Weekbericht Covid19 2026-18

Samenvatting actueel Covid19-risico 1 mei 2026

Het besmettingsrisico voor Covid19, op basis van de rioolwatermetingen, heeft opnieuw een laagterecord gebroken. Het geschatte aantal infecties over heel Nederland was op 21 april 553 per dag. Dat is goed nieuws: weinig besmettingen, nog minder patiënten met langdurige klachten. Ook het percentage met Covid besmette personen in de RIVM infectieradar-testgroep is in week 15-17 gedaald : 0,09%, 0,02%, 0,01%. De vermeende exponentiële groei van 2 weken geleden heeft toch niet doorgezet.

De cijfers voor de weeksterfte zijn door het CBS bijgewerkt tot 2026 week 16. De forse ASMR-oversterfte in week 2 t/m 9 van in totaal 1724 extra doden is gevolgd door ondersterfte in week 10 t/m 16, tot nu toe in totaal 1256. Het lijkt er dus op dat een deel van de influenza-sterfgevallen ouderen en zwakkeren betrof, die daardoor enkele weken tot maanden eerder zijn komen te overlijden. Even goed triest, want onnodig.

In dit bericht geven we weer een update over de verontrustende groei van het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering in Nederland, het aantal uitkeringen Arbeidsongeschiktheid WAO+WIA+Wajong in november 2025 is door het CBS bekend gemaakt: 826.050! Dit aantal is sinds oktober weer met 1000 toegenomen. Het kabinet reageert op de sterke groei, niet met onderzoek naar de oorzaken, laat staan met preventiemaatregelen, maar door op de hoogte en duur van de WIA te bezuinigen!

LET OP: Algemene onderbouwing, interpretatie en achtergrond-informatie bij de rubrieken vindt u via de [info] link in headers. Per grafiek zijn toelichting en duiding, die elke week hetzelfde zijn, standaard ingeklapt. U kunt deze desgewenst lezen door erop te tikken of klikken.

Virusdeeltjes in rioolwater week 2026-16 [info]

Meting 21 april: 15 (x 1011 virusdeeltjes per 100.000 inwoners) volgens Corona Lokaal, gebaseerd op rioolwatermetingen van het RIVM. Dit is (alweer) een nieuw diepterecord sinds het begin van de metingen op 14 september 2020! Het vorige diepterecord was 18, twee weken geleden.

Rioolwatermeetwaarden voor Nederland in 1011 virusdeeltjes per 100.000 inwoners volgens RIVM, grafiek van Corona Lokaal, van 1-10-2020 t/m 21-4-2026, de recentste betrouwbare meting. N.B. het meest rechtse minigolfje, van 24-3 t/m 5-4-2026, is een artefact, door een absurd hoge lokale rioolwaarde van 7040 in Emmen, zie de uitleg van Roel Griffioen.
Duiding virusdeeltjes in rioolwater

Uiteraard zegt het niets over de toekomstige ontwikkelingen, ongetwijfeld komen er weer nieuwe coronagolven zolang we niets aan preventie doen. Het kan lijken dat COVID-19 nu voorgoed helemaal verdwijnt, maar zonder enige vorm van preventie is dat uitgesloten.

Landelijke spreiding van besmettingen

Op Corona Lokaal is ook de landelijke spreiding van het coronavirus te zien over de provincies. Voor de 7e week op rij zijn ALLE provincies wit gekleurd, hetgeen betekent dat overal het virusniveau onder de 100 ligt. Ook dit hebben we nog niet meegemaakt sinds het begin van de rioolwatermetingen in 2020.

Verloop van aantal besmettingen per dag

Toelichting bij schatting van het aantal COVID-19 besmettingen per dag

Het is nuttig om het verband tussen virusdeeltjes in rioolwater en aantal besmettingen met Covid19 per dag, zoals gevonden door Datagraver, te gebruiken om het verloop van het aantal virusdeeltjes in rioolwater van Corona Lokaal om te rekenen naar een grafiek met het aantal dagelijkse besmettingen. Het geschatte aantal infecties per dag spreekt meer aan dan een abstracte rioolwaterwaarde c.q. virusniveau.

Door de geïnterpoleerde, gewogen en genormeerde data van Corona Lokaal per dag te vermenigvuldigen met 36 krijgen we onderstaande grafiek, met het geschatte aantal Covid19-infecties per dag, vanaf 1 oktober 2020, het begin van de rioolwatermetingen.

Op de meest recente dag met betrouwbare metingen, 21 april, zouden er zo’n 553 infecties zijn geweest in Nederland, en 4157 in de hele voorafgaande week. Erg laag dus, in vergelijking met alle eerdere metingen. Toch achten wij 500-600 Covid19-infecties per dag niet echt weinig. Immers, als 10% daarvan langdurig klachten houdt (onderbouwing), verwachten we o.b.v. 2026 week 16 op termijn ruim 400 patiënten met nieuwe of verergerde LongCovid-klachten, waarvan er 100 ernstig beperkt zullen zijn. Juist het risico op Long Covid, in al zijn verscheidenheid, maakt dat een Covid19-infectie veel gevaarlijker is dan, bijvoorbeeld, een griepinfectie.

