting hoeft te komen. Als het dan toch nodig is om scholen te sluiten – volgens internationaal onderzoek is inderdaad sluiting van scholen een van de meest effectieve maatregelen om verspreiding van het virus te beperken – zorg dan dat er voldoende alternatieven zijn voor klassikaal onderwijs (online, buiten, kleine groepjes), beperk de duur van de schoolsluiting en plan latere inhaalmomenten op een flexibele manier.

Het is de vraag wat Rosenmöller bedoelde met “desnoods aangepast”. Als hij bedoelde om mondkapjes (FFP2+) te verplichten in de klas, bovenop effectieve ventilatie en hepafilters, dan maakt hij een goed punt. Daarmee zou onderwijs een stuk veiliger worden en zouden scholen langer open kunnen blijven of eerder kunnen heropenen. Dat was echter niet mijn indruk.
Nienke Luijckx, destijds voorzitter van het LAKS (Landelijk Actie Komité Scholieren), getuigde zoals van haar verwacht kon worden. Ze opende met “Jongeren werden niet ziek, maar moesten solidair zijn met de rest van de maatschappij” (0:11). Zij had uiteraard veel contacten gehad met scholieren die niet of nauwelijks ziek werden, maar wel getroffen werden door de maatregelen. Ook zij bleek niet bekend met het fenomeen Long Covid bij kinderen. De eerste schoolsluiting vond ze begrijpelijk, we werden overvallen, maar bij de 2e schoolsluiting was al voldoende bekend en hadden de scholen open moeten blijven (0:28). “Desnoods aangepast”, wéér die voorwaarde. Er werd helaas niet op doorgevraagd. Met de gedeeltelijke opening onder voorwaarden (0:45, mondkapjes in de gangen, hybride onderwijs, 1,5 m afstand) waren scholieren overigens wel blij, maar zij dacht dat het voor docenten nog moeilijker was. Volgens NL waren de uitzichtloosheid en het ontbreken van perspectief, door het voortdurend uitstellen van heropening van de scholen, het zwaarst voor scholieren (1:12). Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Tenslotte kende ze ook leraren die “bang” waren om ziek te worden (1:19). Graag zou ik een “bange” leraar hierover ondervraagd zien worden door de enquêtecommissie. Zeker omdat NL zei dat ze vaak bedreigd was door leraren. Dat is natuurlijk onacceptabel, NL was gewoon een goede belangenbehartiger voor de scholieren. Dat ze niets wist van MIS-C en Long COVID bij kinderen en geen idee had wat effectieve maatregelen zijn om de verspreiding te beperken kan haar niet aangerekend worden. OMT en RIVM hebben zelf ook vaak foutieve en tegenstrijdige informatie verspreid.
Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, had op veel gebieden een uitgesproken mening, die niet altijd onderbouwd konden worden. Ze begon al goed met de uitspraak “Jongeren zijn het meest getroffen door de pandemie (lees: de maatregelen), even afgezien van de zieken en de doden” (0:03).Sic! Later: “Mensen worden niet alleen ziek door het virus, maar ook door isolatie, eenzaamheid, en worden soms suïcidaal” (0:13). Zeker, maar als het virus niet afgeremd wordt is de schade door de exponentiële groei van slachtoffers onbegrensd en daardoor slaat de balans altijd aan die kant door. Halsema had wel goed gezien dat de maatregelen aanvankelijk een breed draagvlak hadden, de meeste mensen wilden best meewerken, maar toen het te lang ging duren en de maatregelen onlogisch leken kwam er repressie van bovenaf (0:41). Dat wekte steeds meer weerstand. De avondklok vond FH “onaanvaardbaar”, “niet praktisch” en “niet effectief” (0:48). Waarschijnlijk heeft ze ondervonden dat de avondklok in Amsterdam niet te handhaven was. Ze had grote moeite toen van Dissel bij het Veiligheidsberaad zei dat mondkapjes niet zouden helpen en zelfs gevaarlijk zouden zijn (0:53). Ze had met Aboutaleb (burgemeester Rotterdam) afgesproken om mondkapjes in te voeren, om lockdowns te voorkomen (2:14). Van Dissel had dat voorstel dus afgeschoten. Dat lijkt me een goede vraag aan van Dissel! Misschien op 1 juli? Aan de andere kant dacht FH dat er nog steeds geen wetenschappelijke consensus was over de effectiviteit van mondkapjes (zeker wel!).