Geschat aantal Covid19 infecties per dag in Nederland, afgeleid uit het aantal virusdeeltjes in rioolwater (data van RIVM, analyse van Corona Lokaal) met factor 36, van 1-10-2020 t/m 21-4-2026.
Duiding van aantal COVID-19 infecties per dag

In bovenstaande grafiek zijn ook de risiconiveaus Laag, Matig, Hoog, Zeer hoog en Extreem aangegeven conform onze vastgestelde tabel. Het niveau tussen de gele en oranje lijn noemen we hoog. De periode met dit hoge infectierisico liep vanaf 7 augustus tot 17 december. In week 8 is het infectierisico helemaal door niveau matig gedoken en is sindsdien (erg) laag.

N.B. In de grafiek met het aantal geschatte COVID-19 infecties per dag hebben we de uitschieter in de grafiek met het aantal virusdeeltjes in rioolwater, met verhoogde waarden van 24-3 t/m 5-4 door een onmogelijke lokale rioolwaarde van Emmen op 31-3, weggelaten. We hebben voor die data de rioolwaarden van de dataset van 22 april gebruikt, waarin de bewuste rioolwaarden rond 31 maart al gestabiliseerd waren.

In onderstaande grafiek is de periode van april 2024 tot heden uitvergroot. Ook in deze grafiek zijn de onterecht verhoogde waarden rond 31 maar gecorrigeerd.

Hierin zien we zowel de zomer- en herfstpiek van 2024 als de complete COVID-golf van 2025.

Cumulatief aantal besmettingen

Uitgaande van de besmettingen per dag kan ook het cumulatieve aantal besmettingen in een grafiek gezet worden:

Verloop van het cumulatieve aantal Covid19 besmettingen vanaf 1-10-2020 tot heden
Duiding cumulatief aantal besmettingen

Hier is bijvoorbeeld uit af te lezen dat pas in november 2022 Nederlanders gemiddeld 1x besmet waren, maar óók dat nu al 45,9 miljoen besmettingen een feit zijn, zodat nu, ruim 3 jaar later, Nederlanders gemiddeld al minstens 2,55x besmet zijn geweest. Dit is een ondergrens, omdat gebleken is dat de helft van alle Covid19-besmettingen zonder symptomen verlopen, dus niet in de statistieken terug te vinden zijn. Waarschijnlijk is het totale aantal infecties dus bijna twee keer zo hoog. Dat is relevant, omdat óók asymptomatische besmettingen wel degelijk kunnen leiden tot lange-termijnklachten. Vergelijk dat eens met de griep: de meeste mensen krijgen hooguit één keer in de 5 of 10 jaar griep, terwijl Covid19 nog steeds gevaarlijker én besmettelijker is dan influenza, en veel vaker leidt tot PAIS (Post Acute Infection Syndrome), Long Covid dus.

Percentage besmette personen

Als er elke dag ~553 Covid-besmettingen bijkomen, en besmette personen zijn ~10 dagen besmettelijk, dan zouden momenteel zo’n 5500 mensen besmettelijk zijn, dat is ~0,03% van alle Nederlanders, 0,3 promille dus.

Percentage deelnemers infectieradar met positieve COVID-19 test

Het percentage op Covid19 positief geteste mensen wordt ook bijgehouden in de RIVM-testgroep voor registratie van luchtweginfecties (infectieradar). De meest nauwkeurige data over het percentage positieve Covid19-testen in Nederland is te vinden op de RIVM-pagina Actualiteiten over coronavirus SARS-CoV-2. Het verloop van dat percentage vanaf 2020 week 45 t/m 2026 week 17 hebben we weergegeven in onderstaande grafiek.

Duiding percentage deelnemers infectieradar besmet met COVID-19

Met name de laatste zeven weken zijn interessant: in week 11-15 loopt het percentage besmette personen snel op, van 0,01% in week 11, via 0,02%, 0,04%, 0,04% in week 12-14, tot 0,09% in week 15. Het zijn lage percentages, maar het zijn óók 3 verdubbelingen in 4 weken tijd! Dat is het klassieke patroon van exponentiële groei! Als we ons realiseren dat 0,01% op een gemiddeld aantal wekelijkse deelnemers aan infectieradar van ~10.000 precies 1 geïnfecteerde betreft, dan zouden achtereenvolgens 1, 2, 4, 4 en 9 personen geïnfecteerd zijn, en dat betreft telkens nieuwe infecties (een besmet persoon wordt de volgende week niet opnieuw meegeteld). Het lijken dus geen toevallige fluctuaties, maar een nieuwe golf in de maak. Echter in week 16 en 17 blijkt van een nieuwe golf geen sprake te zijn, gelukkig. Met percentages van 0,02% en 0,01% zakt het “golfje” weer in.

Over het algemeen vallen onze schattingen van het percentage besmette personen (in week 17 0,03%), op basis van de rioolwatermetingen, hoger uit dan de percentages in de infectieradar-testgroep (in week 17 0,01%). Hoewel er ook veel onzekerheid zit in die eerste waarde, denken wij toch dat onze schattingen dichter de werkelijkheid benaderen, omdat het percentage geïnfecteerden in de RIVM-groep vaak de ernst van de situatie onderschat. Dat komt omdat veel mensen in de testgroep met luchtwegklachten een Covid19-zelftest doen, waarvan bekend is dat die vaak vals negatief zijn. Ook wordt een besmet persoon in de week erna niet opnieuw meegeteld, terwijl deze toch vaak 1-2 weken besmettelijk blijft. Tenslotte vermoeden wij dat de RIVM-testgroep, die geheel bestaat uit vrijwilligers, niet representatief is voor de gemiddelde Nederlander. De deelnemers zijn zich waarschijnlijk beter bewust van het infectiegevaar dan de meeste Nederlanders, en dus voorzichtiger.

Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long Covid?

Of en hoe vaak COVID-19-infecties nu nog steeds tot Long Covid leiden is een vraag die in Nederland helaas weinig aandacht kreeg. Na 2023 werd over de pandemie voortdurend gesproken in de verleden tijd, hooguit nog relevant voor de ongelukkigen die in de eerste 2 jaren getroffen waren door Long Covid, maar voor alle anderen allang voorbij. Hieronder volgt een uitklapbare toelichting op onze overwegingen dat de pandemie nooit gestopt is en dat er nog steeds velen slachtoffer worden van Long Covid.

Toelichting prevalentie Long COVID na COVID-19-infectie

De overheid, de medische elite en alle media gingen er stilzwijgend van uit dat alle bekende ernstige LongCovid-patiënten (vaak worden aantallen van 100.000-450.000 in Nederland genoemd) in 2020 en 2021 ziek zijn geworden. Sporadisch werd een percentage van 1-2% genoemd dat tegenwoordig nog langdurige klachten zou houden na infectie. Terwijl in een vorig jaar augustus verschenen meta-analyse van 429 onderzoeken, gepubliceerd tussen 5 juli 2021 en 29 mei 2024, werd vastgesteld dat de prevalentie van Long Covid (welk deel van Covid19-infecties leidt tot Long Covid) wereldwijd gemiddeld 36% was!

Vorig jaar herfst echter bracht het RIVM, met een beperkt lokaal Nederlands onderzoek door bijna uitsluitend RIVM-medewerkers, het “goede nieuws” dat een jaar na een Covid19-infectie minder dan 1% nog langdurige klachten daarvan ondervindt. De VASCO-studie, gestart met een groep van 45.000 vrijwilligers in mei 2021 en eindigend met 32.000 deelnemers in november 2023, was eigenlijk bedoeld om de langetermijneffectiviteit van de corona-vaccins te onderzoeken. Het RIVM meende echter uit de resultaten ook conclusies te kunnen trekken over hoe vaak de deelnemers LongCovid-klachten kregen na infectie en hoe lang die aanhielden. De onderzoeksgroep was echter niet representatief voor de Nederlandse bevolking en het RIVM heeft veel twijfelachtige aannames gedaan.

Wij hebben het RIVM in een Open Brief gewezen op ernstige tekortkomingen in hun onderzoek, maar het RIVM wilde hier alleen telefonisch op reageren, niet schriftelijk.

In ons artikel Hoeveel Covid19-besmettingen leiden tot Long Covid? in de rubriek Science gaan we wat dieper in op internationale onderzoeken naar de prevalentie van Long Covid. Wij zullen in onze berichtgeving voorlopig blijven uitgaan van 10% van de COVID-19 infecties die leiden tot langdurige klachten van Long Covid, terwijl een kwart daarvan ernstig beperkt wordt in leven en werken, dus 2,5%. Deze laatste groep betreft patiënten met ME-achtige klachten, POTS, PEM en MCAS, die vaak bedlegerig zijn en tot weinig activiteit in staat zijn.

Groei van aantal arbeidsongeschikten

Er is echter ook een andere manier om de enorme impact van Long Covid aannemelijk te maken. Als er in Nederland namelijk al 45 miljoen infecties zijn geweest, dan zouden 4-35% daaraan langdurige klachten hebben overgehouden, en een kwart daarvan, minimaal zo’n 1%, zou daardoor ernstig beperkt zijn, dus invalide. Hetgeen zou neerkomen op 450.000 extra invaliden in 6 jaar tijd! Dat kan toch onmogelijk aan onze aandacht ontsnapt zijn? Dat zou toch aantoonbaar moeten zijn?

In Nederland zijn mij geen statistieken bekend over invaliditeit of handicaps, mogelijk omdat dit privacygevoelige informatie is. Het CBS publiceert echter wel statistieken over het aantal mensen in Nederland met een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, o.b.v. de WAO, WIA/WGA en Wajong.

Toelichting verloop van aantal arbeidsongeschikten

In weekbericht 2026-08 heb ik voor het eerst een opzienbarende grafiek gepubliceerd op basis van die CBS-gegevens, en later zijn die data verder verfijnd. In de grafiek hieronder worden die data nog verder verfijnd en uitgebreid, door de periode te verbreden tot 2007-2025 en de gegevens per maand te gebruiken. In de grafiek hieronder is deze week de maand november 2025 toegevoegd, met een totaal van 826.050 mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Bovendien heb ik aan de versie hieronder nog wat relevante merktekens toegevoegd.

Duiding verloop van het aantal arbeidsongeschikten

We zien hier een geleidelijk dalende trend van 825.000 in 2007-01 tot 750.000 in 2020-03, dus ruim 13 jaar. Deze wordt gevolgd door een snelle, lineaire stijging van 2020-03 tot 2025-11 (ruim 5 jaar), weer eindigend op 825.000. Hierdoor is het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 5,5 jaar tijd dus opgelopen van 750.000 naar 825.000, dus door ziekte zijn 75.000 extra mensen uit het arbeidsproces verdwenen! Als we de “groene” dalende trend hadden doorgetrokken tot oktober 2025 zouden er nu zo’n 720.000 arbeidsongeschikten zijn geweest, dus eigenlijk zijn er dus 105.000 extra arbeidsongeschikten te verantwoorden!