In het voorjaar van 2022 (omikron) had FH samen met veel burgemeesters een brief aan het kabinet gestuurd dat de maatregelen nu moesten stoppen, want COVID was nu “gewoon een griep” (2:27). Ook FH heeft nooit gehoord van Long COVID, dat vooral in de tijd van Omikron de meeste slachtoffers heeft geëist, juist omdat het “minder dodelijk” was en tot veel meer infecties leidde (bv. de JN.1 golf in de herfst van 2023!). De cumulatieve oversterfte lag in het voorjaar van 2022 op 30.000, in de jaren daarna zouden er nog eens 30.000 mensen extra overlijden.
Ferd Grapperhaus (destijds minister van Justitie en Veiligheid) was een geval apart. Op 0:33 maakte hij duidelijk dat hij fel tegen de invoering van een avondklok was geweest (“gespierde tegenzin”). Maar ook na herhaald doorvragen werd niet duidelijk waarom de avondklok er dan toch kwam. In het OMT-advies was het namelijk één van de opties, en FG kon niemand in het kabinet noemen die wél voorstander van die avondklok was geweest. Hij weigerde pertinent om een van zijn collega-ministers te noemen (1:18-1:35). Wel was FG gebeld door van Dissel in die tijd. Zou hij daar op aangedrongen hebben? Het werd niet gevraagd.
De avondklok werd elke 2 weken verlengd en duurde uiteindelijk meer dan 3 maanden (2:25). FG was daarvoor verantwoordelijk. Was hij dan van mening veranderd? Niet echt, zo bleek, want FG werd op zeker moment emotioneel toen hij dacht aan al die ouderen die vereenzaamden. Maar het was in de praktijk wel makkelijk om te verlengen en het leek ook nog eens te helpen. Volgens ons kan een avondklok wel effectief zijn, maar het is wel belangrijk de noodzaak goed uit te leggen.
Was het verantwoord om het CTB (Corona Toegangs-Bewijs) aan de sector over te laten (2:50), die er soms met de pet naar gooide? Misschien niet, aldus FG, maar de overheid had niet de capaciteit om al die controles te doen en het alternatief was “alles dicht”. De “2G”-condities (alleen toegang indien gevaccineerd of hersteld) vond FG acceptabel. Volgens ons is dat echter wel degelijk geïnterpreteerd als “vaccinatiedrang” en dit heeft geleid tot enorm veel weerstand tegen alle vaccinaties, en een sterke antivaxx-beweging. Bovendien kon je na herstel van COVID en na vaccinatie nog steeds infecties overbrengen, dat was ook toen al bekend. De enige correcte conditie zou “1G” zijn geweest, waarbij alleen mensen met een zeer recente negatieve PCR-test toegang zouden krijgen. Maar waarschijnlijk was dat niet te doen met de beperkte teststraten die steeds meer gesloten werden.
Wordt vervolgd!
Conclusie: actueel risico [info]
Het lijkt erop dat de maandenlange coronaluwe periode op zijn einde loopt. Na het zoveelste historische minimum in het besmettingsrisico van drie weken geleden is dat risico drie weken op rij gestegen. Dat was te verwachten, vroeg of laat, want immuniteit tegen de meeste door de lucht overgedragen infecties vervaagt snel. Ook van COVID-19 is dat al lang bekend. Dus ook als er geen nieuwe gevaarlijke of superbesmettelijke variant in zicht is, is de immuniteit op een gegeven moment zo ver verlaagd dat het reproductiegetal weer boven de 1 komt. Dan komt er weer een uitbraak, de volgende golf. Variant BA.3.2 is een goede kandidaat, want in tegenstelling tot recombinant XFG is er nog nauwelijks specifieke immuniteit tegen BA.3.2 opgebouwd, terwijl de BA.3 moedervariant al 4 jaar geleden rouleerde en uitstierf.