Daarbij moeten we bedenken dat het hier gaat om het aantal uitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid (WAO, WIA/WGA en Wajong). Daarin zitten niet de werknemers die vanwege disfunctioneren (al of niet tijdelijk) in de WW gedumpt zijn, niet de werknemers die zelf gestopt zijn met werk omdat het niet meer op te brengen was, geen onderverzekerde zelfstandigen, en evenmin de werknemers waarvan de ziekte (nog) niet erkend is door de keuringsartsen van het UWV (eind 2025 stonden er 26.700 mensen te lang op de wachtlijst voor een keuring).

In dat licht bezien is de getoonde toename, die ook niet lijkt af te remmen, wel uiterst zorgwekkend. Wat is er dan gebeurd in 2020 dat deze voortdurende stijging kan verklaren? Niet de groei van de (werkende) bevolking: van 2007-2020 groeide de bevolking net zoals in de periode 2020-2025, maar in de eerste periode is het aantal arbeidsongeschikten toch juist verlaagd. Ook niet de vergrijzing, want boven de 67 verlaten mensen WAO en WIA en komen in de AOW. Niet de sterfte door de pandemie, overledenen verdwijnen juist uit deze statistiek. Ook zeker niet de vermeende oversterfte door vaccinaties. Het zijn ook niet school- en sectorsluitingen of lockdowns, want die zijn in 2022 definitief beëindigd. Wat dan? Bestrijdingsmiddelen, PFAS, microplastics, vapes (vooral bij jongeren, maar juist afname van roken bij ouderen), toenemende werkdruk en stress? Hoezo dan vanaf 2020?

Wat #LoCovid betreft is de conclusie duidelijk: na het beschikbaar komen van vaccins in 2021 werden de maatregelen tegen verspreiding van Covid19 stuk voor stuk opgeheven, omdat er veel minder ziekenhuisopnames en overlijdens waren. Vervolgens hebben heftige coronagolven grote massa’s mensen besmet en telkens opnieuw herbesmet. De meesten werden er niet doodziek meer van, maar bij velen trad wel grote schade op aan diverse organen, al of niet direct zichtbaar, en dat leidde tot een heel scala aan ziektebeelden, zoals ME, PEM, POTS, MCAS, Parkinson, dementie en cognitieve schade, hartklachten en beroertes, die veelal invaliderend waren, deels in ernstige mate. Allemaal verschijningsvormen van Long Covid.

De stijging van het aantal arbeidsongeschikten is niet onopgemerkt gebleven bij het nieuwe kabinet. Volgens de vertrekkende UWV-voorzitter Maarten Camps moest er ingegrepen worden, maar hoewel hij de oorzaken wel wist te benoemen, Long Covid en “psychische problemen” (mogelijk eveneens door Covid) en preventie nodig vond, moest er toch ook op de WIA bezuinigd worden. In het coalitieakkoord werd al gesteld dat de kosten van de gezondheidszorg op den duur niet meer op te brengen zouden zijn, en Rob Jetten vond dat we meer aan preventie zouden moeten doen. Inderdaad, dáár zijn wij het roerend mee eens: een van de belangrijkste acties van het nieuwe kabinet zou moeten zijn preventie van Long COVID, dus het beperken van de verspreiding van COVID. Helaas hebben we over die vorm van preventie nog niets gehoord. Preventie van het kabinet blijkt neer te komen op “gezonder leven”, maar over COVID-infecties geen woord. Ook pogingen om te zoeken naar mogelijkheden om bestaande LongCovid-patiënten te herstellen, zodat ze weer aan het werk kunnen, komen er niet. De financiering van onderzoek naar Long Covid en expertisecentra wordt juist stopgezet.

SARS-CoV-2 Variants of Concern/Interest [info]

Toelichting variantenanalyse

De relatieve voorkomens van relevante “Variants of Concern” (VOC) en “Variants of Interest” (VOI) van het SARS-CoV-2 virus in Nederland (kiemsurveillance RIVM) zouden een indicatie moeten geven welke nieuwe bedreigingen te verwachten zijn, welke varianten uitsterven en welke sterk in opkomst zijn. De variantenanalyse wordt uitgevoerd op monsters ingestuurd door deelnemers aan de RIVM infectieradartestgroep met luchtwegklachten. De geactualiseerde dataset wordt normaal gesproken één keer per twee weken gepubliceerd, maar als er weinig SARS-CoV-2 rondgaat en het aantal monsters schaars kan de frequentie van de updates verlaagd worden.

Sinds januari 2026 verbeelden we de absolute aandelen van de verschillende varianten in het aantal infecties per dag in een grafiek, door de relatieve aandelen per variant te vermenigvuldigen met het geschatte aantal infecties per dag o.b.v. de rioolwatermetingen. Op deze manier wordt de impact van de varianten duidelijk in beeld gebracht.

Deze week heeft het RIVM geen variantenanalyse gepubliceerd, omdat het aantal beschikbare monsters van besmette personen te laag is. We herhalen daarom de grafiek van twee weken geleden.

Absoluut aandeel van de diverse SARS-CoV-2 varianten in het aantal besmettingen per dag, door het relatieve aandeel per variant, uit de RIVM kiemsurveillance, te vermenigvuldigen met het geschatte aantal besmettingen per dag o.b.v. de rioolwatermetingen, van 2023 week 10 t/m 2026 week 14.
Duiding van het verloop van absolute aantallen infecties per variant

Hierin is goed te zien dat de enorme herfst-wintergolf in 2023 toe te schrijven is aan variant JN.1, die sterk opkwam uit een “variantensoep” van wel 5 verschillende varianten XBB.1.5, XBB.1.9, XBB.1.16, EG.5 en BA.2.86 (de directe voorganger van JN.1). KP.3 was verantwoordelijk voor de zomergolf van 2024. Deze brak af door de zomervakantie (minder verspreiding door school en werk), maar kwam terug toen de scholen weer openden en zorgde samen met recombinant XEC voor de najaarsgolf van 2024.

Ook maakt deze grafiek duidelijk dat de najaarsgolf van 2025 grotendeels op het conto van recombinant XFG (donkerrood) is te schrijven. Nieuwe variant BA.3.2 (lichtblauw) heeft hierin slechts een marginale rol gespeeld: deze kon in de nadagen van XFG opkomen door de inmiddels opgebouwde immuniteit tegen XFG te ontwijken. BA.3.2 leek in deze vorm niet in staat om een eigen golf veroorzaken, maar o.b.v het percentage besmettingen gaat het er misschien toch van komen.

Infectieradar week 2026-11 [info]

Toelichting infectieradar

Het percentage mensen met klachten van acute luchtweginfecties, o.b.v. meldingen door een groep vrijwilligers aan het RIVM, geeft op elk moment een idee van het besmettingsrisico op rondgaande respiratoire infecties. Daaronder vallen alle infecties die zich verspreiden via aerosols of druppeltjes die uitgestoten worden bij hoesten, niesen, praten en zingen, en via mond of neus en ademhaling anderen kunnen infecteren. Voorbeelden zijn diverse typen influenza, “gewone” verkoudheidsvirussen (rhinovirus, coronavirus, parainfluenza), RS virus, en sinds 2019 ook SARS-CoV-2.

Op 25 april rapporteerde 3,85% van de RIVM-testgroep een luchtweginfectie (voortschrijdend weekgemiddelde). Dat is al 7 weken lang weinig veranderd.

Percentage van de NL bevolking met een acute luchtweginfectie van 4-11-2020 tot 11-4-2026, o.b.v. het voortschrijdend weekgemiddelde van meldingen aan RIVM

Overige infecties

Toelichting overige infecties uit Nivel Surveillance Bulletin

In de wekelijkse overzichten van diverse besmettelijke ziektes gevonden in de Nivel Peilstations hebben we de afgelopen jaren kunnen volgen dat sinds het opheffen van de maatregelen tegen Covid19 in het voorjaar van 2022 niet alleen Covid flink rondgegaan is, maar ook andere besmettelijke ziekten enorm huisgehouden hebben in Nederland. We zagen achtereenvolgens heftige uitbraken van longontsteking, RSV, mazelen, roodvonk (strep-A), kinkhoest, waterpokken, vijfde ziekte en krentenbaard (zie weekberichten). Sommige konden deels verklaard worden uit een afnemende vaccinatiegraad (mazelen, kinkhoest), maar meestal greep men in Nederland terug op het nonsens-begrip immuniteitsschuld of een “inhaaleffect van gemiste infecties door de coronamaatregelen”. Dit terwijl aantasting van het immuunsysteem door Covid19-besmettingen een veel logischer verklaring is.

In het Nivel Surveillance Bulletin van 2026 week 17 wordt de status van veel infectieziektes in NL belicht. In week 17 werden door Nivel slechts 8 monsters onderzocht, waarvan 4 positief waren: 2x rhinovirus, 1x RS-virus en 1x adenovirus, zie onderstaande schermafdruk. In deze monsters werd dus geen SARS-CoV-2 of influenza gevonden.

Het RS-virus ging de laatste 4 maanden flink rond, zoals blijkt uit meldingen uit Nederlandse laboratoria. De golf is wel minder heftig dan vorige jaren, maar is nog steeds niet uitgedoofd: in week 17 nog 45 positieve monsters.

Toelichting RS-virus infecties bij jonge kinderen

Vorig jaar herfst is men begonnen met het immuniseren van baby’s van 0 tot 6 maanden, juist omdat RSV voor deze groep zo gevaarlijk is en kan leiden tot opname op de IC en in een enkel geval zelfs tot overlijden. De prik bevat geen vaccin, maar antistoffen, zodat nauwelijks bijwerkingen verwacht worden. Het effect van deze immunisatiecampagne is in de grafiek hierboven niet goed te zien, daarvoor beschouwen we onderstaand overzicht van het aantal IC-opnames van kinderen tot 1 jaar t.g.v. een RSV-infectie:

Rond de jaarwisseling was het aantal IC-opnames veel lager dan vorige jaren, en dat is winst. De piek van 9 opnames in week 9 blijkt een tijdelijk effect te zijn geweest. Week 17 was de eerste week waarin geen enkele baby op de IC opgenomen moest worden vanwege RSV.

Toelichting op het verloop van griepuitbraken

Het aantal meldingen van een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) aan Nivel-huisartsen wordt sinds 1 maart van dit jaar niet meer bijgehouden. Op zich is dat geen groot verlies, want het verband tussen de prevalentie van influenza en de IAZ-meldingen was nooit erg duidelijk. Mensen met influenza gaan daarvoor lang niet altijd naar de huisarts, en aan de andere kant blijken mensen die met griepachtige klachten naar de huisarts gaan in veel gevallen toch een andere infectie te hebben opgelopen, na een laboratoriumtest. Het is wel jammer dat nu een langjarige monitoring van griepgolven beëindigd wordt. Vanaf nu zullen de griepgolven dus niet goed meer te vergelijken zijn met vorige jaren.