Wel is het zo dat bij ontbreken van een nieuwe variant de komende golf niet bijzonder heftig zal zijn. Hij zal langzaam opkomen, met horten en stoten, meer nog dan de golf van 2025, en naarmate meer mensen besmet worden en tijdelijke immuniteit krijgen beter gedempt worden. Aan de andere kant kan er natuurlijk zomaar ineens een nieuwe variant opduiken uit het wereldwijde reservoir van varianten. Dan kan het ineens hard gaan.
Het feit dat er momenteel nauwelijks COVID-besmettingen zijn is dus geen reden om achterover te leunen. Integendeel, juist deze periode moeten we gebruiken om de algemene preventiemaatregelen op orde te brengen, zodat de volgende COVID-golf, die nu waarschijnlijk aan de deur klopt, beter onder controle te brengen zal zijn. De meeste maatregelen zijn niet bijzonder belastend en kunnen relatief eenvoudig tot uitvoering gebracht worden door de overheid, maar ze kosten tijd en geld (dat overigens snel terugverdiend kan worden). Het is zaak dat we de regering massaal wijzen op hun verantwoordelijkheid in deze.
Voor de coronabewuste lezers: het wordt (helaas) weer tijd om voorzichtig te zijn bij bijeenkomsten binnen, en de FFP2-maskers weer te voorschijn te halen als die de afgelopen maanden in de kast hebben liggen verstoffen.
Ons advies
Blijf, waar mogelijk, beschermende maatregelen nemen om besmetting te voorkomen, zolang overheid en maatschappelijke instanties dat verzuimen:
- Draag indien mogelijk een goed masker (ffp2, ffp3) op binnenlocaties
- Vermijd massale bijeenkomsten, zeker voor langere periodes binnen
- Werk zoveel mogelijk thuis
- Als je twijfelt of je besmet bent, doe dan een zelftest, liefst meerdere dagen achtereen, óók als je geen of weinig symptomen hebt
- Dring op je werkplek of bij scholen aan op ventilatie en het gebruik van hepafilters. Laat ook thuis een hepafilter draaien.
- Houd feestjes zoveel mogelijk buiten, desnoods onder een party-tent, vooral in de zomer moet dat kunnen
- Als je de kans krijgt, laat je dan vaccineren!
Toolbox met coronamaatregelen
Gatenkaasmodel, Goede Pandemie Praktijk en Peilers van Preventie
We beschikken al jaren over een complete toolbox aan preventieve maatregelen, zoals te zien in het bekende “gatenkaasmodel” hieronder. De meeste maatregelen zijn de verantwoordelijkheid van de overheid, maar omdat die al jaren verstek laat gaan moeten we er zelf het beste van zien te maken met de individuele maatregelen in de eerste vijf plakjes.

Merk op dat geen van de bekende maatregelen hierboven op zich garanderen dat je een besmetting vermijdt. Met name de collectieve maatregelen rechts verlagen elk apart de kans op besmetting misschien maar met 50%. Als je ze echter consequent inzet zal het verspreidingsgetal R onder de 1 zakken, zodat elke uitbraak snel (exponentieel) zal uitdoven. Dan zijn we dus allemaal veilig! Juist dát is het cruciale belang van de collectieve maatregelen.
Zie ook onze uitgewerkte strategieën om de pandemie te bedwingen:
- Pandemieregels van de Goede Pandemie Praktijk
- Plan van het World Health Network met massaal testen en de Vijf Pijlers van Infectiepreventie
- Een haalbaar en afdoende geacht alternatief voor de gecompliceerde en onwerkbare maatregelenladders van VWS onder Ernst Kuipers

- Een haalbaar en afdoende geacht alternatief voor de gecompliceerde en onwerkbare maatregelenladders van VWS onder Ernst Kuipers