Sinds vorig jaar kijken wij liever naar het aantal monsters waarin Nederlandse laboratoria het influenzavirus (type A of B) hebben aangetroffen. De bewuste grafiek is te vinden op de pagina Actualiteiten over griep van het RIVM.

Het aantal positieve monsters met influenzavirus type A heeft dit jaar gepiekt in week 7 en 8 en is inmiddels, in week 17, al praktisch tot 0 gedaald. Het virus is echter nog steeds niet helemaal weg. Dat is overigens “normaal”.

Toelichting vergelijking respiratoire infecties bij de infectieradargroep

Echter, ook het gebruik van het aantal positieve monsters van laboratoria is niet ideaal. Dat zegt namelijk niets over het aantal besmettingen per dag, en zelfs niet hoeveel mensen in Nederland in die week aan de griep lijden. Het hangt sterk af van het aantal mensen waar überhaupt een monster van wordt genomen, welke mensen dat zijn en waarom ze getest zijn. Dit in tegenstelling tot rioolwatermetingen voor SARS-CoV-2 en het percentage positief getesten in de infectieradartestgroep. Daar kun je, met enkele slagen om de arm, wel uit afleiden wat het percentage besmette personen ongeveer zal zijn.

Op de grieppagina van het RIVM staat behalve geconstateerde griepgevallen bij Nivel-huisartsen ook een grafiek “Griepvirus in monsters van deelnemers aan infectieradar”. Daar staan óók de percentages positieve monsters voor andere respiratoire infecties, zoals COVID en RSV. Omdat monsters in die groep consequent genomen worden bij deelnemers die symptomen hebben kunnen we die getallen makkelijk vergelijken en omrekenen naar geschatte percentages voor heel Nederland. Dit zullen we in de toekomst ook inderdaad gaan doen. Hieronder geven we alvast een vergelijking van vastgestelde COVID-, RSV- en influenza-infecties sinds begin dit jaar.

Duiding van vergelijking respiratoire infecties bij de infectieradargroep

Wat mij vooral opvalt aan deze grafiek is dat er veel COVID-gevallen zijn in vergelijking met influenza en zeker met RSV. Bovendien is COVID er het hele jaar door, tegenover griep en RSV vooral in de winter. Het is jammer dat de grafiek niet verder teruggaat dan week 40 van 2025. Dan is precies de top van de XFG-golf.

Toelichting bij de prevalentie van gordelroos

Het sinds het begin van vorig jaar sterk verhoogde vóórkomen van gordelroos (Herpes Zoster) blijkt bijzonder hardnekkig, vooral in de categorie 65+ is het al meer dan een jaar flink verhoogd, 30-90% meer dan normaal. Het is bekend dat het herpesvirus, latent aanwezig in veel patiënten, na ’n covidbesmetting weer kan opleven. Dat is weer één van de vele schadelijke effecten van een covidbesmetting: reactivatie van slapende virussen in ons lichaam. Er is wel een goed vaccin tegen herpes zoster, maar bijna niemand krijgt het. Het is tamelijk duur en patiënten moeten het zelf betalen. Helaas wordt er in NL evenmin ingezet op een brede vaccinatie tegen waterpokken, waarbij het Varicella Zoster virus zich in het lichaam kan nestelen en later – inderdaad -gordelroos kan veroorzaken.

Na de gebruikelijke eindejaarsdip in het aantal meldingen bij Nivel in week 52 en week 1 is de prevalentie van gordelroos (Herpes zoster) in week 2 t/m 9 weer op het – duidelijk verhoogde – niveau van 2025 gekomen en legde daar in week 10 t/m 13 nog een flinke schep bovenop. In week 14-15 stabiliseerde het gelukkig en zit in week 16-17 weer op het verhoogde niveau van 2025. Persoonlijk overweeg ik nu wel om me te laten vaccineren tegen Herpes zoster. Ik heb immers ook waterpokken gehad vroeger en, in 2023, minstens één COVID-besmetting.

Toelichting prevalentie moeheid en zwakte

Tenslotte melden we nog het groeiend aantal klachten bij de Nivel huisartsen over moeheid en zwakte de afgelopen jaren. Dit is al bijna een jaar duidelijk verhoogd. Het aantal klachten bij huisartsen blijkt het afgelopen jaar tot wel 30% hoger dan in vorige jaren. Er is wel een flinke dip te zien in de kerst- en nieuwjaarsweek. De verhoging zet zich voort in week 4 t/m 17, uitgezonderd kleine dipjes in week 8 en 15, waarbij het aantal gemelde gevallen weer even terugvalt op “normaal”.

Het ligt voor de hand dat hier vaak sprake is van ongediagnosticeerde Long Covid. Omdat niemand meer test op Covid wordt het verband met een voorafgaande Covid-besmetting gewoon niet meer gelegd.

Oversterfte Covid19, 2026 week 16 [info]

Het CBS heeft de 2-wekelijkse sterftecijfers weer bijgewerkt tot en met week 16 voor de leeftijdgroepen 0-65, 65-80 en 80+, gesplitst in mannen en vrouwen. We hebben het verloop van de weeksterfte volgens de ASMR-methode (die rekening houdt met de sterk veranderende leeftijdsopbouw) bijgewerkt t/m week 16 in onderstaande grafiek (klik erop voor een grote afbeelding).

Verloop van de oversterfte in leeftijdsgroepen 0-65 (groen), 65-80 (blauw), 80+ (paars) en de totale oversterfte (zwart) over alle pandemiejaren 2020 t/m 2026 week 16
Duiding verloop ASMR oversterfte

De forse oversterfte vanaf week 2 zet zich voort tot week 9, en beloopt na verwerking van alle nameldingen nu in totaal 1724 extra overlijdens. In week 10 t/m 16 wordt deze gevolgd door ondersterfte, in totaal 1256 overlijdens, met een uitschieter van -317 in week 11. Merk op dat ondersterfte na een periode van oversterfte door ziekte heel gebruikelijk is. Het betekent dat een deel van de extra overlijdens ouderen en zwakkeren betreft, bij wie het overlijden t.g.v. de infectie met een paar weken of maanden vervroegd is.

De oversterfte in week 2 t/m 9 van dit jaar schrijven we vooral op het conto van de heersende influenzagolf. Merk op dat de oversterfte rond de jaarwisseling de laatste 4 jaar langzaam minder heftig wordt, waarschijnlijk omdat er steeds minder mensen direct overlijden na Covid19-besmetting.

In onderstaande grafiek wordt de totale ASMR-oversterfte (zwarte lijn) vergeleken met het oversterfteverloop volgens het RIVM (groen) en ons oversterfteverloop o.b.v. vergelijking met het laagste kwartiel van sterfte in periode 2010-2019 (LQI, rood).

Duiding van de vergelijking van oversterfteanalyses LQI, RIVM en ASMR

Hier is te zien dat de LQI-oversterfte (die al jaren rond de 500 extra sterfgevallen per week zit, maar deze LQI-oversterfte houdt geen rekening met de vergrijzing) en de RIVM-oversterfte beide last hebben van het “eindejaarseffect”, zelfs in nog grotere mate dan de ASMR.

De RIVM-oversterfte is niet gevoelig voor de effecten van de vergrijzing, omdat de sterfte vergeleken wordt met de verwachte sterfte o.b.v. de voorafgaande 5 jaar, dus inclusief continue extra coronasterfte. We zien dan ook dat er belangrijke verschillen optreden tussen ASMR en RIVM, vooral in perioden dat er veel covid rondgaat. Zoals in de herfst van 2024 en 2025 het geval was. Misschien dat de verschillen in de komende jaren langzaam kleiner worden, als sterfte aan een acute Covidbesmetting steeds minder vaak voorkomt, maar we weten natuurlijk nog niet hoe de sterfte t.g.v. zich opstapelende orgaanschade door Covid zich gaat ontwikkelen.

Toelichting cumulatieve oversterfte

In onderstaande grafiek tenslotte hebben we de cumulatief positieve oversterfte van 2020 t/m 2026 week 16 uitgezet voor LQI, ASMR en RIVM, dat is de totale opgetelde oversterfte vanaf 2020 week 12 waarbij tijdelijke ondersterfte genegeerd wordt. De totale oversterfte voor LQI is al opgelopen tot 188.508, die behalve de COVID-sterfte van 60.000 voor een belangrijk deel te wijten is aan de vergrijzing, door de na-oorlogse geboortegolf van mensen die nu tegen de 80 lopen. De grafieken voor ASMR en RIVM lijken elkaar niet veel te ontlopen, maar het verschil zal in de loop van de jaren misschien verder oplopen. De cumulatief positieve oversterfte volgens ASMR is inmiddels opgelopen tot 62.212. Die zijn niet uitsluitend op het conto van Covid19 te schrijven, want de laatste drie jaar speelt ook de sterfte door griep weer een rol en in mindere mate door RSV. We weten echter dat ook die infectieziekten nauwelijks slachtoffers zouden hebben geëist als we in Nederland effectieve preventie tegen de verspreiding van het coronavirus hadden ingezet.

Mediaberichten

Op LinkedIn vroeg verzekeringsarts en jurist Jim Faas, een voorvechter voor erkenning van de ernst van Long COVID, zich af of een mondkapje onder verboden gezichtsbedekking viel. Een landgenoot moest namelijk bij het afhalen van zijn rijbewijs en later ook zijn ID-bewijs zijn mondkapje afdoen, dat hij juist droeg om zich te beschermen tegen besmetting. De nationale ombudsman had geoordeeld dat de gemeente de man onvoldoende had geïnformeerd over de regels in het gemeentehuis, en dat de man onzorgvuldig was behandeld. Jim Faas liet in het midden wat hij zelf van het mondkapjesbeleid van de gemeente vond. Wij zijn van mening dat de gemeente nooit mag eisen dat iemand in het gebouw (een openbare gelegenheid waar mensen soms moeten zijn!) het mondkapje afzet. Dit kan namelijk het verschil betekenen tussen normaal verder leven en de rest van je leven in een donkere slaapkamer slijten met ernstige langdurige en invaliderende klachten. Dat de meeste mensen ervoor kiezen dat risico te bagatelliseren en hun schouders erover op te halen betekent niet dat je dat van iedereen mag verwachten. Zeker niet van iemand die bijvoorbeeld al chronisch ziek of immuungecompromitteerd is.

Psychiater Tom Molmans, zelf een LongCOVID-patiënt, beklaagt zich op LinkedIn over het framen, door de regering, van de toename van het aantal arbeidsongeschikten. Steeds wordt het gegooid op de groei van het aantal “burn-out”-gevallen en het aantal mensen met psychische klachten. De olifant in de kamer wordt niet genoemd, en de pandemie wordt doodgezwegen. Helaas trekt Tom zelf ook niet de voor de hand liggende conclusie uit de groei van het aantal mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, door op te merken dat dat aantal t.o.v. het totale aantal werkende mensen relatief constant blijft. Wij hebben in de sectie Groei van aantal arbeidsongeschikten echter een correlatie laten zien tussen de groei van het aantal LongCOVID-gevallen en het absolute aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Wij willen ook op deze plaats verwijzen naar een uitgebreid en grondig artikel van Christina Koch en Otto Kölbl, Der Schatten von SARS holt uns ein: Long SARS wurde ignoriert – Long COVID ereilt das gleiche Schicksal. Hierin betogen de schrijvers dat de nasleep van de kortstondige SARS-epidemie in 2003, namelijk in veel gevallen leidend tot ernstige langdurige symptomen voor de mensen die de infectie overleefden, ons had kunnen leren dat de COVID-19 pandemie soortgelijke risico’s met zich meebracht. In plaats daarvan hebben de wetenschappelijke en medische gemeenschap géén lering getrokken, en dezelfde fouten van bagatellisering en psychologisering gemaakt bij diagnostisering van langdurige klachten na COVID-19 infectie. Het enorme leger aan slachtoffers met Long COVID is hier de dupe van. Wij sluiten ons van harte hierbij aan, op deze website dragen wij dit al jaren uit. Het artikel is lang en in het Duits, dus wellicht is het beter een Nederlandse vertaling te lezen.

Conclusie: actueel risico [info]

Het is duidelijk dat de huidige traag verlopende coronagolf door recombinant XFG na een jaar eindelijk voorbij is. Het infectierisico is nu historisch laag en lijkt van het ene minimum naar het andere te zakken. Ook het percentage met COVID besmette personen in de infectieradar-testgroep is historisch laag, hoewel nog steeds niet nul.

Het feit dat er momenteel nauwelijks COVID-besmettingen zijn is echter geen reden om achterover te leunen. Integendeel, we kunnen deze periode bij uitstek gebruiken om de algemene preventiemaatregelen op orde te brengen, zodat de volgende COVID-golf, die onvermijdelijk komt, zo lang mogelijk uitgesteld zal worden en minder heftig zal zijn. De meeste maatregelen zijn niet bijzonder belastend en kunnen relatief eenvoudig tot uitvoering gebracht worden door de overheid, maar ze kosten tijd en geld (dat overigens snel terugverdiend kan worden). Het is zaak dat we de regering massaal wijzen op hun verantwoordelijkheid in deze.

Op de website van WHN hebben we al een paar maanden een Nederlands hoekje, waar behalve onze Open Brief aan het RIVM nu ook het door ons vertaalde artikel Ja, wij blijven mondkapjes dragen te vinden is, alsmede samenvattingen van onze meest recente weekberichten. Sinds enkele weken is daar ook onze Nederlandse vertaling van het belangrijke WHN-artikel Stop Transmission with the Five Pillars of Prevention aan toegevoegd. Wij hebben deze vertaling Vijf Pijlers van Preventie ook opgenomen op onze website, in het menu van Aanpak GPP. Uiteraard hebben wij het artikel “Ja, wij blijven mondkapjes dragen” ook opgenomen op onze website in het menu Science.

Ons advies

Blijf, waar mogelijk, beschermende maatregelen nemen om besmetting te voorkomen, zolang de overheid en maatschappelijke instanties dat verzuimen:

  • Draag indien mogelijk een goed masker (ffp2, ffp3) op binnenlocaties.
  • Vermijd massale bijeenkomsten, zeker voor langere periodes binnen.
  • Werk zoveel mogelijk thuis.
  • Als je twijfelt of je besmet bent, doe dan een zelftest, liefst meerdere dagen achtereen, óók als je geen of weinig symptomen hebt.
  • Dring op je werkplek en bij scholen aan op ventilatie en het gebruik van hepafilters. Ventileer ook thuis veel en laat een hepafilter draaien.
  • Houd feestjes zoveel mogelijk buiten, desnoods onder een party-tent, vooral in de zomer moet dat kunnen.
  • Als je de kans krijgt, laat je dan vaccineren!

Toolbox

We beschikken al jaren over een complete toolbox aan preventieve maatregelen, zoals te zien in het bekende “gatenkaasmodel” hieronder. De meeste maatregelen zijn de verantwoordelijkheid van de overheid, maar omdat die al jaren verstek laat gaan moeten we er zelf het beste van zien te maken met de individuele maatregelen in de eerste vijf plakjes.

Merk op dat geen van de bekende maatregelen hierboven op zich garanderen dat je een besmetting vermijdt. Met name de collectieve maatregelen rechts verlagen elk apart de kans op besmetting misschien maar met 50%. Als je ze echter consequent inzet zal het verspreidingsgetal R onder de 1 zakken, zodat elke uitbraak snel (exponentieel) zal uitdoven. Dan zijn we dus allemaal veilig! Juist dát is het cruciale belang van de collectieve maatregelen.

Bij het WHN-artikel over de Vijf Pijlers van Preventie zit ook een nuttig en praktisch toepasbaar schema:

Tenslotte verwijs ik naar andere artikelen op onze website bij Aanpak GPP: